Melkert wil WW ingrijpend wijzigen

DEN HAAG, 4 JULI. Minister Melkert (Sociale Zaken) wil de WW ingrijpend wijzigen. Bedrijven die werkloosheid veroorzaken, moeten daarvoor volgens de minister de rekening gepresenteerd krijgen in de vorm van een relatief hogere WW-premie.

Bovendien wil Melkert het mogelijk maken om werknemers bij inzakkende bedrijvigheid gedeeltelijk te ontslaan en WW te geven. De minister deed zijn uitspraken gisteren tijdens een toelichting op het rapport 'De Nederlandse verzorgingsstaat in internationaal en economisch perspectief'. De mogelijkheid van premiedifferentiatie wordt ook geopperd in de 'Notitie Vereisten sociaal stelsel', die Melkert met Prinsjesdag wil presenteren.

Van de acht landen die het ministerie heeft vergeleken, kennen alleen de Verenigde Staten verschillen in premies bij de verzekering van het werkloosheidsrisico. De door werkgevers te betalen premie is in de VS gerelateerd aan de in het verleden gemaakte uitkeringsuitgaven.

Premiedifferentiatie leidt er in Amerika toe dat bedrijven een terugval in de vraag opvangen via reductie van het aantal gewerkte uren in plaats van via ontslag. In Duitsland is een dergelijke werktijdverkorting bij inzakkende vraag naar goederen en diensten ook mogelijk. Werknemers krijgen een lager inkomen, in dat geval aangevuld met WW. In Nederland is dit nu nog niet mogelijk. De wet schrijft voor dat de ontvanger van een WW-uitkering volledig beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Dat is niet het geval als iemand in dienst van een bedrijf blijft, maar tijdelijk korter werkt.

Melkert onderstreept dat de Nederlandse verzorgingsstaat goed kan concurreren met die in de zeven andere onderzochte landen, waaronder de VS en Japan. “Er blijft nog veel te wensen over, maar de trend is goed.” Op een aantal punten acht Melkert verbetering noodzakelijk.

Pag.13: Arbeidsparticipatie relatief laag

De arbeidsdeelname in jaren is in Nederland het laagst van alle onderzochte landen. Mede door het grote aantal arbeidsongeschikten wordt door de beroepsbevolking (15-65 jaar) maar de helft van het potentieel aantal uren gewerkt. In Japan ligt de arbeidsdeelname het hoogst (79 procent). Daarna volgen de VS en Denemarken met respectievelijk 72 en 66 procent. Een volgend punt dat verbetering behoeft en samenhangt met het onbenutte arbeidspotentieel is het hoge aantal arbeidsongeschikten en zieken in vergelijking met andere landen. Nederland blijft ook achter bij de arbeidsparticipatie van vrouwen en de persoonlijke dienstverlening.

Dat Nederlanders persoonlijke dienstverlening minder op prijs stellen en gauw duur vinden is volgens Melkert vooral “een kwestie van cultuur”. Voor mensen met een lage kwalificatie zou hier nog veel werk te doen zijn. Door de relatief geringe arbeidsparticipatie laat ook de ontwikkeling van de welvaart per hoofd van de bevolking te wensen over, al heeft Nederland volgens Melkert “sinds 1988 weer de gemiddelde ontwikkeling te pakken”.

De minister wil het arbeidspotentieel “langzaam maar zeker opvullen” en acht volledige werkgelegenheid “binnen bereik”. Dat het werkloosheidspercentage sinds kort onder de 7 procent ligt noemt Melkert “een zeer opmerkelijk gegeven in Europa”.