Traumahelikopter blijft vliegen ondanks klachten over lawaai

AMSTERDAM, 4 JULI. De bemanning van de traumahelikopter van het VU-ziekenhuis in Amsterdam maakt soms rare dingen mee. Zoals de junk op het grasveldje op het Rembrandtplein die weigerde om plaats te maken voor de helikopter. Over het algemeen zijn hun ervaringen als flying doctors bij noodsituaties op de openbare weg echter zeer positief, zegt de bemanning.

De proef om per helikopter snel hulp te bieden bij ernstige ongevallen loopt op 1 november af, de vergunning van het stadsdeel Buitenveldert loopt op 31 december 1996 af.

Vooruitlopend op de uitkomsten van een evaluatie-onderzoek uitgevoerd door de Erasmus Universiteit van Rotterdam lieten het VU-ziekenhuis van Amsterdam en de ANWB in het voorjaar weten graag te willen doorgaan met de helikopter.

Een groepje omwonenden van het VU-ziekenhuis is niet zo blij met de helikopter. “Het lawaai is verschrikkelijk. We zijn niet tegen, maar we vinden dat het helikopterplatform op een andere plaats moet komen”, zegt W. Tollenaar, de woordvoerder van de bewoners.

Voorzitter van de deelraad Buitenveldert, J. Pluim, vond aanvankelijk ook voortgaan met de vluchten “maatschappelijk ongewenst”. Maar inmiddels vindt het stadsdeel dat de vluchten kunnen worden voortgezet, als het ziekenhuis op korte termijn kan aantonen dat de inzet van de helikopter succesvol is geweest.

De helikopter, eigendom van de ANWB, is sinds mei vorig jaar ruim 800 keer uitgevlogen. In ongeveer 50 procent van de gevallen werd ter plekke medische zorg verleend. De 'vliegende brigade' van het VU-ziekenhuis wil graag doorgaan met de proef.

“Vroeger was de ambulance een soort Van Gend en Loos: je haastte je naar het ongeval en vervoerde het slachtoffer zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Nu kunnen we indien nodig snel een arts met extra deskundigheid op de plaats van het ongeluk brengen. Die kan het slachtoffer meteen klaar maken voor de operatie in het ziekenhuis”, zegt J. Valk, die als anesthesioloog verbonden is aan het trauma-team.

Bij uitzondering wordt het slachtoffer naar het ziekenhuis gevlogen. De meegevlogen arts geeft meestal een behandeling ter plekke. Vervolgens wordt de patiënt per ambulance naar een ziekenhuis gebracht. Soms opereert de arts op de plaats van het ongeval. Het team heeft twee keer aan de grond een noodamputatie verricht.