Uitvinders (1)

'Het witte-fietsenplan heeft een kleurrijk verleden en gaat dankzij de chipcards een grote toekomst tegemoet.'' Aldus Luud Schimmelpenninck (61). De lange, tanige oud-Provo heeft een nieuwe variant ontwikkeld op de witte fiets: de 'depo-fiets'. In Schimmelpennincks werkruimte in Ytech, een innovatiebureau in het Koningin Emma-Veem aan het IJ, legt hij uit hoe het werkt.

Bij dit depo-fietsenplan krijg je op sommige ritten (naar 'depo's' waar weinig fietsen staan) geld toe, andere zijn gratis of kosten geld (een rit naar een drukbezet depo). Schimmelpenninck: “Dat is om opeenhoping te voorkomen.” Hij toont de fiets: wit, met gesloten gele wielen (de kleur van het openbaar vervoer) en massieve banden. 's Avonds gaat de verlichting automatisch aan, dankzij een sensor. De accu in de dikke, centrale framebuis wordt opgeladen als hij in een depo vergrendeld staat.

Op een plattegrond van Amsterdam aan de muur staan grote gekleurde stippen: “De bedoeling is dat er zeventig stations komen, 330 meter van elkaar. Ik hoop het in twee jaar voltooid te hebben. Ik kwam net de burgemeester tegen, die is er positief over. De gemeente heeft meebetaald aan het haalbaarheidsonderzoek. Bij Artis komt een combinatie met een deeltijd-auto. Een zuil is verbonden met een centrale computer; daarmee doe je je boeking. Je kunt er ook allerlei stedelijke informatie krijgen.” De ANWB heeft voor de ontwikkeling van Schimmelpennincks depo-systeem een van hun mensen vrijgemaakt en TNO test het tot oktober. Als alles dan goed is, maakt Rijkswaterstaat geld vrij om het in te voeren. Bij een betaling van twee kwartjes per rit werkt het kostendekkend.

Schimmelpenninck werkt niet alleen aan dit depo-systeem. Ytech ontwikkelt samen met de NS een huurfietsen-project bij stations: “Batavus heeft er een robuuste fiets voor ontwikkeld. De betaling gaat ook hierbij via oplaadbare chipkaarten: als je de fiets ergens terugzet, wordt het automatisch verrekend via je chipper.” Hij ontwikkelde ook andere fietsmodellen, zoals de huiffiets, een zitfiets voor koeriersdiensten (met gesloten bakje achterop) en een woon-werkfiets (de Solo, met kunststof overkapping): “De koerierfiets is in gebruik bij EMS en de Solo stond in 1984 al op de RAI. Met de Solo hebben we zes jaar geleden geëxperimenteerd met personeel van een Rotterdams bedrijf. Door die kap krijgt de fiets de allure van een auto: je komt met je koffertje droog op je werk aan. In de praktijk kwam men echter vaak bezweet aan, omdat men zich ging uitsloven bij stoplichten. Het nieuwste ontwerp heeft een zonnecollector. Zodra je trapt wordt een kleine elektromotor ingeschakeld, zodat het lichter fietst en je niet bezweet aankomt. We hebben nog geen geld om hem te produceren - het maken van matrijzen kost alleen al zes ton - maar dat komt wel.”

Sommige mensen doen nogal denigrerend over Schimmelpennincks fietsenplannen, maar hij vindt dat niet zo erg. “Mensen doen altijd lacherig zolang iets niet functioneert. Zodra dat wel het geval is, draait iedereen opeens om: 'Ja, dat heb ik altijd al wat gevonden'. Maar we zijn nu niet meer te stoppen. Die fiets wordt gegarandeerd een groot succes.” Volgens Schimmelpenninck was de witkar ook een goed systeem: “De witkar is technisch en sociaal gelukt. Ze werden niet vernield, kwamen niet in de gracht terecht en er is nooit een ernstig ongeluk gebeurd: je bent zichtbaar, kwetsbaar en aanspreekbaar. Het was het eerste cash-loze betaalsysteem ter wereld. Het kan kostendekkend opereren, anders hadden we het nooit tien jaar volgehouden. Er reden er 25 en er waren vier stations. Het lullige was dat we het geld niet bij elkaar konden krijgen voor 15 stations; dan had het geld kunnen genereren om verder uit te breiden. Het komt wel weer. Je biedt een parkeerplek en dat is het meest kostbare in zo'n stad. Een plaats in een parkeergarage kost een ton, een witkar inclusief centrale computer, laadstations en parkeerplek kost 25.000 à 50.000 gulden per rijdende eenheid.”

