Nederland wil drugsbeleid niet opofferen aan Europa

AMSTERDAM, 3 JULI. Harmonisering van de drugspolitiek binnen de Europese Unie is een mooi streven, maar Nederland is niet van plan daaraan zijn beleid te offeren.

“Het is geen toeval dat de critici van het Nederlandse drugsbeleid het hardst roepen om harmonisering van de wetgeving”, zei maandag A. Keizer, het hoofd verslavingszaken van het ministerie van Volksgezondheid, op het internationaal congres voor preventie en behandeling van verslavingen in de Amsterdamse RAI namens minister Borst. “Maar europeanisering van de drugspolitiek mag er niet toe leiden dat de situatie in onze buurlanden onveranderd blijft, terwijl de situatie hier verslechtert.”

Veel weerwoord kreeg Keizer niet. Tegenstanders van een liberale drugspolitiek - de 'European Cities Against Drugs' (ECAD) - hadden enkele weken terug hun eigen congres in Zweden. De Nederlandse deelname was daar beperkt tot het evangelische afkickcentrum 'De Hoop' en de burgemeester van het Zeeuwse Hulst, die elke coffeeshop in zijn gemeente verbiedt en zo enige internationale faam heeft verworven. In de Amsterdamse RAI domineren deze week evenwel de drugsliberalen. Voor- en tegenstanders van de 'oorlog tegen de drugs' preken momenteel vooral voor eigen parochie. Europarlementariër H. d'Ancona wees er in de RAI op dat kritiek op de 'War on Drugs' niet langer voorbehouden is aan progressieven: ook de conservatieve econooom Milton Friedman en de voormalige Republikeinse presidentskandidaat Forbes verzetten zich nu tegen de 'verloren oorlog'. Binnen het Europarlement bespeurt D'Ancona een soortgelijke ommekeer.

Prof. dr. B. de Ruyver van de onderzoeksgroep drugsbeleid, strafrechtelijk beleid en internationale criminaliteit, concentreerde zich op de vraag in hoeverre het verdrag van Schengen Nederland dwingt zijn gedoogbeleid af te schaffen, zoals Frankrijk stelt. Dat is niet het geval, aldus De Ruyver, anders had Nederland dat verdrag niet ondertekend. Artikel 71 van het verdrag eist van Schengenlanden slechts dat ze drugssmokkel bestrijden. Schengen laat de lidstaten de vrijheid een eigen interne drugspolitiek te volgen, zolang ze grensoverschrijdende gevolgen maar naar vermogen minimaliseren. Volgens De Ruyver zijn drugs voor Frankrijk een alibi om de eigen grensbewaking te handhaven. Frankrijk zou onvoldoende vertrouwen hebben in de mede-ondertekenaars van Schengen, met name op het punt van illegale immigratie.

Harmonisering van het Europese drugsbeleid staat het komend half jaar hoog op de agenda van de Europese Unie. De Europese Commissie laat momenteel een onderzoek verrichten naar de effecten van harmonisering van de wetgeving op drugsgebruik en drughandel. Voor de komende Eurotop in Dublin is dit rapport gereed, beloofde Klaus Ebermann, een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, vorige week in Lissabon tijdens een bijeenkomst van het EMCDDA, het nieuwe Europese instituut voor drugs en drugsverslaving. Ebermann waarschuwde daarbij tegen al te hoge verwachtingen. “Het gaat niet om het vaststellen van een standaard voor tractors of Euroworst.”

In de wandelgangen van het Amsterdamse congres luidde de verwachting dat de studie vooral een pleidooi voor meer studie zal behelzen. Veel drugsexperts stellen dat er weinig aanwijzingen zijn dat politiek en wetgeving een sterke invloed hebben op de omvang van het gebruik van en de handel in drugs. Bovendien blijkt uit het concept van het eerste jaarrapport van het Europese Centrum voor Drugs en Drugverslaving (EMCDDA) niet dat één lidstaat van de Europese Unie qua wetgeving dramatisch van de rest afwijkt. Zo is gebruik van drugs strafbaar in Finland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Portugal en Zweden. In België, Ierland en het Verenigd Koninkrijk is drugsgebruik strafbaar in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld op de openbare weg of in groepsverband. In Duitsland, Denemarken, Italië, Oostenrijk en Nederland is drugsgebruik niet strafbaar. De maximale celstraf is het laagst in Portugal - drie maanden - en het hoogst in Finland: 10 jaar. Drugsbezit is in principe in alle lidstaten strafbaar, de strafmaat kan variëren van drie maanden tot vijf jaar.

In alle landen van de EU heeft justitie vrijheid om te beslissen of overtredingen al dan niet worden vervolgd. Het 'opportuniteitsbeginsel', waarbij men per justitiële richtlijn besluit een bepaald vergrijp te gedogen, is niet aan Nederland voorbehouden. Zo is in Frankrijk ook meermalen vastgelegd dat vervolging van cannabis-delicten geen prioriteit heeft. Desondanks hing meer dan tweederde van de zeventigduizend aanhoudingen in verband met drugs in Frankrijk vorig jaar met cannabishandel of -gebruik samen.

Volgens de Fransman G. Estievenart, directeur van het EMCDDA, is het dan ook onduidelijk welk doel harmonisering van beleid of wetgeving dient. Estievenart: “Wat verwacht je van Europese harmonisering als je bijvoorbeeld ziet hoe dramatisch het drugsbeleid in Hamburg en München van elkaar verschillen? Die steden vallen onder dezelfde Duitse wet.” De lokale praktijk vindt Estievenart interessanter dan nationaal beleid of wetgeving: zijn instituut werkt op dit moment aan een vergelijkende studie tussen tien Europese steden.

    • Coen van Zwol