Fietshollander op Korfoe

De massatoerist reist tegenwoordig per vliegtuig naar een verre vakantiebestemming en verplaatst zich daar verder in een huurauto. Solisten verkiezen echter boot, trein of fiets. Langzamer, maar romantischer. Twee reisverhalen aan het begin van de grote vakantie.

Ik heb eens een elektricien ontmoet die zijn leven lang had gespaard om met de Queen Elizabeth II naar Amerika te kunnen varen. Daar zat hij bij het smalbemeten zwembad op het zonnedek te genieten van zijn droom die werkelijkheid was geworden. Bootreizigers zijn romantici, net als treinreizigers, want als je ergens heen wilt, kun je beter een vliegtuig nemen. Naar Korfoe bijvoorbeeld.

Het was een aanbod van Eigenwijze Reizen: een fietsvakantie op Korfoe. Met de trein reis je naar Venetië en daar neem je de boot. Zo verover je in twee en een halve dag de afstand die een chartervliegtuig in twee en een half uur overbrugt. Er waren maar een paar nadelen aan deze romantische manier van reizen. Een daarvan was, dat ik mijn eigen mooie mountainbike niet mee kon nemen. Nou ja, het kon wel, maar het was niet raadzaam. Fietsen willen nog wel eens verfrommeld uit de bagagewagon tevoorschijn komen. Het was veel beter, zei de man van het reisbureau, om ter plekke een fiets te huren.

De andere nadelen overdacht ik in de trein. Een avond, een nacht en een halve dag duurde de treinreis, dus ik had alle tijd. Met wie zou ik bij voorkeur géén treinreis maken? vroeg ik me af. Met kleine kinderen, was het antwoord, met twee snurkende mannen in de slaapcoupé, met jongeren die een rugzak bij zich hebben en een walkman, met mooi weer buiten, terwijl het raam niet open kan omdat de trein wordt geventileerd door middel van een systeem dat nog staat afgesteld op het slechte weer van vorige week.

Ik tuurde naar buiten, waar een dicht struikgewas langs de spoorbaan het uitzicht belemmerde. Waarom zou iemand deze manier van reizen kiezen? Niet omwille van de prijs, want die valt vermoedelijk in het voordeel van het vliegtuig uit. Omdat het prettig is om langzaam te reizen misschien, en zonder enige twijfel omdat niets zo adembenemend mooi is als het gezicht op Venetië vanaf een schip dat majestueus de haven uitvaart. Langs de bruggen en de waterstraten, langs het San Marco plein, het paleis van de Doge, de Renaissance-huizen en de kerken gleed de boot, terwijl opvarenden de namen riepen van de gebouwen die ze herkenden.

Negenentwintig uur duurt de bootreis naar Korfoe, maar dat wist ik van tevoren niet. Eigenwijze Reizen had zich vergist in de datum van aankomst. Bij de receptie kon ik een hut bespreken, een vierpersoonscabine (mannen en vrouwen gescheiden) of een hut voor een echtpaar. Voor de prijs van zo'n huwelijkshut verwachtte ik de bruidssuite in de Ritz, niet het duistere strafhokje dat me te wachten stond. Als ik het te duur vond, zei de receptioniste koeltjes, kon ik ook een Pullmanseat nemen, een vliegtuigstoel waarin reizigers die geen geld willen uitgeven de nacht doorbrengen. Zuinig leven op zo'n schip valt trouwens niet mee. De maaltijden zijn niet gratis en drank is duur. Alleen voor de dolfijnenshow hoef je niets te betalen. Ze duiken bij verrassing op en dartelen twintig minuten achter het schip aan, terwijl de mensen bij de reling staan te juichen.

De Venetianen hebben Kerkyra, Korfoe-stad, gebouwd maar ze hebben er duidelijk de overgeschoten kliekjes voor gebruikt. De huizen zijn grauw en behalve één dun torentje en een donker bakstenen fort tekent zich geen enkele bezienswaardigheid af. Ongeduldig dringen de reizigers bij de laadklep: we willen eraf! “Dit is toch leuk?” zegt Henk van der Does, die de organisatie van de fietsvakanties in handen heeft en de boottoeristen in Korfoe komt ophalen. “Het is zoals vroeger, een wat nostalgische manier van reizen. De tijd staat min of meer stil. Je waant je in een andere eeuw.”

