Nieuwe Afghaanse regering

NEW DELHI, 4 JULI. De Afghaanse president Burhanuddin Rabbani heeft gisteren een nieuwe regering benoemd onder leiding van zijn voormalige aartsvijand Gulbuddin Hekmatyar. Pas na maandenlange onderhandelingen besloten de rivalen met elkaar in zee te gaan, elk kennelijk in de overtuiging dat ze er allebei beter van zouden worden.

De positie van Hekmatyar, die in de jaren tachtig een van de sleutelfiguren was in het Afghaanse verzet tegen de Sovjet-Unie en op rijkelijke steun van de Amerikanen, Pakistanen en Saoediërs kon rekenen, is de afgelopen paar jaar drastisch verzwakt. Begin vorig jaar gaf hij zijn strategische stellingen ten zuiden van de hoofdstad Kabul zonder slag of stoot op aan de Talibaan, de studenten-strijders die inmiddels de helft van Afghanistan onder hun controle hebben. Sindsdien werd weinig meer van Hekmatyar vernomen.

Voor Rabbani en zijn militaire bevelhebber Ahmed Shah Massoud, beiden behorend tot de Tadzjiekse minderheid, was het echter aanlokkelijk om samen te werken met Hekmatyar, een prominente vertegenwoordiger van de Pathaanse meerderheid. Zo kan immers beter de schijn worden opgehouden dat het land door een werkelijk nationale regering wordt bestuurd.

Behalve premier Hekmatyar levert diens partij, Hezb-i-Islami, ook nog de ministers van defensie en financiën in het nieuwe kabinet. De ministers van binnenlandse en buitenlandse zaken komen echter nog steeds uit Rabbani's kamp. Erg veel te besturen heeft de nieuwe regering overigens niet, want ze controleert slechts Kabul en een deel van het noordoosten van het land.

Een bron binnen het Pakistaanse ministerie van buitenlandse zaken verklaarde tegenover het persbureau Reuter onlangs dat de werkelijke macht in Kabul bij Massoud blijft: “Massoud speelt een beetje met Hekmatyar om een Pathaanse façade voor de regering te krijgen.”