Over zijn deelname aan Provo: “Ik voelde me aanvankelijk geen Provo, maar ik was er wel door gefascineerd: Hé, het kan allemaal anders. Op een gegeven moment schreef ik het Witte Fietsenplan. Het werd bekend in de hele wereld, maar heeft in Amsterdam nooit gewerkt. De witte fietsen, die we in het begin zelf neerzetten, werden meegenomen of in beslag genomen door de politie, 'Ze staan niet op slot. Dat mag niet; verstoring van de openbare orde'. Later kwam ik met het witte schoorstenenplan - een belasting op verontreiniging - en samen met andere ouders met het witte kinderplan: kinderen komen contact tekort in die kleine gezinnetjes, ze moeten elke ochtend bijeen kunnen komen. Twee ouders pasten bij toerbeurt op. We hebben ook een vrij kleuterschooltje opgericht in een kraakpand.”

Schimmelpenninck, die HTS-werktuigbouw studeerde, bedenkt altijd wel wat. “Ik werkte bij een verhuurbedrijf voor bouwmaterialen, waar ik stalen steigers ontwierp. Ik ontwikkelde er ook een kunststof cementsilo voor hijskranen die 80 kilo woog in plaats van de gebruikelijke 240. Later maakte ik voor een kleine werf een polyester-motorbootje, dat uit twee elementen bestond. Er werd toen nog amper gewerkt met kunststoffen. Ik kreeg een klein salaris en de rest bij verkoop.” Hij toont een vergeelde folder: “Hij woog 75 kilo en kon mee op het dak van de auto. Er zijn er tweehonderd gemaakt.”

Vervolgens kwam hij in dienst bij Werkspoor waar hij vleeskoelwagens, vrachtwagencabines en een zeewaardig jacht ontwierp. “Toen de middenberm opkwam, bedacht ik een systeem dat tot minder destructie leidt dan de vangrails die nu worden toegepast: een kunststof bak met zand: elastisch en verplaatsbaar.” Ontwerper Wim Rietveld haalde Schimmelpenninck naar Vicon, een fabriek voor landbouwwerktuigen, waarvoor hij kunstmeststrooiers ontwierp (er werden er in de topjaren zo'n 40.000 per jaar geproduceerd) en een fabriek voor kunststoffen opzette: “Ik werkte er een paar dagen per week en kon zo meedoen aan dat jaren-zestig-gebeuren. Tien jaar geleden begon ik met Ytech. Ik wilde een groot technisch innovatiecentrum opzetten, maar dat ambitieuze plan is stukgelopen.”

Evenals vier andere mensen werkt hij nu op projectbasis voor een afgeslankt Ytech. Inkomsten komen uit projecten als de adresproever: “Omdat een paar jaar terug het zwartrijden in Amsterdam een beetje uit de klauwen liep, ontwikkelde ik een compleet databestand op CD dat controleurs bij zich droegen. Ze konden niet zien waar iemand woonde, maar wel controleren of het opgegeven adres bestond en of geboortedatum en de naam klopte. Helemaal binnen de privacy-wetten.”

“Ik vind het maatschappelijke aspect belangrijker dan de technische of vormgevingskant. Dat komt onder meer doordat ik, net als mijn vrouw, gegrepen ben door de idealen van de jaren zestig.” Over zichzelf: “Ik ben optimistisch en introvert, maar ik kan ook naar buiten treden. Ik hou van ruis om me heen, erbij horen, maar zelf niet meepraten. 's Avonds draai ik een plaatje, lees ik een boek of zit ik wat te rommelen op mijn computertje. Eigenlijk vind ik mijn werk al een aardige hobby. Ik zou een uitstekend bestuurder zijn, ik kan snel relevante zaken uit dossiers halen, maar de wereld van politici bevalt me niet. Destijds heb ik me ook gedistantieerd van de kabouters die weer als randfiguren in de raad wilden gaan zitten; ik vond dat we gewoon de macht moesten overnemen. Ik ben wel tien jaar voorzitter geweest van wijkcentrum De Oude Stad.”