JIM MORRISON (1943-1971); Het einde is altijd nabij

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste opvallend nummer. Vandaag 'Riders On The Storm' van Jim Morrison, de zanger van The Doors die precies 25 jaar geleden stierf.

De ideale zwanezang schreef Jim Morrison al jaren voor zijn dood. Het was een somber afscheidslied dat na veel live-improvisaties onder de titel 'The End' terechtkwam op het debuutalbum van The Doors. De twaalf minuten lange elegie baarde in 1967 opzien; niet alleen omdat Morrison halverwege uitbarstte in een destijds zeer gewaagde oedipale verwensing, maar ook omdat de tekst en de muziek van doem vervuld waren. Morrison mocht dan zingen over een misgelopen relatie, het leek of hij in één moeite door zijn eigen dood en het eind van de wereld openbaarde. 'This is the end of everything that stands', klaagde hij, om daar aan toe te voegen dat Charon in een blauwe bus op ons allemaal wachtte.

De blauwe bus kwam voor Jim Morrison vier jaar en vijftig composities later. In de ochtend van zaterdag 3 juli 1971 stierf de zanger van The Doors in het Parijse appartement waar hij sinds een paar maanden woonde. Toen hij door zijn vriendin gevonden werd, zat hij in bad; het water was nog lauw en er lag een glimlach over zijn gezicht. Een hartspierinfarct, concludeerde de Franse arts die het lichaam onderzocht. En in de officiële overlijdensakte, die een jaar of vijf geleden in de Parijse archieven werd gevonden, hield hij het op een 'natuurlijke dood'.

Het is maar wat je daaronder verstaat. Zelfs al overleed Morrison niet aan een overdosis heroïne of cocaïne - zoals sommige van zijn biografen suggereerden - dan nog is zijn dood weinig natuurlijk. In de vijf jaar dat hij bij The Doors had gezongen, was hij van een jonge god veranderd in een lichamelijk wrak. Morrison was het prototype van de rock'n'roll suicide, een popster die de plotselinge roem niet aankan en zichzelf volstopt met alle stimulantia die hij te pakken kan krijgen. Ook zijn verhuizing naar Parijs, bedoeld om te ontsnappen aan de drugs en drukte van Los Angeles, leek daar weinig aan te veranderen. Als een ware poète maudit dronk hij zich het graf in. Met wodka bij de lunch, wijn bij het eten, en liters whisky tussendoor.

'Specialize in having fun' adviseerde Morrison zijn publiek in een van de liedjes op de eerste Doors-lp. Een kwart eeuw na zijn dood klinkt dat als een gotspe. Weinig popsterren in de jaren zestig maakten zo'n ongelukkige indruk als hij; en zeker in het hedonistische Californië was er niemand die zo ongegeneerd zijn angstvisioenen bezong. In Morrisons teksten staat het bloed in de straten en is 'het einde altijd nabij'. Geen wonder dat de filmregisseur Francis Ford Coppola de muziek van The Doors gebruikte voor de soundtrack van Apocalypse Now.

Leegte, dood en verlatenheid overheersen ook in de laatste twee songs die Morrison schreef, voor het zesde Doors-album L.A. Woman dat in april 1971 uitkwam. In het titelnummer beschrijft hij hoe een man na een lange afwezigheid terugkeert naar zijn vriendin in Los Angeles. Dwalend over de freeways ziet hij steeds scherper de decadentie van de stad: de 'City of Light' blijkt een deprimerend landschap van goedkope hotels, topless bars, patrouillerende agenten en eenzame zielen. Het beeld van Los Angeles was zo somber dat geen luisteraar verbaasd zal zijn geweest dat Morrison inmiddels de wijk had genomen naar die andere Lichtstad, Parijs.

Toch was het 'Riders On The Storm', het slotnummer van L.A. Woman, dat de geschiedenis zou ingaan als de zwanezang van Jim Morrison. Toen hij stierf, was het net op single uitgebracht; het werd de laatste grote hit voor The Doors, en zou door Morrisons fans nog lang geanalyseerd worden als de gecodeerde laatste boodschap van een groot dichter die was gevallen.

De tekst van 'Riders On The Storm' leent zich inderdaad voor close reading, maar het is de vraag of dat veel oplevert. Zoals in veel van zijn liedjes creëert Morrison sfeer door cryptische beelden naast elkaar te zetten. 'Riders On The Storm', een jazzy nummer vol ingehouden percussie en klaterend pianospel, begint als klacht over de condition humaine: wij zijn allen ruiters op de storm, rusteloze honden die de wijde wereld in zijn gesmeten. In het tweede couplet is plotseling sprake van een 'killer on the road', een geheimzinnige lifter die je maar beter niet tegen het lijf kunt lopen. En tot besluit spoort de zanger de vrouwen aan om van hun man te houden. Want: 'The world on you depends/ life will never end.'

Het is duidelijk: met 'Riders On The Storm' kun je alle kanten op. Wie beweert dat Morrison het leven moe was en zijn dood voorzag, wijst op het 'killer on the road'-motief. Wie wil bewijzen dat Morrison zich juist verzoend had met de wereld en naar Parijs ging om gelukkig te worden, citeert zijn geloof in de helende kracht van de vrouw. Morrison, die ooit zei dat hij vooral geïnteresseerd was in chaos en wanorde, zou met deze dubbelinterpretatie tevreden zijn. Iedere zwaan zingt zoals hij gebekt is.

    • Pieter Steinz