De restauratie van een gedegradeerde vloedvlakte

In de vloedvlakte van de Waza Logone lijken natuurherstel en ontwikkelingswerk samen te gaan. Overstromingen moeten de waterdynamiek en de biodiversiteit in dit deel van Kameroen herstellen.

Het is een drukte van belang op de Petit Goroma, een zijtak van de Logone-rivier in Kameroen. Tussen vissers die al zwemmend hun netten uitzetten of al met volgeladen, diep liggende kano's huiswaarts keren, vliegen ontelbare reigers en kleurrijke ijsvogels af en aan. Aan weerszijden strekt zich een drassige, vrijwel boomloze groene vlakte uit die veel weg heeft van een Hollands veenweidegebied. Maar aan de rand daarvan valt een verschil op: giraffen, leeuwen, struisvogels. Die lopen hier nog - maar veel heeft het niet gescheeld.

Die dynamiek op en langs dit water heeft lange tijd ontbroken. Hier wordt nu eens niet een rivier ingekaderd, maar weer de ruimte geboden. “Kijk, dit heb ik gedaan”, zegt Paul Kouamou met een breed gebaar op de onafzienbare moerasvlakte. Even lijkt de topograaf in zijn eentje de eer van het zwaar bemande Kameroenees-Nederlandse Waza Logone Project op te eisen, maar hij wijst slechts op de oever van de rivierarm. Vele warme dagen bracht hij door op een dragline om de walkant te herstellen, als voorbereiding op de komst van stromend water na vijftien jaar verdroging.

Het grootste deel van de Sahel ontvangt water via regen. Het regenseizoen duurt niet meer dan enkele maanden, en daarbinnen is de neerslag wisselvallig. Water is niet het enige schaarse goed: de bodem is meestal arm aan voedingsstoffen. Maar binnen de Sahelzone zijn er enkele plekken waar water en voedingsstoffen overvloedig aanwezig zijn: de Sahel-wetlands. De Waza-Logone vloedvlakte in het noorden van Kameroen beslaat ongeveer tien procent van het totale oppervlak aan belangrijke vochtige riviergebieden in de Westafrikaanse Sahel. Negentig procent komt voor rekening van de rivieren Sénégal en Niger en het Tsjaadmeer.

Met kunstmatige ingrepen is er volop aan die gebieden gesleuteld. De vloedvlakte van de Logone is nu een van de beter bewaarde natte gebieden. Alleen hier is nog sprake van uitbundig natuurlijk planten- en dierenleven, naast zones die van belang zijn voor veeteelt, visserij en landbouw. Een jaarlijkse cyclus van overstroming en verdroging stond borg voor dynamiek en rijkdom.

Ondoordacht

Maar na 1979 was het met een flink deel van de dynamiek gedaan. In dat jaar werden de eerste fasen van het SEMRY project voltooid - een prestigieuze onderneming voor rijstteelt door kunstmatige bevloeiing. Met de constructie van de Magadam ontstond het Magameer, dat dient voor irrigatie van de rijstvelden van het project. Geluiden dat het plan ondoordacht was werden door de Wereldbank en de toenmalige Kameroenese regering genegeerd. Noordwaarts stromende rivieren die het water in de regentijd aanvoerden, werden door de Magadam afgesneden. Ter bescherming van de rijstvelden werd de Magadam doorgetrokken langs de linkeroever van de rivier Logone.

Twintigduizend mensen zijn nu direct betrokken bij de rijstteelt. Maar het nog steeds met buitenlands geld gesteunde SEMRY loopt op zijn best moeizaam, met terugkerende conflicten tussen het project en de pachters van de geïrrigeerde grond. Een SEMRY medewerker spreekt van 'permanente crisis'. Op de plaats waar het Magameer zou verschijnen werden de bewoners destijds gewaarschuwd. Maar stroomafwaarts, waar zo'n slordige honderdduizend mensen hun bestaan in de vloedvlakte vonden, wist men van niets. En in die vloedvlakte veranderde de situatie drastisch - voor mens en dier. Door het grotendeels wegvallen van de dynamiek van terugkerende overstromingen en door verdroging werden de waardevolle weiden voor het droge seizoen, de yaérés, tot eenvijfde van hun omvang teruggebracht. Nomadische veehouders verloren belangrijke traditionele voedselgronden en drinkplaatsen. Veel vissers verlieten de permanent drooggevallen visgronden, die ooit een eersteklas exportproduct opleverden.

