Oud-topman CLBN: omkoping onvoorstelbaar

ROTTERDAM, 3 JULI. “Ik kan mij dat niet voorstellen. Als het waar is, zal mijn geloof in de mensheid nog wat afnemen.” Voormalig bestuursvoorzitter W. van Driel van Credit Lyonnais Bank Nederland klinkt verbaasd als hij het nieuws hoort dat twee van de toenmalige bestuurders van de bank in 1988 cadeautjes hebben aangenomen van de Italiaan G. Parretti, die later met een miljardenkrediet de Amerikaanse filmstudio MGM overnam.

“Ik ben in de loop van 1991 bij Credit Lyonnais Bank Nederland gekomen en ik heb hier nooit enige aanwijzing voor gezien”, vertelt Van Driel, die vorig jaar, na de overname van Credit Lyonnais Nederland door de Belgische Generale Bank, aftrad als bestuursvoorzitter en overstapte naar Hal Holding, een particuliere investeringsmaatschappij.

Het is vrijwel op de dag af vijf jaar geleden dat het bijltjesdag was op het hoofdkantoor aan de Rotterdamse Coolsingel. Van Driel, afkomstig van de ABN, moest de reputatie herstellen van de bank die de smetten van een zwart-geldaffaire uit de tijd van Slavenburg's Bank net bijna had uitgewist.

Parretti's overname van MGM in 1990 bleek een financiële ramp. Moeder Crédit Lyonnais, een Franse staatsbank, wankelde door deze en andere verliezen naar de rand van de afgrond. Vorig jaar leek Crédit Lyonnais definitief gered, maar de afgelopen weken zijn opnieuw ernstige financiële problemen opgedoken.

Het Amerikaanse zakenblad Fortune meldt deze week dat twee ex-bestuurders van de Nederlandse dochter, J. Griffault en J. Brutschi, bevestigd hebben dat zij giften hebben gekregen van Parretti. Het ging om effecten van een bedrijf van Parretti, dat hij een fortuinlijke toekomst toedichtte. Een derde beschuldigde, ex-topman G. Vigon van de Nederlandse dochter, heeft niet gereageerd.

Van Driel kende de een beter dan de ander. Vigon heeft hij slechts twee keer gesproken, maar Brutschi was nog drie maanden collega in Rotterdam geweest, terwijl Griffault, toen ook nog bestuurder, “bijna altijd onderweg” was om de ontspoorde kredieten aan Parretti en diens zakenpartner Fiorini af te wikkelen. “Het is misschien mijn calvinistische natuur dat ik mij niet kan voorstellen dat mensen bij een bank zulke grote kredieten verstrekken in ruil voor een paar centen”, zegt Van Driel.

Zouden de uitgedeelde smeergelden toch niet het ontbrekende stukje in de puzzel kunnen zijn? Van Driel erkent dat het overtuigende motief voor de roekeloze miljardenkredieten van de Franse bankiers nooit gevonden is. Er waren wel altijd geruchten, bijvoorbeeld over politieke druk en vriendjespolitiek. “Op basis van wat ik heb meegemaakt, kan ik alleen maar zeggen dat er professioneel niet goed gebankierd is”, luidt Van Driels analyse. “Crédit Lyonnais is altijd een staatsbank geweest, met een hele strikte cultuur en regels.”

Als bestuursvoorzitter is hij mondeling op de hoogte gebracht van de uitkomsten van een onderzoek dat bij Crédit Lyonnais is gehouden, maar geen belastend materiaal opleverde. Van Driel: “Het was een politieke zaak. Er was niets, of men wilde het niet vinden.”

    • Menno Tamminga