Veiligheidsraad laakt opnieuw de Kroaten

NEW YORK, 4 JULI. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft Kroatië opnieuw op de vingers getikt wegens schending van de rechten van de Servische minderheid.

In een unaniem aangenomen verklaring veroordeelde de Veiligheidsraad de regering in Zagreb wegens de discriminatie van de Kroatische Serviërs op het gebied van de uitbetaling van pensioenen, de werkgelegenheid en de terugkeer van vluchtelingen. In Kroatië worden bezittingen van Kroatische Serviërs geplunderd en worden de Serviërs zelf geïntimideerd, aldus de verklaring.

De raad reageerde met de veroordeling op een rapport van secretaris-generaal Boutros-Ghali, waarin melding werd gemaakt van de Kroatische schendingen van de mensenrechten.

In twee militaire campagnes veroverde het Kroatische leger vorig jaar het grootste deel van de in 1991 eenzijdig door de Kroatische Serviërs uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina'. Meer dan 200.000 inwoners werden op de vlucht gedreven of namen zelf de wijk naar Bosnië of Joegoslavië. In principe zouden zij naar hun woningen moeten kunnen terugkeren, maar slechts zevenduizend van hen hebben te horen gekregen dat ze daar toestemming voor krijgen. “De Veiligheidsraad onderstreept dat de Kroatische regering actie moet ondernemen om het respect voor de bescherming van de rechten van de Kroatische Serviërs te garanderen”, aldus de raad in de verklaring. De Veiligheidsraad deed ook een nieuw dringend beroep op Zagreb om Kroaten die door het VN-tribunaal in staat van beschuldiging zijn gesteld wegens oorlogsmisdaden, aan te houden. In een tweede verklaring werd Kroatië door de Veiligheidsraad gehekeld omdat het nog steeds geen “allesomvattende amnestiewet” heeft aangenomen voor Kroatische Serviërs die hebben gediend in het leger of de politie van de 'Servische Republiek Krajina'. (Reuter, AP)