Na de start van het irrigatie-project werd de situatie ook nijpend voor het Nationale Park Waza, dat als een van de laatste gebieden nog een doorsnee bood van het oorspronkelijke dierenleven van de Sahel. Het droogde uit. Als noodoplossing werden kunstmatige drinkplaatsen uitgegraven, met name voor de olifanten en giraffen van het park. Maar dat loste het teruglopen van het voedselaanbod niet op. Met leeuwen in het voetspoor, trokken grote kudden antilopen in het droge seizoen het park uit. Buiten het park waren zij kwetsbaar voor stroperij en ziekten. Vele dieren gingen, in combinatie met uitputting, aan runderpest te gronde. Het van water verstoken park zelf werd toegankelijker voor stropers. Het nijlpaard was al definitief verdwenen; na de drooglegging volgden de waterbokken en jachtluipaarden. De aantallen antilopen werden gedecimeerd. Ook moerasvogels, waarvoor de Logonevloedvlakte van enorme internationale betekenis is, vertoonden een flinke achteruitgang. En het wegvallen van paaigronden was tot in het enorme Tsjaadmeer aan de visstand af te lezen.

De waterdynamiek terugbrengen - dat is de doelstelling van het Waza-Logone project, geleid vanuit de stad Maroua. En het ziet er naar uit dat het lukt. Het project startte in 1992, met als doel de biodiversiteit door ingrepen te herstellen en nomadische en gevestigde bevolkingsgroepen mogelijkheden te bieden duurzaam van de herstelde natuurlijke hulpbronnen gebruik te maken. De aanduiding 'project' dekt hier een combinatie van Kameroenese en Nederlandse expertise en een veelzijdige wetenschappelijke benadering. Hydrologie, ecologie en sociale economie, natuurbeschermings- en ontwikkelingswerk komen hier samen.

Het uitgangspunt is dat de productie van SEMRY onaangetast blijft. Niettemin blijken er goede mogelijkheden te zijn voor restauratie. De eerste stap is al genomen. In mei 1994 werd met het afgraven van een klein stukje dijk langs de Logone een rivierarm in ere hersteld: de Logomatya. Nu wordt zij in de natte tijd door de Logone gevuld. De ingreep maakt een behoorlijk stuk vochtig, van tien bij vijftien kilometer. De zogenaamde 'Pilot' fungeert nu als proefgebied waar water weer vrij spel heeft.

Het afgraven van het stukje van de lage, smalle dijk van samengeperste aarde was binnen enkele uren geklaard. Het gebeurde met de machines van SEMRY, dat alle medewerking verleent. En: met nadrukkelijke instemming van de verschillende bevolkingsgroepen. De doelstellingen moeten plaatselijk zo duidelijk mogelijk worden overgebracht. Veel voormalige vissers stond nog haarscherp voor ogen hoe vóór 1979 de overstromingen verliepen. Het herstel ging op sommige plaatsen ten koste van veldjes maïs of rode gierst. Ook werden wat huizen overstroomd en weggespoeld - maar dat was van tevoren bekend en met de betrokkenen doorgepraat. Jaap Kok, van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers: “Voor de bewoners was dat niet zo dramatisch. Dat gebeurde vroeger ook wel bij extra overstroming; een gunstig teken, want het voorspelde een goed visjaar.”

En zo was het nu ook. Vorig jaar haalden sommige vissers een omzet van tegen de twintigduizend gulden. Een enkeling heeft zelfs een auto kunnen kopen. Sociaal-econome Maureen Roell: “Ook veelbetekenend: men trouwt weer. Jarenlang ontbrak het de bewoners van de vloedvlakte aan geld voor de vereiste 'dot', een huwelijksgift.”

Bonte afwisseling

Net na het hoogtepunt van de tweede overstroming sinds het herstel, biedt de vloedvlakte een bonte afwisseling aan permanente en tijdelijke nederzettingen. Twee bevolkingsgroepen in het aan etnische groepen rijke gebied richten zich op de visserij: de Kotoko en de Mousgoum. Met netten en korven worden flinke hoeveelheden vis binnengehaald. De kanaaltjes variëren in grootte van een geul tot flinke boerensloot. Voor het overgrote gedeelte bestaat de vangst uit kleine meervallen, op langgerekte tafels liggen ze te drogen in de zon.

