Seks en aids

Het bedrijven van antropologie confronteert een onderzoeker met de leefwereld van andere mensen of volkeren. De antropoloog staan verschillende manieren ter beschikking om hiermee om te gaan. Een daarvan is het vertellen van sterke verhalen met een vaak stereotyperende strekking en Robert Pool laat hiervan in het artikel 'Seks en Aids in Tanzania' (W&O, 20 juni) een paar sterke staaltjes zien.

Het gaat mij er hier niet om het waarheidsgehalte van deze uitspraken aan te vechten, al zijn enkele erg dubieus. Zo noemt Robert Pool de praktijk van een seksstandje van de Wahaya, waarbij de man met zijn stijve penis tot bloedens toe op de clitoris van de vrouw zou slaan. Ik meen te mogen veronderstellen, wat de blanke antropoloog er ook bij moge fantaseren, dat zwarte penissen nog steeds van vlees en bloed zijn. Wel maak ik me naar aanleiding van het artikel ernstig zorgen over de rol van de antropologie in de media.

Het kunnen stereotyperen van de ander als primaire reactie in termen van 'nuttig' dan wel 'bedreigend' is voor ons overleven als soort van essentieel belang. Het negatieve effect van stereotypen op de menselijke en interculturele communicatie en interactie is echter niet zozeer afhankelijk van hun waarheidsgehalte als wel van hun meta-communicatieve boodschap. Wat doen ze? In hun meest schadelijke vorm ontmenselijken ze de medemens.

In dit verband zijn de voorbeelden uit Pool's repertoire sprekend. Wahayavaders zouden hun dochters ook op het seksuele vlak als hun persoonlijk bezit beschouwen. Aangezien het hanteren van een taboe op incest als norm überhaupt een van de belangijkste kenmerken van menselijke samenlevingen is (in tegenstelling tot sociale groepen bij dieren), verklaart deze uitspraak de Wahaya-samenleving als onmenselijk.

Een soortgelijke boodschap bevat de uitspraak dat promiscuïteit de norm is in Tanzania. Er bestaat echter geen menselijke samenleving waarin seksualiteit niet via een culturele norm is geregeld, hoe sterk de regels ook van elkaar verschillen. Voortplanting is meer dan het verwekken en baren van kinderen. Er zijn sociale structuren nodig, al was het maar om een samenleving te laten voortbestaan. Om het ontbreken van die structuren als een norm van een samenleving voor te stellen, ontzegt die samenleving elke aanspraak op het lidmaatschap van de menselijke gemeenschap. Overigens is het überhaupt een onzinnige uitspraak: als promiscuïteit de culturele norm is, waarom zou er dan nog getrouwd worden? Iedereen mag het toch met iedereen doen, geheel voldoenend aan de norm?

Op individueel niveau wordt de hele bevolking van het Afrikaanse continent in een zin van hun menselijkheid ontdaan; want, zo lezen we: de Afrikaan kent geen romantische liefde. Er wordt hier niet gesproken over een ongelukkig individu, dat op grond van dramatische omstandigheden niet in staat is het verlangen te voelen naar het samengaan met een ander op emotioneel, lichamelijk, sociaal en spiritueel niveau. Nee, deze zware pathologie is, volgens Pool, het kenmerk van elke Afrikaanse man of vrouw. Het zit namelijk 'in hun cultuur'. Ook hier is het weer duidelijk dat er simpelweg sprake is van een projectie: het ontkennen van de ander als uitdrukking van onze eigen pathologische overlevingsstrategie. Het is een zielige praktijk, die ook zonder de legitimatie van de antropologie al zorgwekkend genoeg is.

    • Prof.Dr. A. Drews