Londen geeft Schotten hun symbool terug

LONDEN, 4 JULI. Zevenhonderd jaar nadat de Engelse koning Edward I de 'Stone of Scone' van de Schotten heeft gestolen, keert het symbool van Schotse onafhankelijkheid naar Schotland terug. In een speciale verklaring heeft de Britse premier, Major, de overdracht gisteren in het Lagerhuis bekendgemaakt. De bijna 200 kilo zware zandsteen, bekend als 'de steen van het lot', zal worden verwijderd uit de zitting van de houten stoel in de Londense Westminster Abbey waarop Engelse koningen al sinds 1307 worden gekroond.

In overleg met Schotse kerkelijke en civiele autoriteiten zal de nieuwe ligplaats van de steen worden bepaald, waarschijnlijk Edinburgh Castle, waar de Schotse kroonjuwelen worden bewaard, of de nabijgelegen St Giles kathedraal. Bij kroning van een nieuwe Engelse monarch zal de steen weer tijdelijk naar Westminster Abbey worden overgebracht.

De overdracht is een gebaar van goede wil tegenover de Schotten, die zich door de regerende Conservatieve partij al jarenlang verwaarloosd voelen. De steen was voor de Schotten door zijn ligging in Londen tot symbool van onderwerping aan Engeland geworden. In opiniepeilingen halen de Conservatieven in Schotland maar vijftien procent van de stemmen. Bij lokale verkiezingen, vorig jaar in Schotland, wonnen Conservatieven in geen enkel kiesdistrict een meerderheid.

Met teruggave van de steen wil de Britse regering ook demonstreren dat de Schotse nationale identiteit behouden kan blijven binnen het Verenigd Koninkrijk. Daarvoor is geen decentralisatie nodig en niet de oprichting van een Schots parlement, zoals wordt bepleit door Labour en de Liberaal-Democraten. Daarvoor hoeft ook geen Schotse onafhankelijkheid te worden uitgeroepen, zoals de Scottish National Party (SNP) ambieert. Om dat uitgangspunt te onderstrepen maakt premier Major morgen voor het eerst zijn opwachting in het Schotse Dumfries bij het zogeheten Scottish Grand Committee, een commissie die bestaat uit de 72 Schotse leden van het Britse Lagerhuis.

Volgens de legende heeft de 'Stone of Scone' nog als kussen voor aartsvader Jacob gediend, en is de steen via Egypte, Italië, Spanje en Ierland in Schotland terechtgekomen. Sinds 700 voor Christus werd de steen bij kroningen van Ierse en Schotse koningen gebruikt. De steen begon te kreunen als een koning erop plaats nam. Bij gewone stervelingen die gingen zitten, zweeg de steen demonstratief.

Bij het verdrag van Northampton in 1328 beloofden de Engelsen dat ze de buitgemaakte 'Stone of Scone' aan Schotland terug zouden geven. Het SNP-parlementslid Margaret Ewing klaagde gisteren in het Lagerhuis dat het de Engelsen 668 jaar had gekost om de daad bij het woord te voegen. Haar Liberale collega David Steel verklaarde dat de meerderheid van de Schotse bevolking zelfbestuur wil en niet alleen maar een symbool.

De aankondiging dat de 'Stone of Scone' naar Schotland terugkeert, voedde speculaties dat de steen die wordt bewaard in Westminster Abbey een vervalsing is. Vier nationalistische Schotse studenten ontvreemdden de steen op kerstavond 1950 uit de Londense kerk en zeiden dat ze hun rechtmatig eigendom hadden teruggehaald. Later werd de steen in het Schotse Arbroath teruggevonden en weer teruggebracht naar Westminster Abbey. Maar volgens Schotse nationalisten was de steen inmiddels door een imitatie vervangen en wordt de echte steen nog steeds op een geheime, Schotse plaats bewaard. De Britse minister voor Schotland sprak die lezing gisteren tegen.