Na jaren akkoord over bezit Hongaarse joden

Jarenlang is touwgetrokken, maar in de nacht van maandag op dinsdag werden de Hongaarse regering en vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap in Hongarije en het World Jewish Congress WJC het dan uiteindelijk toch eens over de vraag hoe de joodse gemeenschap kan worden gecompenseerd voor de bezittingen die zij in de Tweede Wereldoorlog is kwijtgeraakt.

Het akkoord werd gisteren door Israel Singer, secretaris-generaal van het WJC, geprezen als een 'waterscheiding' en als een 'model' voor de andere Oosteuropese landen. Het is het eerste akkoord van deze aard in Oost-Europa.

Hongarije telde voor de oorlog een bloeiende joodse gemeenschap - waarvan nog steeds de enorme, pas fraai opgeknapte synagoge van Boedapest getuigt. Ooit maakten joden zelfs eenderde uit van de bevolking van Boedapest. Maar het overgrote deel van de 800.000 tot een miljoen Hongaarse joden werd in 1944, na de afzetting van de Hongaarse leider Miklós Horthy, de machtsovername door het regime van de Hongaarse fascisten, de Pijlkruisers, en de bezetting door de Duitsers onder leiding van Adolf Eichmann massaal weggevoerd en in Duitse vernietigingskampen vermoord. De weinige overlevenden kregen direct na de oorlog hun onroerend goed terug, om het na de machtsovername door de communisten opnieuw kwijt te raken. Op dit moment leven er naar schatting 80- tot 100.000 joden in Hongarije.

Hun vertegenwoordigers hebben jarenlang gevochten tegen de compensatiewetten die na 1989 zijn uitgevaardigd om in èn na de oorlog van hun bezit beroofde Hongaarse staatsburgers - joden en niet-joden - schadeloos te stellen. Maar die wetten werden door de joodse gemeenschap aangevochten.

Zo bleef in bedoelde wetten het bedrag dat ter compensatie werd uitbetaald beperkt en konden alleen 'directe familieleden' aanspraak maken op compensatie. De joodse gemeenschap had daar bezwaar tegen omdat de meeste in de oorlog vermoorde joden mèt hun directe familieleden werden omgebracht en geen directe afstammelingen meer achterlieten. En dus kon er ook niemand aanspraak maken op de compensatie. En omdat bezittingen van mensen die zonder erfgenamen overlijden automatisch aan de staat toevallen, werd door de compensatiewet van drie jaar geleden een anomalie geschapen: de wet leidde ertoe dat de staat het geld terugkreeg waarmee diezelfde staat familieleden wilde compenseren van mensen die in 1944 en 1945 - met medewerking van die staat - waren vermoord.

Een ander voorbeeld van de soms nonsensikale uitwerking van de compensatiewet was de bepaling dat jmensen die in de oorlog dwangarbeid hebben verricht aanspraak konden maken op schadeloosstelling als ze konden bewijzen dat ze voor Hongarije hadden gevochten. Dat nu was juist voor de joden niet mogelijk omdat joden in de oorlogsjaren geen wapens mochten dragen en geen militaire rang mochten hebben.

In februari werd in de moeizame onderhandelingen tussen de regering in Boedapest en de vertegenwoordigers van de joodse organisaties een doorbraak bereikt. Die doorbraak werd deze week bekroond met een overeenkomst.

Er komt een stichting die zich ontfermt over de bezittingen van de Hongaarse joden ten tijde van de Holocaust. De Hongaarse regering draagt voor 27 miljoen dollar bij in die stichting. Het geld wordt in de eerste plaats in de vorm van pensioenen en lijfrenten (van omgerekend honderd gulden per persoon per maand) uitgekeerd aan de 20.000 joden die de oorlog en de Duitse kampen hebben overleefd en nog steeds in leven zijn, en wordt in de tweede plaats besteed aan de instandhouding van het culturele erfgoed van de Hongaarse joden. Alleen gebouwen die vroeger als gemeenschappelijke ruimten hebben gediend, zoals synagogen en scholen, worden daawerkelijk ter beschikking van het fonds gesteld: er komen geen onteigeningen van huidige bezitters van woningen die vroeger joden toebehoorden.

Het fonds wordt geleid door een bestuur, voorgezeten door de Amerikaanse zakenman Ronald Lauder, de zoon van cosmetica-gigante Estée Lauder. Lauder, zelf van Hongaars-joodse afkomst, droeg eerder vijf miljoen dollar bij aan de bouw van een joodse school in de heuvels van Buda, de 'Lauder Javne school van de Joodse Gemeenschap', compleet met een bibliotheek met 12.000 boeken in het Hongaars, Engels en Hebreeuws. Op die school, die in februari werd geopend, krijgen zeshonderd kinderen van kleuterschool- tot gymnasiumniveau les. In 1994 was Lauder al de drijvende kracht achter de bouw van de eerste nieuwe joodse school in Polen in 25 jaar, naast de enige synagoge van Warschau gevestigde Lauder-Morasha-school.

De joodse gemeenschap is tevreden met het fonds en hoopt dat het in andere Oosteuropese landen tot soortgelijke regelingen komt nu de verhouding tussen de regeringen en de joodse gemeenschappen zich daar duidelijk heeft versoepeld. Ze had, zo verduidelijkte Israel Singer, kunnen vasthouden aan de uitbetaling van compensatiegeld en aan de teruggave van alle 300.000 kwijtgeraakte gebouwen. Maar dat werd niet zinvol gevonden gezien het beperkte aantal overlevenden van de Holocaust en hun hoge leeftijd: ze zijn gemiddeld 74 jaar oud.