Videosurveillance in opmars

AMSTERDAM, 4 juli. Dertig jaar geleden deed de Amsterdamse hoogleraar S. Gerbrandy in het Juristenblad een kernachtige waarschuwing uitgaan tegen de zogeheten sluipcamera's die toen hun intrede begonnen te doen bij banken en winkelbedrijven. Zonder een speciale uitzondering zou hun dat wel eens kunnen komen te staan op een proces wegens onrechtmatige daad, vreesde de Amsterdamse rechtsgeleerde met een verwijzing naar privacywetgeving die toen net aanhangig was gemaakt.

Die wet is er gekomen, maar met processen uit onrechtmatige daad is het wel meegevallen. Zozeer zelfs dat videosurveillance een blinde vlek in het recht mag worden genoemd. In dit juridisch vacuüm bloeit het verschijnsel als nooit tevoren in voetbalstadion, spoorwegstation of winkelcentrum. Maar nu slaan toch de twijfels toe. Aanleiding is de camerabewaking die seksbazen toepassen op de Amsterdamse Wallen. De politie is er niet gelukkig mee en de Registratiekamer (die toezicht houdt op de informationele privacy) stelt een onderzoek in naar particuliere videobewaking waarin de Wallen worden meegenomen.

Een goede neus kan de Koningen van de Rosse Buurt in elk geval niet worden ontzegd. Toezicht met behulp van camerasystemen is steeds meer een trend. Engeland is koploper. De markt voor surveillancecamera's is daar sinds 1989 verviervoudigd, meldde het blad Wired vorig jaar deze tijd. De oorzaak is niet moeilijk aan te wijzen: voetbalvandalisme. Tegenwoordig worden echter ook hele wijken met camera's gecontroleerd.

Bij een recente meningspeiling ter gelegenheid van de invoering van zo'n gesloten videosysteem ergens in Engeland verklaarde slechts zes procent van de respondenten zich bezorgd over het vooruitzicht dat zij zouden worden geobserveerd. Of camerasurveillance veel helpt is een andere zaak, getuige het voorbeeld van de Londense voorstad Sutton. Een jaar na de installatie van een videosysteem bleek de criminaliteit daar met dertien procent te zijn gedaald. Buiten het bewakingsgebied was de criminaliteit echter met dertig procent omlaag gegaan.

De techniek wordt steeds verfijnder. Sommige camera's kunnen meelezen over de schouder van iemand die op een bank in het park zijn krant openslaat. Er is tegenwoordig apparatuur die zelf camerabeelden kan analyseren voor de uitvoering van bepaalde taken, zoals het aflezen van nummerborden. Het is mogelijk een menigte automatisch te scannen in een tempo van twintig gezichten per seconde.

Zojuist kondigde de Amsterdamse justitie aan dat zij de ringweg rond de hoofdstad met behulp van een automatisch toezicht- en verbaliseringssysteem gaat bewaken. Camera's op de Wallen zijn echter andere koffie en zouden wel eens mede bedoeld kunnen zijn om juist te waarschuwen tegen een politie-inval. Of als chantagemiddel.

Chantage is natuurlijk strafbaar, maar filmen op straat niet. Voor “publiek toegankelijke besloten ruimten waar spijs of drank wordt verkocht” geldt een wettelijke verplichting de aanwezigheid van camera's duidelijk kenbaar te maken. Buitenbewaking valt daarbuiten, al is op grond van algemene rechtsbeginselen te verdedigen dat voorbijgangers ook gewaarschuwd behoren te worden tegen videotoezicht op straat. Dit was in elk geval een voorwaarde die de Franse privacy-instantie CNIL in 1990 stelde aan een video-systeem in het (winkel)centrum van de gemeente Levallois-Perret.

Een ander juridisch aanknopingspunt is de opslag van videobeelden. Die zou door de Registratiekamer kunnen worden aangemerkt als een persoonsregistratie in de zin van de privacywet. Deze kan worden verboden wegens strijd met de openbare orde of de goede zeden of wanneer zij geen redelijk doel dient. Toon dat echter maar eens aan. De gefotografeerde voorbijganger kan nog speciaal opkomen tegen het gebruik van zijn portret met de Auteurswet in de hand.

Een videosysteem dat werknemers van een produktiebedrijf constant op de vingers keek, is tien jaar geleden door de rechter beneden de maat bevonden. De pure inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in de vorm van het ongevraagd op de openbare weg bekeken worden, is tot dusver echter geen erkende rechtsinbreuk.

    • F. Kuitenbrouwer