Couzy draagt commando landmacht over aan Schouten; Soepele troepenman heeft van nature gezag

Vandaag is luitenant-generaal M. (Maarten) Schouten (Waddinxveen, 11 december 1943) officieel aangetreden als Bevelhebber der Landstrijdkrachten. In legerkringen bestaat grote bewondering voor de nieuwe topman, die soepeler en diplomatieker zou zijn dan zijn voorganger Couzy.

Hij loopt het liefst in gevechtstenue tussen de manschappen, een zwaar shagje rokend en een bekertje koffie in de hand. Luitenant-generaal Schouten is een echte troepenman. Een grote, brede militair met uitstraling. “Hij dwingt respect af bij de mannen en vrouwen in het veld. En dat respect ontleent hij niet aan zijn rang of functie, hij heeft het van nature”, vertelt P. van Even, hoofdredacteur van het onafhankelijke defensiemagazine Armex.

In het maart-nummer (1993) van dat blad legt Schouten uit waarom hij beroepsmilitair werd. “Ik ben in de oorlog geboren, heb de naweeën ervan meegemaakt en mijn ouders er veel over horen praten - dat heeft mijn keus sterk beïnvloed”, zegt de bevelhebber, van wie werd verwacht dat hij dierenarts zou worden: als jongetje ging de slagerszoon veelvuldig met een ouderwetse veearts de boer op. Na de HBS - de dorpsonderwijzer van Ridderkerk adviseerde de Mulo - ging Schouten naar de KMA. Hij wilde cavalerist worden, maar het werd de Genie op advies van de aanname-commissie, die zijn hoge cijfers voor de exacte vakken had gezien. Van 1974 tot 1976 studeerde hij aan de Hogere Krijgsschool en in 1988 was hij cursist aan het Royal College of Defence Studies in Engeland.

In hoge legerkringen omschrijft men Schouten als “bijzonder intelligent en vindingrijk”. “Hij heeft als mijn medewerker, als een van mijn sous-chefs, bewezen zeer ingewikkelde processen op het gebied van communicatie aan te kunnen”, herinnert de inmiddels van het toneel verdwenen generaal A. van der Vlis zich. Hij doelt op de tijd dat hij als plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht de baas was van Schouten, die hij als “uiterst getalenteerd” omschrijft. “Dat laatste blijkt ook uit het feit dat hij zo snel carrière heeft gemaakt”, vult Van der Vlis aan. “Van brigadecommandant werd hij bijvoorbeeld vrijwel ineens legercorpscommandant. Daar tussenin was hij maar een paar maanden generaal-majoor, dat gebeurt niet alle dagen. Schouten is naar mijn idee de meest geschikte man voor de functie van bevelhebber.”

Van der Vlis zegt “niet jaloers” te zijn op Schouten. “Onder de huidige omstandigheden - het gigantische veranderingsproces bij de landmacht - moet je ongeveer Onze Lieve Heer zijn om op die post het hoofd boven water te houden.” Plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Defensie, H. Hulshof, denkt dat Schouten zo'n schaap met vijf poten is. Hulshof heeft de laatste anderhalf jaar intensief met Schouten samengewerkt. Beiden waren co-voorzitter van wat hij noemt de “regiegroep van de doelmatigheidsoperatie bij Defensie”. “Schouten kan buitengewoon goed meedenken, heeft een uitstekend oog voor de krachtsverhoudingen. Bovendien heeft hij een grote inbreng door zijn kennis van het landmachtbedrijf. Hij is helder, zakelijk, kan harde beslissingen nemen. Van de andere kant is hij een heel sympathieke gozer, eentje met humor. Zijn enige nadeel is dat hij altijd zo veel as morst.”

“Schouten staat voor zijn zaak”, meent voorzitter J. Golsteijn van de VBM, de Vereniging Belangenbehartiging Militairen. Hij maakte Schouten jaren geleden mee op een schietsessie in Duitsland. “Hij is goed naar de mannen toe en dat maakte hij de daar aanwezige minister Ter Beek ook héél duidelijk.” Eerder dit jaar zag hij Schouten in het televisie-programma van Sonja. “Daar maakte hij een charmante indruk, met name het vrouwvolk was zichtbaar van hem onder de indruk. Ik weet niet of dat zo goed bij een generaal past. Maar misschien voelde hij zich wat opgelaten omdat zijn gezicht onder de poeder zat.”

Golsteijn herinnert zich Schouten ook van het tv-programma De achterkant van het gelijk, van Marcel van Dam. “Ik vond dat hij bij die discussie met de vele generaals erg volgzaam was in de richting van de minister van Defensie. Zo van: ik voer uit wat Voorhoeve wil.” Letterlijk antwoordde Schouten op de vraag of hij zich in een kansloze missie in Nigeria wilde storten: “Als het kabinet zo heeft besloten, dan gaan we.” Schoutens voorganger Couzy zag het in dezelfde uitzending een slag anders. “Zij hebben makkelijk praten”, zei hij over het ministerie in Den Haag. “Ik zou het allemaal aan mijn laars lappen.”

Na bevelhebber Couzy, van wie gezegd wordt dat hij weinig politiek Fingerspitzengefühl heeft, krijgt minister Voorhoeve te maken met een bevelhebber van de landmacht die vaker water bij de wijn doet. Luitenant-generaal Schouten lijkt meer begrip te tonen voor wat in de kazernes minachtend “bureauhengsten” wordt genoemd. Dat is vermoedelijk mede het gevolg van het feit dat hij de laatste drie jaar als plaatsvervangend chef Defensiestaf werkzaam was. Dat was hij in Den Haag, dichtbij de minister en ver van het door hem zo geliefde veld.

    • Guido de Vries