Vijftig jaar bikini; Terug naar het badpak

Volgens de textielwereld verkoopt een zwempak zichzelf. Wie niet op een nudistenstrand wil belanden heeft er immers eentje nodig. Hoewel deze kledij een half leven mee kan, kopen vooral vrouwen bijna elk jaar iets nieuws. Maar ook de mannenzwembroek is aan mode onderhevig.

Een badpak, van hoe weinig stof ook gemaakt, is imagobepalend. Zou een in een pikant tangaatje gehulde James Bond ooit een 'stirred, not shaken' Martini hebben gekregen? Een gentleman draagt een bermuda of shorts; 007 zou in een slipje de risee van de Koude Oorlog zijn geweest.

Van slipjes aan de vloedlijn rond de eeuwwisseling geen spoor. Zwemmen is dan nog een zware sport; door de hoeveelheid kleding en de gebruikte stoffen is het lichaam al snel met enkele kilo's verzwaard. In veelal wollen badkleding gehulde dames rijden met koetsjes een eindje de zee in om te voorkomen dat een mede-badgast een glimp van de blanke leden te zien krijgt. Elke vorm van bloot op het strand is taboe. Tot aan het begin van de jaren dertig ben je als man met ontbloot bovenlijf slaaf, oerwoudbewoner of stoker op een schip. In de Franse film Macau uit 1931 dekt een man beduusd zijn naakte tepels af als hij onverwacht oog in oog staat met een vrouw.

Niet het strand, maar de filmindustrie breekt de lans voor het ontblote bovenlijf. Pas na Tarzan, the Ape Man (1932) kan een man er op het strand net zo bijlopen als debutant Johnny Weismuller.

Het duurt nog even voordat ook de vrouwen zich wat meer bloot geven. Het tricot badpak vervangt de kriebelende wol en in 1935 raakt het tweedelige badpak in zwang, ontworpen door de Franse couturier Jacques Heim. Het broekje reikt tot iets boven de knie en tot over de navel, maar gewaagd is het; een klein streepje maagstreek wordt zichtbaar. Witte of huidkleurige badpakken zijn 'not done', die laten als ze nat worden teveel van het lichaam zien. Maar pas als de actrice Esther Williams (van wie gezegd werd: Wet she's a star; dry she ain't) in 1944 in Bathing Beauty verschijnt, barst de vraag naar haar badpak los.

Vijftig jaar geleden, in 1946, worden de eerste tweedelige badpakken gelanceerd zoals wij ze nu kennen en die zoveel opschudding veroorzaken dat de Franse ingenieur Louis Réard zijn ontwerp Bikini noemt, naar het eiland waar de eerste na-oorlogse atoomproef werd gehouden. Een Spaanse uitgever moet zich voor de rechter verantwoorden voor de publicatie van enkele gedurfde foto's en op Malta wordt een meisje bekeurd omdat tweedelige badpakken verboden zijn. “Zegt u maar welk deel ik moet uittrekken”, zou zij hebben gezegd. Pas als Brigitte Bardot in een bikini verschijnt in ...Et Dieu créa la Femme (1956) verovert deze badmode Europa. Ook mannelijke acteurs lopen er in de jaren zestig steeds bloter bij, in zinderende tropische films als Blue Hawaï met Elvis Presley (1962) of The Endless Summer (1966). In Nederland begint badmodefabrikant Tweka aan het begin van de jaren vijftig schoorvoetend met het tweedelig badpak.

Heel even krijgt de bikini een concurrent met de Mosje-Kini, naar de Israëlische generaal met ooglapje Mosje Dayan. Dit pakje met asymmetrisch bovendeel wordt al snel vervangen door de monokini, een trouvaille van Rudi Gernreich die kleding wil ontwerpen waarin het lichaam voor zichzelf kan spreken. Hij haalt als eerste in 1952 het stijve binnenwerk uit het badpak en lanceert ook nauwsluitende stretchpakken, de voorlopers van de lycra- en leggingmode. En lang voordat Calvin Klein op het idee komt, maakt Gernreich boxershorts voor vrouwen. In 1974 komt hij opnieuw met een spraakmakend badpak, de 'thong', een lapje stof dat door middel van een door de billen lopend draadje op z'n plaats blijft zitten. Veel kleiner is het badgoed nadien niet meer geworden, behalve misschien in Brazilië. Aan het einde van de jaren tachtig begint het badpak aan een come back. Door de toepassing van nieuwe materialen, modieuze kleuren en patronen wint het badpak van weleer de laatste jaren steeds meer terrein ten koste van de bikini. Verscheidene merken brengen voor vrouwen ouderwetse glamour en geklede vrouwelijkheid en ook voor mannen is er dit seizoen badkleding die aan vervlogen tijden doet denken.

Hugo Boss, Giorgio Armani en Calvin Klein suggereren in hun advertenties met zwart-wit foto's van hun modellen een link naar het verleden. Een deel van de mannenbroekjes doet denken aan een reïncarnatie van grootvaders onderbroek. Modieuze merken met een 'retro look' zijn onder andere Moschino en Dolce & Gabbana. De mannenborst, die omstreeks 1935 ontbloot mocht worden, wordt een halve eeuw later door tal van ontwerpers met hun 'tank suits' weer zedig verpakt. Het enige verschil met vijftig jaar geleden is het materiaal: geen zompige wol maar strak lurex of lycra.

Ervaren we in het midden van de jaren negentig, met zijn overvloed aan tv-seks, te bloot als moordend voor de erotiek? Breekt er een periode aan, waarin we verhullen weer spannender en - veilig zonnen - verstandiger vinden dan onthullen? Alix de la Comble, partner in zwemgoed van Stéphanie van Monaco, vindt “extreme bareness not as fashionable as before” en de Amerikaanse ontwerpster Liza Bruce zegt: “People can be more exited by the suggestion than by seeing the flesh.” Het nietige zwembroekje voor mannen is passé. Tegenwoordig doet men op het Californische Venice Beach de knevelslipjes schamper af met 'nutcrackers'.

Alleen wedstrijdzwemmers hullen zich nog in kleine slipjes. De broekjes waarin gestreden wordt om brons, zilver of goud zijn veelal van Arena, Speedo en Jantzen. Knap aan het Amerikaanse Jantzen is de prestatie om al bijna vijfenzeventig jaar lang sportief elegante zwemkleding te maken die harmonieert met de tijd waarin we leven. Een enkele Olympisch kampioen maakt een eigen badkledinglijn. De naam van Mark Spitz leende zich daar internationaal beter voor dan die van Ada Kok. Een broekje met haar naam zou Engelssprekenden doen blozen.

    • Yvo van Regteren Altena