Meer galeries ingeschakeld; Renteregeling kunstaankoop uitgebreid

AMSTERDAM, 4 JULI. De Mondriaan Stichting heeft een nieuwe subsidieregeling ontwikkeld die het voor particulieren aantrekkelijker moet maken om beeldende kunst bij galeries te kopen. Aan deze zogeheten KunstKoopregeling, die op 1 januari 1997 ingaat, zullen meer galeries dan voorheen meedoen.

Dat heeft de Mondriaan Stichting, het stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en musea, gisteren in Amsterdam bekendgemaakt. De nieuwe regeling is ontworpen op verzoek van staatssecretaris Nuis (cultuur) en vervangt de bestaande rentesubsidieregeling die uit bezuinigingsoverwegingen dreigde te worden afgeschaft. De regeling stelt particulieren in staat bij geselecteerde galeries op afbetaling kunst te kopen. De rente wordt aan de galeries vergoed door de Mondriaan Stichting. Tweejaarlijks worden de deelnemende galeries uitgezocht, die elk een bepaald 'rentebudget' toegewezen krijgen van minimaal 7500 gulden.

De Mondriaan Stichting, die vanaf 1994 de uitvoering van een aantal subsidieregelingen heeft overgenomen van de overheid, krijgt hiervoor twee miljoen van het ministerie van OC en W. De stichting had om drie miljoen gevraagd. Ook voor de vorige regeling was twee miljoen beschikbaar. Nu kunnen echter volgens directeur Melle Daamen van de Mondriaan Stichting meer galeries en kopers meedoen, omdat de banken gunstiger rentetarieven berekenen. Daamen: “Banken vinden het aantrekkelijk om met ons te werken in een flexibele, publiek-private structuur, los van de overheid, en ze willen hun naam graag gekoppeld zien aan kunst. Daarom zijn ze bereid gunstige tarieven te berekenen.”

Daamen schat dat het aantal particuliere kopers zal stijgen van 2 tot 3000 tot ongeveer 5000 per jaar. Aan de oude regeling deden ruim 120 galeries mee. Daamen wil nu naar een aantal van 150 tot maximaal 200. De selectie wordt om de twee jaar gedaan door een nog te vormen commissie bestaande uit medewerkers van de Mondriaan Stichting aangevuld met externe deskundigen. Meer dan tot nu toe zal bij de selectie worden gelet op de professionaliteit van de galeries. Ze moeten onder andere al ten minste twee jaar als galerie functioneren, beschikken over een 'eigen stal' van kunstenaars en een handelsomzet hebben van minimaal 75.000 gulden per jaar. “Wat betreft de artistiek-inhoudelijke kwaliteit zullen we er ook op letten of een galerie betekenis heeft voor een bepaalde regio”, zegt Daamen. “De oude regeling was erg gericht op de Randstad en met name de Amsterdamse avant garde. Maar er zijn allerlei galeries die misschien wat minder vernieuwende kunst presenteren, maar voor het kunstleven in hun omgeving van grote betekenis zijn.”

Kunstwerken die voor de regeling in aanmerking komen moeten na 1945 zijn gemaakt door nog levende kunstenaars. Voor het eerst doen ook werken van kunstenaars van buiten de Europese Gemeenschap mee. Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten kopers werk van ten minste 1250 gulden kopen. Het uiterste bedrag dat gefinancierd kan worden bedraagt 10.000 gulden, maar aan het aankoopbedrag van een schilderij wordt geen limiet gesteld. Nieuw is dat houders van het Cultureel Jongeren Paspoort al renteloos mogen lenen voor kunstwerken vanaf 350 gulden. De kleine galeries krijgen een extra impuls van de stichting Artimo, een particulier initiatief van een anonieme kunstmecenas. Deze kunststichting stelt in ieder geval voor de komende vier jaar een jaarlijks bedrag van 100.000 gulden beschikbaar voor kleinere galeries.

De regeling geldt voor alle beeldende kunst, inclusief fotografie, grafiek en vormgeving, waaronder ook sieraden vallen. Voor kunstwerken die in serie worden geproduceerd geldt een maximum aantal van 60 exemplaren. Om de authenticiteit te waarborgen moeten deze door de kunstenaar met de hand zijn genummerd en gesigneerd.