Het land van meevallen (2)*

Toen jaren geleden de heer J. de Vries, bijgenaamd Zwarte Jopie, directeur van het sekscentrum Casa Rosso was en over de Amsterdamse Wallen regeerde, heerste daar rust en orde. Amsterdam, zei men, was een “lastige stad”, maar dat gold niet voor de Wallen, want wie daar probeerde lastig te zijn werd door de ordedienst van De Vries in de gracht gegooid, en als eventueel de politie kwam had niemand het gedaan.

De toeristenindustrie voer er wel bij. De Vries is in het buitenland plotseling gestorven, Casa Rosso brandde af en op de Wallen brak een tijd aan die we achteraf misschien het best als een ordeloos interregnum kunnen beschouwen.

Aan het begin van dit jaar is het rapport van de commissie-Van Traa, Inzake opsporing, verschenen. Op pagina 62 komt de criminoloog prof. Bovenkerk aan het woord. “Wij hebben gekeken of de politie zicht had op het eigenaarschap van horecabedrijven. En dat bleek het geval te zijn in zeker één district, namelijk district twee rond de Wallen, rond de Warmoesstraat. Daarvan heeft men een analyse gemaakt die erop neerkomt dat de problemen die je op straat tegenkomt weleens te maken zouden kunnen hebben met wie er eigenlijk achter die gevels zaten, dus wie de eigenaren waren. Men kwam tot de conclusie dat er een groot aantal ondernemers waren met duidelijk criminele antecedenten. Er waren enkele groepen die in Amsterdam bekend zijn als harde kernen van de georganiseerde misdaad, dertien of veertien groepen of groepjes die over een substantieel deel bleken te beschikken van dat Wallengebied.”

In de nacht van 30 op 31 maart werd de Molensteeg, een straat in het betwiste gebied, door de Amsterdamse politie weer voor de gemeente in bezit genomen. Dat vergde veel manschappen en ook veel televisiecamera's en belichting. Reden waarom een krant repte van “een mediashow”. Maar wat is er tegen een show als van alles een show kan worden gemaakt, tot je hartoperatie en je eigen zelfmoord toe? Het gaat erom dat het doel wordt bereikt; het Drum und Dran is tijdgeest. Het wachten was dus op het effect.

Op zaterdag 29 juni, dat is dus dertien weken na de slag om de Molensteeg, heeft Het Parool een reportage van Jos Verlaan gepubliceerd, een grondige beschrijving van de toestand ter plaatse. De held is een slager die eigenlijk bordeelbaas is, een ongrijpbare ondernemer die zijn imperium bewaakt met videocamera's en een ordedienst. In het verhaal wemelt het verder van illegale verbouwingen, woningen die zó “verloederd” zijn dat Stadsherstel er niet aan kan beginnen, prostituées zonder verblijfsvergunning, coffeeshops en mensen die wel verdacht zijn, maar niet kunnen worden vervolgd omdat er geen wetsartikel voor bestaat of omdat misverstanden tussen ambtelijke instanties dit beletten. Het is een meeslepend verhaal van meer dan een pagina. Je kunt het ook in één zin samenvatten. Dertien weken na de zuiverende herovering van de Molensteeg is het daar en in de omgeving een rotzooi waar het gespuis als vanouds de lakens uitdeelt.

Toevallig hield Van Traa de maandag na het opwindende weekeinde van de Molensteeg in Leiden een gastcollege. “De crisis in de opsporing dreigt te worden ontkend”, zei hij. “Na lange jaren van verwaarlozing van wetgeving en gezagshandhaving kan er niet op het enquêterapport worden gereageerd door te zeggen dat het allemaal wel meevalt.” Het kan niet; het gebeurt wel. Dat betekent: men zegt niet dat het allemaal wel meevalt; men handelt ernaar.

Opmerkelijk is dat nu niet zozeer opzien wordt gebaard door de geslaagde handhaving van dit rijk van het geboefte, maar door de manier waarop ze het daar aanpakken: met videocamera's. Het is waar: tot dusver was de observerende videocamera vooral in gebruik bij banken en in het algemeen instellingen waar men zo vlug mogelijk moest weten dat er rovers in aantocht waren. Nu is het omgekeerd: de camera is er om de agenten in de Molensteeg in de gaten te houden. Dat is nieuws. “De camera's zijn in handen van figuren waar niemand enige grip op heeft”, verklaarde woordvoerder Klaas Wilting van de politie. Het blijkt dat je er hoogstens precario op kunt heffen als ze zichtbaar staan opgesteld.

Ik ben er geen voorstander van om per axioma de politie de schuld te geven. Het aantal overvallen op banken, benzinestations is met dertig procent gedaald, op straat is het veiliger geworden hoewel in de tram niet. Oorzaken van de vooruitgang zijn de verbeterde opsporingsmethoden, minder kasgeld bij de bedrijven, en het doelmatiger gebruik van videocamera's. Enclaves van misdaad, zoals die in het rapport-Van Traa worden gesignaleerd, komen in dergelijke politie-overzichten niet voor. Dat komt doordat ze niet onder het eigenlijke veiligheidsbeleid vallen, maar ontstaan en groeien op de driesprong van politiek, economie en ordehandhaving. Als de besluitvaardigheid van de politiek niet toereikend is, dan ziet de 'informele' economie van bordelen en horeca de weg vrij, waarna de ordehandhaving haar toevlucht moet nemen tot bijvoorbeeld het controleren van de precario op videocamera's. Die belasting zal men in deze kringen graag betalen.

Van Traa heeft vandaag nog meer gelijk dan drie maanden geleden. Na jaren van verwaarloosde wetgeving en gezagshandhaving “valt het niet allemaal wel mee”. Het belasten van deze spraakmakende videocamera's met precario is daarvan de absurde bevestiging. Het gaat niet om de camera's, maar om de kennelijke machteloosheid van het Amsterdams bestuur. Door de enquête van de commissie-Van Traa is van alles aan het licht gekomen waardoor het publiek, de politiek 'geschokt' werd. Er zouden ingrijpende maatregelen worden genomen, 'koppen rollen', nog veel meer. Een ongure enclave in de hoofdstad wordt bedreigd met het heffen van precario. De bazen daar schieten in een onbedaarlijke lach. Het valt allemaal wel mee, zeggen ze tegen elkaar.

* Eerste aflevering: 3 april 1996.