G.L. Durlacher 1928-1996; Auteur uit levensnoodzaak

Weinig mensen zijn zo bescheiden als de gisteren op 67-jarige leeftijd overleden Haarlemse schrijver Gerard Durlacher was. Toen ik hem in 1994 feliciteerde met de AKO Literatuur Prijs keek hij me vanachter zijn ronde brillenglazen intens treurig aan. Eigenlijk vond hij dat hij geen recht had op de 100.000 gulden die hij zojuist had ontvangen voor zijn verhalenbundel Quarantaine. “Ik heb geschreven wat ik heb meegemaakt. Dat is geen verdienste, maar een levensnoodzaak”, zei hij verlegen.

De socioloog Durlacher debuteerde in 1985 - hij was toen al 56 - met de aangrijpende verhalenbundel Strepen aan de hemel waarin hij onder andere antwoord zocht op de vraag waarom de geallieerden de Duitse vernietigingskampen niet hebben gebombardeerd.

Als jongen zat hij vanaf juli 1944 tot vlak voor de bevrijding in het Männerlager Birkenau B II D. Door de beruchte kamparts Mengele waren hij en 88 andere jongens geselecteerd uit het aangrenzende Familienlager, waar iedereen ten dode opgeschreven was. Als de bommenwerpers overvlogen, keken de gevangenen hoopvol naar de hemel. Boven het geschreeuw van de SS-ers uit 'buldert het schijnbare onweer dat ons hart de kracht geeft om te blijven staan en een bijna onzichtbare grijns op ons gezicht tekent'.

Primo Levi heeft geschreven dat overlevenden van de concentratiekampen of zwijgers of vertellers zijn. Tot 1979 was Durlacher een zwijger. De dood van een lotgenote die ook nooit had gesproken, veranderde dit. Op haar sterfbed kreeg zij angstaanvallen waarbij alles uit de oorlogsjaren bovenkwam. Uit vrees dat hem hetzelfde zou overkomen en om zijn haperende gezondheid te redden ging hij bij prof. Bastiaanse in LSD-therapie en vervolgens bij een andere psychiater in analyse. Dit brak hem open, vond hij zelf, en een stroom van publikaties getuigde daarvan. 'Als ik was blijven zwijgen, zei hij na zijn vierde boek in 1991, 'was ik waarschijnlijk allang dood geweest'.

Gerard Durlacher, geboren in Baden-Baden, vluchtte in 1937 met zijn ouders voor de nazi's naar Nederland. In 1942 werden ze in Apeldoorn gearresteerd en naar het doorgangskamp Westerbork gestuurd. Vandaar volgde deportatie naar Theresienstadt en Auschwitz. Zijn ouders keerden niet terug, hij was de enige overlevende.

Alle boeken van Durlacher houden verband met zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na Strepen aan de hemel volgden Drenkeling, Kinderjaren in het Derde Rijk (1987), De Zoektocht (1991) en Quarantaine (1994). Zijn werk is in Duitsland, Groot-Brittannië en Italië uitgebracht. Voor Drenkeling kreeg hij in 1994 de Zwitserse Anne Frankprijs, een onderscheiding die veel voor hem betekende. Vorig jaar verleende de Universiteit van Amsterdam Durlacher een eredoctoraat.

Van De Zoektocht, een emotionele speurtocht naar zijn mede-overlevenden uit Birkenau die hem de hele wereld over voerde, maakte Cherry Duyns een televisiefilm. Durlacher vond in Israël, Tsjechoslowakije, Duitsland, de VS, Brazilië en Canada negentien overlevenden terug

Zijn laatste boek, Niet verstaan, verscheen vorig jaar en begint waar het bekroonde Quarantaine eindigt: in de jaren vijftig wanneer de hoofdpersoon naar Delft gaat om een universitaire studie te volgen. Evenals in zijn andere werk betoonde Durlacher zich in dit boek een 'schrijver uit noodzaak'. Hoewel hij zich zeer persoonlijk uitdrukte en al zijn werk autobiografisch is, was het hem niet om zijn individuele tragiek te doen. Hij wilde zijn eigen lotgevallen zoveel mogelijk tot begrijpelijk proporties terug brengen om zo tot de gruwelijkste, niet te bevatten geschiedenis van deze eeuw door te dringen.

In het laatste decennium van zijn leven is Durlacher er in al zijn bescheidenheid in geslaagd een oeuvre te scheppen dat in sommige opzichten - de noodzaak te spreken over de verschrikkingen in de eerste plaats - vergelijkbaar is met dat van zijn Italiaanse lotgenoot Primo Levi en dat niet meer is weg te denken uit de Nederlandse literatuur.

    • Elsbeth Etty