Even naar Parijs

De massatoerist reist tegenwoordig per vliegtuig naar een verre vakantiebestemming en verplaatst zich daar verder in een huurauto. Solisten verkiezen echter boot, trein of fiets. Langzamer, maar romantischer. Twee reisverhalen aan het begin van de grote vakantie.

Het is nu gewoon mogelijk. Je neemt 's ochtends in Amsterdam de trein, koopt in Parijs een krant, leest die - ja natuurlijk - op een terras, hoek Boulevard Saint Michel bij de Seine, loopt op je gemak nog wat rond, stapt weer in en je bent 's avonds terug. Wat heb jij vandaag gedaan? Ja, ik ben even in Parijs geweest. Lekker weertje, een beetje langs de rivier gelopen, gewoon.

De dienstregeling zegt het. Om 07.19 vertrekt de Thalys van het Centraal Station, om 12.05 is de trein in het Gare du Nord. Om 14.34 gaat uit Parijs een Thalys die om twee minuten voor half acht in Amsterdam is. Je kunt ook de laatste nemen: die van zeven over half zes en dan ben je nog twee minuten voor half elf terug. Het belangrijkste is dat je in een halve etmaal heen en weer kunt. Dit gaf althans schrijver dezes een gevoel van onzegbare opluchting. Parijs: nog wat verder weg dan Groningen, Maastricht of Vlissingen maar gemakkelijker bereikbaar dan een Waddeneiland of Cadzand, kortom Parijs alsof het een binnenlandse bestemming was. Een retour in Comfort 1 kost 262 gulden, als je er tenminste oud genoeg voor bent, maar ben je nog jong genoeg dan moet je er 402 gulden voor betalen. Niets lette me om met een dagretour in de Thalys het geluk van de reiziger te beproeven.

Het eerste comfort overkomt je op het station. Het is geen verrassing maar toch goed om je er nog eens van te laten doordringen dat de snelle trein op zulke trajecten superieur is aan het vliegtuig, alleen al door de volstrekte afwezigheid van het gedoe dat de luchtreiziger zich moet laten welgevallen. Het spoorwegstation is in het centrum, d.w.z. je hoeft geen vijftig gulden voor een taxi te betalen. Daarna: niet in de rij voor het 'inchecken', niet in de rij voor de marechaussee om je pas te laten zien, niet nog een uur rondhangen in de vertrekhal, geen verleiding om 'belastingvrije' dingen te kopen, geen poortje door nadat je al het metaal uit je zakken hebt gelegd waarna het toch piept zodat je je door de bewakingsdienst moet laten betasten, geen doorlichting van je bagage, niet in een nauwe stoel moeten zitten, geen vliegtuig dat niet opstijgt omdat het te druk in de lucht is, geen toespraken over het opzetten van het zuurstofmasker en het opblazen van het zwemvest. Je stapt in, vijf minuten voor het vertrek, gaat in een ruime fauteuil zitten, de conducteur wil je kaartje zien en voor de rest is er niemand die zich met je bemoeit. De trein rijdt op tijd weg.

Nu eerst nog iets over de Thalys zelf. Het is een prachtige trein: het model van de TGV met de kop van de snoek en de gestroomlijnde bult waaronder de vervaarlijke motoren schuilen, maar de kleur is mooier. Niet dat fletse oranje of het obligate aluminium met blauw van de Atlantique maar diep glazend donkerrood. Het interieur lijkt op dat van de TGV, de combinatie van stoelen en ruimte voor vrije beweging is van dien aard dat je er praktisch in kunt wonen. De ligging op de rails, de wegligging, is onovertroffen. Wat je met de ballpoint rijdend hebt geschreven is niet te onderscheiden van wat in stilstand is vastgelegd. Het geluid blijft ook bij hoge snelheden beperkt tot een diepe brom, met dien verstande dat je toch altijd zeker weet dat je in een trein zit. Tenslotte: er is een bar, d.w.z. een rijtuig met een buffet en een soort barkrukken aan het raam. Vier gulden voor een kop filterkoffie. Ik heb geen nader onderzoek gedaan.

Na het vertrek komt vanzelfsprekend, maar altijd onverwacht, zoals na ieder vertrek het bevrijdend gevoel: We rijden! Dan het naar buiten kijken en pas daarna de inspectie van de medereizigers. Zoals hierna nog zal blijken vervoert de Thalys een ander slag dan we in de gewone treinen gewend zijn. Nog tussen het station Lelylaan (waar niet werd gestopt) en Mainport Schiphol ging in iemands zak de telefoon. De andere passagier met wie ik het ruime compartiment deelde had intussen zijn IBM Thinkpad notebook tevoorschijn gehaald en zat erop te tikken of zijn leven ervan afhing. Druk was het dus niet maar het gezelschap gedroeg zich wel indringend.