Inderdaad lijkt het wel of niemand op Korfoe een horloge heeft of een kalender. Ik was al eerder in hetzelfde dorp geweest, Agios Ioannis, waar nooit iets verandert. Er staat een voormalige jeugdherberg waar de fietsers verblijven en op het plein is een café met een groot terras, dat wordt uitgebaat door Kosta en zijn familie. Zijn vrouw en zijn dochters staan in de keuken en hijzelf dekt de tafels, schenkt de wijn en ziet erop toe dat er geen ongeregeldheden gebeuren tussen de verschillende bloedgroepen. Er zijn er drie: de Fietshollanders, de Babyboomers en de Oude Hippies. De Babyboomers zijn Nederlanders die met hun kinderen naar Korfoe komen om de speciale, op kinderen afgestemde appartementen te betrekken. De Oude Hippies zijn Schotse en Duitse mannen van middelbare leeftijd die al twintig jaar naar Agios Ioannis komen om zich in hun vakantieweek van 's morgens vroeg tot 's avonds laat onder te dompelen in Retsina en bier. Ze hebben iets tegen fietsers, die vroeg naar bed gaan en de volgende dag bij Kosta klagen over de harde Duitse stemmen en het nachtelijke Schotse gezang. Maar ook als de Oude Hippies zwijgen kun je je niet vergissen in wie je voor je hebt: ze hebben formidabele drankneuzen, dikke buiken en lang haar. In geen enkel opzicht lijken ze op de Hollanders, die zonder uitzondering gerecruteerd lijken te zijn uit de braafste biotoop van Nederland.

Op de dag dat ik arriveer is het feest, een kleine plechtigheid in het gemeentehuis van Agios Ioannis. Twee Babyboomers die al meer dan acht jaar samenwonen, hebben besloten dat ze willen trouwen. Dat doen ze vanzelfsprekend op de fiets, een versierde tandem waar Henk van der Does lege colablikjes achter heeft gebonden. De bruid heeft een gebloemde jurk aan en ze draagt een overhaast in elkaar geflanste sluier. Achterop de tandem zit hun kind. Op Kosta's terras kijk ik betoverd toe hoe de Babyboomers rondcirkelen op het plein volgens Henks democratisch aangereikte aanwijzingen: “Zou het leuk zijn om in formatie te rijden?” “Zullen we nu naar het gemeentehuis gaan?”

Vrijwel iedereen die in het hotel woont gaat mee, al heeft het voor sommigen nogal wat voeten in de aarde. “Zal ik op deze sandalen gaan?” weifelt een van de twee oudere dames uit Groningen. “Welja”, zegt haar vriendin, “zal ik mijn fototoestel meenemen?” Haar blik gaat van de rondrijdende bruidsstoet naar het raam op de eerste etage van het hotel, waar ze een kamer hebben. “Weet je wat? Ik doe het! Ik maak een foto.”

Ze haast zich naar boven en tegen de tijd dat ze zich weer bij haar vriendin voegt, heeft die bedacht dat ze toch maar haar wandelschoenen zal aantrekken.

Nauwelijks drie kwartier duurt de huwelijksvoltrekking. Dan komen de bruiloftsgasten weer terug, naar het terras waar Kosta hen verwelkomt met drie geweerschoten en een grote mandfles wijn waar hij gul van ronddeelt.

Kleine feestelijkheden beheersen Agios Ioannis en kleine conflicten. Zo is er een moeilijkheid tussen Kosta en zijn schoonzoon Nikos. Het was eigenlijk de bedoeling dat Nikos te zijner tijd het bedrijf zou overnemen. Hij is een uitstekende kok, een culinair wonder zelfs. Het liefst zou hij van Kosta's keuken een Griekse haute cuisine maken, maar daar ziet Kosta niets in. Die houdt niet van liflafjes.

Daarom kookt Nikos op zaterdag in zijn eigen huis voor de toeristen alle gerechten die hij in een week zou willen maken. Dat zijn er nogal wat. Je wordt van tevoren gewaarschuwd: “Ga je naar Nikos? Denk erom dat je niet van het brood eet, geen sausjes opsopt en niet teveel neemt van de eerste vijf schalen.” Er worden namelijk maar liefst twaalf gangen geserveerd en iedere zaterdagnacht kun je de gasten van Nikos over het plein naar huis zien schommelen: tot aan hun kruin toe gevuld met de gastronomishe creaties van een belemmerd kunstenaar.

De meeste Fietshollanders komen twee keer in Agios Ioannis. Wanneer ze op Korfoe aankomen, overnachten ze in het hotel en beginnen de volgende dag aan een rondrit van een week over het eiland, het nabijgelegen Albanië of het Griekse vasteland. Na die tocht verblijven ze nog een week in het hotel en maken van daaruit uitstapjes. Aan het eind van de middag tref je hen aan in de achtertuin van het hotel, waar ze roodverbrand en tevreden verslag uitbrengen van hun prestaties. Langzamerhand ontstaat er een saamhorigheid, die groeit naarmate de dagen verglijden. Als op vrijdag of maandag een groepje vertrekt, wordt dat steevast uitgezwaaid door de achterblijvers.

De ochtend dat ik Agios Ioannis verlaat, is er nog niemand wakker. Alleen Vassili, de uiterst beminnelijke hotelbaas geeft me thee en een kus en drukt me op mijn hart terug te komen in september. Ik beloof het. In september kom ik terug. Met het vliegtuig.

    • Yvonne Kroonenberg