Schrijver, verlost van het schrijven, op 'grand tour'

GRONINGEN, 3 JULI. De rij is lang en blijft lang. Omstandig pakt een meisje de vijf delen van De Tandeloze tijd uit haar tas, en neemt de stapel in ogenschouw. “Had u maar geen vijfdelige trilogie moeten schrijven”, zegt ze bestraffend. A.F.Th.van der Heijden signeert. Vandaag is Groningen aan de beurt, boekhandel Scholtens Vristens.

Op de lijst staan nog zes steden en dan is de grand tour, zoals de uitgeverij de omstandige tocht van enkele weken langs boekhandels in het hele land zwierig betitelde, ten einde.

De beide, voorlopig laatste delen van de romancyclus van Van der Heijden, Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras, liggen al enige weken in winkel. In drie verschillende uitgaven: gebonden, in paperback met nieuwe omslag en in paperback met de oude omslag. In grote oplagen is het boek van de persen gekomen, boekhandels hebben ruim ingekocht. Binnen drie dagen na het verschijnen van beide delen op 22 juni was de eerste oplage van 4000 gebonden exemplaren uitverkocht. Herdrukken zijn in voorbereiding.

Bij Boekhandel Scheltema in Amsterdam zijn beide delen niet aan te slepen. Verbazingwekkend vaak wordt de hele serie in een keer aangeschaft. Er zijn zelfs mensen die de hele serie gebonden én in paperback nemen, waarbij de gebonden serie 'voor net' gekocht wordt, zodat in de boekenkast de ongeschonden ruggen van de delen kunnen prijken. Maar dat zijn uitzonderingen, denkt een verkoper van Scheltema. De verwachting bij diverse boekhandels is, dat de verkoop die van de bestseller van het afgelopen seizoen, Het boek van Violet en Dood van Gerard Reve, zal overstijgen.

“Er is nauwelijks een overgang geweest tussen de vijftien maanden van eenzame afzondering die ik doorbracht met schrijven, en de voortdurende stroom mensen die ik nu langs me zie trekken”, zegt van der Heijden. “Enigszins vervreemdend is dat wel.” Uitstel op uitstel was aan de publicatie vooraf gegaan. “De vertakkkingen die zich aandienden tijdens het schrijven, moest ik volgen. Die kon ik niet laten liggen. Het gevolg was wel, dat die zijtakken parasiteerden op het 'moederboek', dat achterbleef als een lege huid.

“Zolang deel drie niet af was, durfde ik bijna geen boekhandel meer in. Bang voor die vraag: waar blijft het. Nu kamp ik voortdurend met een vaag schuldgevoel: terwijl ik de trap afga, vraag ik me af of ik niet eigenlijk de trap óp moet, naar mijn werkkamer. Aan de andere kant,” peinst de schrijver, “die signeeracties zijn een mooie smoes om met een omweg in café Zwart te belanden, met bovendien een voldaan gevoel over gedane arbeid.”

Voor een signeersessie van anderhalf uur in het noorden des lands wordt al tegen het middaguur verzameld, broodjes mee en dan is er alle tijd voor bespiegelingen over het schrijverschap, over roem en over hetcircus, dat de presentatie van de boeken onvermijdelijk met zich meebrengt. Voor die anekdote over de Nijmeegse boekhandel, waar na een uitputtende sessie het eind van de rij eindelijk is zicht was, toen de boekhandelaar nog met een enorme stapel aan kwam. Of meneer van der Heijden deze exemplaren ook nog even wilde tekenen, voor de vaste klanten die helaas verhinderd waren. En een stapeltje voor bij de kassa, en natuurlijk voor het personeel zelf.

Of het verhaal van de Amsterdamse sessie, toen de uitbater van café de Zwart, stamcafé van de schrijver op het naast een grote boekhandel gelegen plein zijn steun aan de schrijver wilde betuigen met een perfect getapt biertje, dat met spoed op een dienblad naar de overkant werd gebracht. Waar de schrijver nergens te bekennen was, want de signeeractie vond plaats in die andere, grote Amsterdamse boekhandel, aan een ander plein.

In de rij bij de Groningse boekhandel torsen de wachtenden stapels, vaak al beduimelde exemplaren. Behalve van een handtekening moeten de boeken vaak ook van een opdracht worden voorzien, die soms op een papiertje wordt bijgeleverd. Opvallend vaak geven ouders, wiens kinderen gaan studeren, hen het voltallige werk cadeau, als de Van Dale van het leven. Soms ook wordt de opdracht op strenge toon gedicteerd en kan een bedankje er nauwelijks af. 'Veel succes' moet de schrijver hem onbekenden namens de koper toewensen; zijn handschrift moet de wensen kracht bijzetten. Van der Heijden geeft geen krimp, al staat het zweet inmiddels op het voorhoofd. “Daar zit je dan. Maanden, jaren heb je besteed aan het zorgvuldig formuleren van zinnen, en frases, nu is mijn schrijverschap tijdelijk beperkt tot het wekenlang zetten van steeds diezelfde handtekening,” vat de schrijver het signeer-schap samen.

Terug in de trein blijven de verhalen komen. Over die hekkesluiter van de rij bij een boekhandel, die, bang om niet meer aan de beurt te komen op luide toon scandeerde: 'Ik moet die boeken gesigneerd hebben! Ik ken zijn eerste dichtregels nog! Zoet dronk Adri zijn koffie, Adri dronk zijn koffie zoet!.'

    • Ilse van der Velden