Tot Brussel verandert er in wezen niets. Je zit wel in een nieuw soort trein maar je schiet niet harder op. Hier wreekt zich de Nederlandse traagheid. Tien jaar of langer geleden waren er al groepjes die onder de leuze De TGV in het CS actie voerden om Nederland op die manier te ontsluiten maar ze werden door de milieubeweging verketterd en voor de rest werd er niet naar geluisterd. In deze tien jaar is het fileprobleem gegroeid tot het ondragelijke, heeft de smog zich tot een extra-dampkring verdicht. Als je nu op smogdagen de Randstad door de lucht nadert zie je pas goed hoe ernstig het is. Het gebied onderscheidt zich van zijn omgeving doordat het schuil gaat in een Tarnkappe van vieze gassen.

De reukloze Thalys stopt wel om de haverklap: na Schiphol komen Den Haag en Rotterdam en in Vlaanderen krijg je dan nog Antwerpen. Het gezelschap in de luxueuze ruimte van het Comfort 1 was intussen aangevuld met een zakenvrouw bij wie ook meteen de telefoon ging. Zonder verdere avonturen bereikten we Brussel, om 10.02.

Op het Zuidstation werd de Thalys bestormd door Belgen met samsonites. Dat is geen wonder zoals door het verdere verloop van de reis wordt aangetoond. Onmiddellijk ten zuiden van Brussel is de aanleg van het baanvak voor hoge snelheden al jaren in volle gang. Eerst moesten we nog door een scherpe bocht en over een paar martelende wisselstraten maar toen was het gedaan met de ouderwetse traagheid. Er werd niet meer gestopt; je voelde en hoorde dat we al op snelheid begonnen te komen. En opeens, misschien nog voor de Franse grens was het zo ver. Het geluid werd dieper, sonoor, alsof er een reusachtige bromtol in het inwendige was gaan draaien. Zacht maar duidelijk merkbaar werden de passagiers met hun rug dieper in de kussens gedrukt. Je zag hoe het Noordfranse landschap, het golvend groen (dat mij nog altijd aan de Eerste Wereldoorlog doet denken: de holle wegen, kleine kerkhoven met de gesneuvelden in carré) een andere kwaliteit begon te krijgen. Niet minder zichtbaar, niet minder mooi, maar met de kwaliteit die een zeer hoge snelheid aan een wijde ruimte verleent. Enigszins vergelijkbaar met laag vliegen, met dien verstande dat je voortdurend beseft dat je rijdt. Dit is dan weer de oorzaak van een stille, vergenoegde opwinding.

Terwijl dit alles gaande was kregen de passagiers van Comfort 1 een 'lichte maaltijd', d.w.z. een broodje ham, een broodje kaas, een bakje met zeer jonge, gesuikerde oplepelbare kaas en koffie. Al etend wordt de passagier die niet zit te telefoneren of op zijn computer werkt bezig gehouden door wat er buiten te zien is. Een groot deel van het traject loopt parallel aan de autoroute van Rijssel naar Parijs. Daar kruipen de auto's, proberen elkaar in te halen, staan in de file voor de betaalloketten. Vluchtig leedvermaak overkomt je als je aan de dames en heren achter het stuur denkt.

Nog vóór het middag was geworden kregen we de Sacré Coeur in zicht. Daarna ontplooide Parijs zich op de gewone manier. Met de metro naar Chatelet, lopend door de rue du Palais, naar het terras op de hoek van de boulevard. Krant, koffie. Hoewel het in zekere zin gewoon is, of juist daardoor, komt er een gevoel van triomf in je op, ongeveer zoals dat Tsjechov eens overkwam toen hij een begrafenis voorbij zag komen. Jullie zijn in Amsterdam aan het werk, daar regent het, en ik zit hier in Parijs in de zon een kopje koffie te drinken! Ik heb nog een wandelingetje door het Luxembourg gemaakt en toen was het tijd om weer eens terug te gaan.

De Thalys stond klaar. Meer passagiers dan op de heenweg, meer telefonisch zakendoen, faxen naar Miami, morgen ben ik in Barcelona, volgende week in Montreal, waarschuw de advocaat. In Brussel gingen de meesten er weer uit.

Amsterdam lag erbij zoals ik het 's ochtends had verlaten. Op het stationsplein kwam ik een oude kennis tegen. 'Waar kom jij vandaan?' vroeg hij.

'Ik ben vandaag in Parijs geweest.'