“Mon Dieu, on a souffert”, vertelt Ali Boukar, in het Mousgoum dorpje Zama over de periode na SEMRY. “Het vissen viel weg, er was niets meer. We hebben toen landbouw geprobeerd, maar dat liep ook niet. Het was moeilijk, men heeft echt honger gehad. De vrouwen bleven hier terwijl de mannen tot in de wijde omtrek op zoek gingen naar voedsel en werk. Nu is het weer als vroeger. Het is aan God, maar we hopen dat het zo blijft. We voelen ons nu als vorsten.”

Volgens Hans Wesseling van het Waterloopkundig Laboratorium lag het doorsteken van de dijk bij Tekélé, als eerste stap naar herstel voor de hand. Maar er ging uitgebreid hydrologisch onderzoek aan vooraf. “Kennis ontbrak, er waren geen kaarten van de oorspronkelijke situatie en de kwaliteit van oude satellietbeelden viel tegen. Realiseer je: het gaat om een groot gebied, met zo'n honderd kilometer rivierlengte. Gelukkig was er een nauwe samenwerking met Kameroenese hydrologen. Mijn Kameroenese counterpart had voor zijn promotie-onderzoek vijf jaar door het gebied getrokken, hij kende het als geen ander.”

Uitgebreide landmeetploegen trokken het eenvormige veld in en brachten bij temperaturen tot vijfenveertig graden de minieme hoogteverschillen in kaart. “Daarnaast zijn we in Delft begonnen met het opzetten van een hydrodynamisch model van de rivier en de belangrijkste stroomgeulen, in grote platte bakken die je vol met water laat lopen. Spelenderwijs kregen we zicht op de relatie tussen de rivier en haar vloedvlakte. Na de doorsteek hebben we nog veel meer veel geleerd, door ploegen hydrologen in het veld te hebben wanneer de vloed komt en gaat. Ondanks alle voorstudies zijn er toch nog verrassingen.”

De pilot heeft veel meer effect gehad dan verwacht, ook sociaal-economisch. Dit heeft gevolgen voor het intensieve onderzoek naar de opties voor verder grootscheeps herstel. De uitdaging is het water zo ver mogelijk oostwaarts te krijgen, zodat het Waza Nationale Park ervan kan profiteren. Eén optie is het creëren van een brede, betonnen overstromingsdrempel in de Magadam, waardoor het Waza park weer veel water ontvangt, maar de rijstteelt ontzien wordt. Een dure operatie: die drempel zou zeer breed moeten zijn om de stroomsnelheid te beperken. En van beton, zodat er niet aan de hoogte getornd kan worden en hierover dus geen terugkerende conflicten ontstaan tussen verschillende belangengroepen. De bevindingen sinds de Pilot hebben deze ingreep op de lange baan geschoven. Wesseling: “De situatie in de vloedvlakte blijkt morfologisch en hydrologisch onstabiel te zijn. Voorlopig moeten we de zaak van jaar tot jaar bekijken. Maar de doelstelling - een vrijwel volledig herstel van de vloedvlakte met behoud van de SEMRY projecten - lijkt nog steeds haalbaar.”

Het terugbrengen van water is één stap, of de natuur van de vloedvlakte na jarenlange degradatie nog herstellend vermogen heeft, een andere. In het niet meer jaarlijks overstromende deel van de vloedvlakte ruimden meerjarige grassen het veld voor eenjarige. Maar juist de eerste leverden met hun hergroei in de droge tijd voedsel voor vee en wild. Naast de acacia (Acacia seyal) rukte vanaf 1988 ook opeens Sorghum arundinaceum op, een eenjarig, zeer hardnekkig gras. “Een rotgras”, vat ecoloog Paul Scholte van het Centrum Milieukunde Leiden samen. “Het bedekt een groot deel van het gebied. Het produceert slecht, ook voor vee. En het groeit ook nog eens hoog. Er kan nauwelijks iets anders tussen kiemen.”

Vegetatie-herstel is er nu wel degelijk. Gewaardeerde meerjarigen, zoals Echinochloa pyramidalis, hebben sinds de pilot weer zaad geschoten. Maar tegen de verwachting in heeft het ongewenste Sorghum zich ook uitbundig uitgezaaid. Scholte, net terug van een slopend meerdaags bezoek aan de vegetatie-plots: “Het is nog niet de situatie waar we naartoe willen. Maar wetenschappelijk is het boeiend. De factor 'bodem' is waarschijnlijk veel geleidelijker veranderd dan de waterdynamiek. Zo heeft meerjarige vegetatie een zeer intensief wortelstelsel. De wortels houden de bodem bij elkaar, die daardoor vochtig blijft. Zo gauw je geen meerjarigen meer hebt, krijg je in de zware kleigrond enorme scheuren en vochtverlies.”

