Dood sergeant terecht officier aangewreven

DEN HAAG, 4 JULI. Een Nederlandse verbindingsofficier die in 1993 in Kroatië gewond raakte toen hij met twee collega's op twee anti-tankmijnen reed, heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld. Bij het ongeval kwam een 25-jarige sergeant om het leven.

De Nationale ombudsman concludeert in een onderzoek naar het incident dat de officier niet voorzichtig is geweest. De ministers Ter Beek (Defensie) en zijn opvolger Voorhoeve hadden hem dat verweten. De officier, die zelf licht gewond raakte, schakelde daarom vorig jaar de ombudsman in. Die concludeert echter dat de verwijten van de ministers niet ten onrechte waren.

Het incident deed zich voor op 10 oktober 1993 in de frontlinie nabij Relej Psunj in Oost-Kroatië. Het drietal, dat deel uitmaakte van een Nederlands verbindingsbataljon voor UNPROFOR, was in een militair voertuig op weg naar het hoogste punt in de sector West om een zendmast te bekijken. De officier, bestuurder van het voertuig, had zelf een route uitgestippeld. Hij wilde, zoals hij later verklaarde tegenover de marechaussee, “het nuttige met het aangename verenigen” en tijdens de tocht foto's maken.

Uit het rapport van de ombudsman blijkt dat de officier niet had geïnformeerd naar de eventuele risico's van de rit. In het dorpje Sumetlica passeerde het drietal een observatiepost van de Verenigde Naties. Argentijnse VN-militairen lieten het Nederlandse voertuig passeren. Daarna kwamen de militairen op een half verharde weg. Onderweg kruisten zij twee keer de demarcatielijn tussen de Kroaten en de Kroatische Serviërs.

Uit verklaringen van de twee overlevenden bleek dat niet lang voor hen een pantservoertuig over dezelfde weg had gereden, getuige de verse sporen die zich voor hen uitstrekten. Onderweg maakten zij foto's van een beekje en van elkaar. Na enkele kilometers hield het spoor op, waarop de Nederlanders constateerden dat het pantservoertuig was gestopt en teruggereden. De Nederlanders reden langzaam verder. Enkele tientallen meters voorbij het keerpunt zaten grote kuilen in de weg. “Op het moment dat we voor de kuilen in de weg gestopt waren, heb ik geen moment de gedachte gehad dat ik in een mijnenveld zou staan”, verklaarde de verbindingsofficier later.

Toch besloten zij terug te keren, omdat zij bang waren dat de wagen in de kuilen zou blijven steken. Toen zij zich achteruitrijdend van de plek verwijderden raakten de achterwielen twee mijnen, die vrijwel tegelijk ontploften. De derde inzittende, een sergeant die zwaar gewond raakte, verklaarde vier dagen later dat hij met één van de andere inzittenden vlak voor de plek des onheils een tak had verwijderd die dwars over de weg lag. Hij had aangenomen dat die tak was afgerukt door het pantservoertuig voor hen. In het gebied waren vaker takken of boomstammen gebruikt als wegversperring om gevaarlijke wegen af te zetten, maar daarvan waren de drie niet op de hoogte. De bestuurder zei later dat zij geen takken hadden verwijderd.

Niet bekend