Ophef rond brand in Lübeck

BONN, 3 JULI. Duitsland vreest een justitieel schandaal nu de rechtbank in de Noordduitse stad Lübeck gisteren heeft bevolen om de 20-jarige Libanees op vrije voeten te stellen die ervan werd beschuldigd 18 januari jongstleden de catastrofale brand te hebben gesticht in een groot woonhuis van buitenlanders. Bij die brand nabij het centrum van Lübeck kwamen tien mensen om en raakten dertig mensen gewond, enkelen zeer ernstig.

In de vroege ochtend van 18 januari had de politie in de buurt van het huis eerst vier jonge mannen aangehouden uit het nabije plaatsje Grevesmühlen (in het Oostduitse Mecklenburg-Vorpommern). Een dag later werden deze mannen, van wie er twee in hun woonplaats bekend waren wegens rechtsradicale opvattingen, vrijgelaten omdat zij volgens de politie een alibi hadden voor het tijdstip van de brandstichting.

Twee dagen na de brand, en na een minitieus onderzoek naar de oorzaak ervan, werd de Libanees, die zelf in het uitgebrande huis woonde, aangehouden. Hij zou volgens een verpleger hebben gezegd: “Wij hebben de brand gesticht” en volgens de politie details weten over de oorzaak van de brand die alleen aan daders bekend konden zijn.

Duitsland, waar in 1991, '92 en '93 aanslagen van rechtsradicalen op buitenlanders in steden als Hoyerswerda, Rostock, Mölln en Solingen voor wereldnieuws zorgden, noteerde “opgelucht” dat de brand dit keer door een buitenlander was gesticht, al bleef die dan ontkennen. Hij zou de verpleger hebben gezegd: “Zij hebben de brand gesticht.”

In de afgelopen weken waren twijfels gegroeid. Een aantal getuigenverklaringen klopte niet met conclusies van het openbaar ministerie en bovendien had een Berlijnse krant onlangs aangetoond dat de verpleger die de Libanees had aangegeven zelf rechtsradicale sympathiëen heeft en bevriend is met een geestverwante collega-verpleger die een man van het oorspronkelijk aangehouden kwartet uit Grevesmühle kent. Die man zou erop hebben aangedrongen de Libanees te beschuldigen.