De vegetatie produceert in het tot nu toe gerestaureerde deel van de vloedvlakte merkbaar meer voedsel, voor vee én wilde dieren. Wat wilde zoogdieren betreft is het nog te vroeg om van herstel in aantallen te spreken. Maar dat ze de pilot waarderen is duidelijk: wanneer de grond droogvalt, verdringen de dieren van Waza zich om te grazen. Olifanten gaan heel omzichtig te werk, en begeven zich via veilige routes in de drassige vlakte. Toch komen zij weleens in de problemen, gezien de sporen die ze in de zuigende modder achterlaten.

De olifanten-populatie (meer dan duizend dieren) speelt een belangrijke rol in de conflicten tussen mens en dier in de regio. Door verdroging van de vloedvlakte werd de situatie er niet beter op. De dieren verspreidden zich noodgedwongen over een groter gebied om aan voedsel te komen en dat gaf schade aan landbouwgewassen. Onvrede daarover leidt regelmatig tot gewelddadige actie en dieren die uitwijken naar Tsjaad blijken daar ook niet welkom te zijn. De wereld is klein voor olifanten. Haast al hun bewegingen, ook die langs aloude migratieroutes, zorgen voor problemen. Herstel van de vloedvlakte en het voedselaanbod van de dieren kan uitkomst bieden.

Biotoopherstel bij de vogels is hier onmiskenbaar. Moeiteloos kun je zeldzame en bedreigde soorten eruit pikken. Maar de enorme aantallen waarin de wat 'gewonere' soorten voorkomen, maakt minstens zoveel indruk. “Kwantiteit telt ook, dit gebied voorziet internationaal in een enorme behoefte. Alleen al de hier overwinterende palearctische trekvogels maken dat belang duidelijk”, benadrukt Scholte. Zo weten grote aantallen ooievaars en grutto's de vloedvlakte te vinden. Ook purperreigers vliegen af en aan. Toen hun stand in Nederland sterk achteruitging, bleek de oorzaak in hun overwinteringsgebieden te liggen: droge jaren en kunstmatige verdroging in de Sahel. Onder de puur Afrikaanse vogels is er de ernstig bedreigde zwarte kroonkraanvogel - waarschijnlijk is de Logone vloedvlakte inmiddels zijn belangrijkste onderkomen.

Overbegrazing

Wanneer het gebied gaandeweg droogvalt, verzamelt de vis zich in de laatste met water gevulde kommen. Reigers en ooievaars, pelikanen en mensen bewegen zich zij aan zij. Aan dat broederlijke samenzijn komt snel een eind, wanneer de menselijke vissers de kommen via kanaaltjes ontwateren en alle vis voor zich opeisen. Dat is een bron voor conflicten met veehouders: die zouden zulke drinkwaterplaatsen voor hun vee zo lang mogelijk willen behouden. En mogelijke overbegrazing door hun kuddes brengt de wilde zoogdieren weer in de problemen.

Het aantal vissers dat zich opnieuw in het gebied vestigt, groeit. Binnen sommige delen van de pilot is het bezoek door veehouders en hun kuddes verdubbeld. Het aloude informatie-systeem, met uitwisseling van gegevens op veemarkten en verkenningen te paard, werkt snel. Nomaden vormen binnen natuur- en ontwikkelingsprojecten een moeilijk bereikbare groep - die bovendien een moeizame verhouding heeft met de permanent gevestigde bevolking. Binnen het Waza-Logone project krijgen zij en hun problemen speciale aandacht, en dat wordt gewaardeerd. Ook nu het gebied meer en meer bezocht wordt, is de verhouding uitstekend.

Daniel Ngantou, van het Kameroenese ministerie voor Milieu en Bosbouw en directeur van het herstel-project, benadrukt het voorzichtig omspringen met de verschillende belangen die in het spel zijn. “Je moet stap-voor-stap te werk gaan in voortdurend overleg. Rehabilitatie van visserij en van veeteelt, verbetering van de landbouw vormen één kant van het verhaal. Maar hoe kun je vermijden dat de bevolking die zich nu vestigt de nationale parken ondergraaft? Bescherming is een absolute prioriteit. We proberen het gebiedsgebruik te sturen door samen te werken met de heel gedifferentieerde bevolking en daarin bondgenootschappen te vinden. Naar die balans tussen natuurbescherming en ontwikkeling zijn we doorlopend op zoek.”

    • Frans van der Helm