Beoordeling wetenschappers; Miljardenplan Japan voor onderzoek

TOKIO, 3 JULI. De Japanse regering wil de komende vijf jaar 17 biljoen yen (261 miljard gulden) uittrekken voor het versterken van wetenschappelijk onderzoek, zo heeft ze gisteren besloten. Of de uitgave wordt gerealiseerd moet blijken bij het opstellen van de begroting voor 1997.

Japanse kranten constateren dat het ministerie van Financiën bij de toch al hoge staatsschuld niet zomaar zal instemmen met een grote stijging van de overheidsuitgaven.

Het plan is past in de visie van de Japanse regering dat alleen hoogwaardige technologie in de toekomst economische groei kan blijven genereren. Premier Ryutaro Hashimoto speelt zelf een actieve rol in de verkondiging van dit standpunt. Hij was voorzitter van de regeringscommissie die het gisteren goedgekeurde plan heeft opgesteld en zijn partij, de Liberaal-Democratisch Partij, heeft een 'Hashimoto-Hervormings-Visie' opgesteld waarin dezelfde gedachtengang centraal staat.

Japan spendeerde 2,9 procent van het bruto nationaal produkt aan onderzoek en ontwikkeling in 1993, een totaalbedrag van 192 miljard gulden. Dit is verhoudingsgewijs meer dan de uitgaven van landen als de VS, Duitsland en Frankrijk die allen rond de 2,5 procent scoorden in dat jaar. Het Japanse onderzoek levert het land al meer dan twintig jaar de eerste plaats op in de ranglijst van in de VS aan het buitenland toegekende patenten. In 1992 stond ruim een vijfde van de in dat land geregistreerde patenten op Japanse naam, gevolgd door Duitsland met 7,5 procent en Frankrijk met 3,1. Volgens cijfers van de regering heeft Japan een positieve balans in de verkoop van technologie aan het buitenland.

Maar er is een verschil in de bijdrage van de overheid aan het gepleegde onderzoek. In Frankrijk, Duitsland en de VS ligt deze boven de veertig procent, terwijl de bijdrage van de Japanse overheid net boven de 20 procent komt. In Japan zijn het juist de uitgaven van het bedrijfsleven die in de afgelopen economisch magere jaren zijn teruggelopen.

Volgens het Agentschap voor Wetenschap en Techniek van de Japanse regering beoordelen Japanse wetenschappers in alle belangrijke onderzoeksgebieden hun eigen positie als “achterlopend” bij de concurrentie. Het rapport van de regering noemt de extra uitgaven dan ook “noodzakelijk”. De plannen van de regering houden in dat de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling van 2,7 biljoen yen (41 miljard gulden) in het huidige begrotingsjaar, moeten oplopen tot 4,3 biljoen yen (66 miljard gulden) in het jaar 2000. Daarmee zullen de overheidsuitgaven voor dit doel stijgen tot 1 procent van het bnp en gelijk komen met de VS en Europese landen.

Naast het toewijzen van geld aan onderzoeksinstituten en een uitbreiding van het aantal wetenschappers, richt het plan zich vooral op het versterken van de onderlinge concurrentie. Zo zouden wetenschappers slechts een aanstelling voor een vastgestelde periode moeten krijgen, door specialisten van buiten moeten worden beoordeeld, en verder zelf over de toewijzing van de gelden moeten beslissen. Het plan geeft niet concreet aan welke onderzoeksgebieden extra geld moeten krijgen.

    • Hans van der Lugt