Afrika wil snel troepen sturen naar Burundi

NAIROBI, 3 JULI. Afrikaanse landen stellen plannen op om op korte termijn troepen naar Burundi te sturen. Deze plannen hebben de afgelopen dagen tot grote politieke onrust in de hoofdstad Bujumbura geleid.

Op een regionale topconferentie in de Tanzaniaanse stad Arusha, waaraan een Burundische delegatie deelnam, werd vorige week besloten om Burundi 'veiligheidsassistentie' te geven. Pas enkele dagen later bleek dat is afgesproken om troepen te sturen.

Aan de top in Arusha nam zowel de Burundische Hutu-president Sylvestre Ntibantunganya als de Tutsi-premier Antoine Nduwayo deel. Hoewel beiden officieel in een coalitieregering van Hutu- en Tutsi-partijen zitten, zijn zij in de praktijk elkaars tegenstanders. Ze spraken de laatste maanden nauwelijks met elkaar. De president toonde zich in het verleden voorstander van buitenlandse interventie in de burgeroorlog, de premier was altijd tegen. In Arusha kwamen beiden onverwachts tot een gemeenschappelijke standpunt: “Het Burundische leger is niet langer in staat de bevolking te beschermen en vraagt om buitenlandse hulp in verband met de verslechterde veiligheidssituatie.”

Premier Ndawayo kwam niet uit vrije wil met het verzoek om buitenlandse militaire interventie. Ndawayo is nauw verbonden met het vrijwel exclusief uit Tutsi's bestaande regeringsleger, dat zich altijd heeft gekant tegen buitenlandse interventie. Westerse donorlanden hebben de Burundische autoriteiten de afgelopen weken echter duidelijk gemaakt dat militaire interventie onvermijdelijk is geworden; Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers deden dit gisteren nog expliciet. Burundi's buurlanden sloten zich bij dit standpunt aan, evenals de Tanzaniaanse ex-president Julius Nyerere, die bemiddelt in de Burundische burgeroorlog.

Het regeringsleger verloor de afgelopen weken vrijwel de controle over de noordelijke provincie Cibitoke, en Bujumbura is goeddeels omsingeld door Hutu-rebellen. Opvallend is dat minister van defensie Firmin Sinzoyiheba deelnam aan het topoverleg in Arusha en akkoord ging met het verzoek om 'veiligheidsassistentie'.

De verzwakte positie van het leger leidt niet noodzakelijkerwijs tot concessies door regeringssoldaten. Zij zeggen, evenals menige Tutsi-burger, te vechten voor overleving. Ze twijfelen er niet aan dat wanneer ze ook maar een deel van hun macht uit handen geven, dit zal leiden tot een genocide door Hutu's zoals in Rwanda gebeurde. Het kost premier Nduwayo daarom grote moeite om de Tutsi's concessies te laten doen. De nacht vóór het overleg in Arusha voerde de premier tot in de ochtenduren overleg met militairen en politici. De partij van de premier, de grootste Tutsi-partij Uprona, heeft zich tegen de plannen van Arusha uitgesproken en Nduwayo's concessies 'landverraad' genoemd. Inmiddels heeft Uprona deze verklaring wat afgezwakt na Nduwayo's verzekering dat buitenlandse interventietroepen onder leiding komen te staan van het regeringsleger. Bronnen bij de top in Arusha vorige week noemen dit onjuist.

Het grootste struikelblok voor buitenlandse inmenging vormen de Tutsi-milities die steun ontvangen van radicale politici, zakenlui en militairen. Invloedrijk onder de milities is ex-president Jean Baptiste Bagaza. Hij bracht zaterdag duizenden Tutsi-betogers op de straten van Bujumbura en verklaarde onder groot gejuich “de buitenlandse invallers te vuur en te zwaard te zullen bestrijden”. Op een persconferentie in Nairobi heeft de voornaamste Hutu-guerrillabeweging bovendien aangekondigd iedere invasiemacht te bestrijden als ze niet bij de voorbereidingen wordt betrokken.

Wie zal deelnemen aan een interventie en welk karakter deze zal krijgen, moet nog goeddeels worden uitgewerkt. Tanzania zou het voortouw nemen, gevolgd door Oeganda, en ook Ethiopië zou mogelijk troepen willen sturen. Tanzania heeft sympathie voor de Hutu-guerrillabewegingen terwijl Oeganda juist goede relaties onderhoudt met de Burundische Tutsi's. De Zaïrese president Mobutu zouden de Oostafrikaanse landen voorlopig niet bij de interventie willen betrekken. Mobutu heeft zich te veel gecompromitteerd door zijn actieve steun aan de Hutu-guerrillastrijders die vanuit Zaïre opereren.

De interventie zal, aldus diplomatieke bronnen, een “preventief karakter” hebben. Kortom, de vrede moet worden gehandhaafd, maar de buitenlandse troepen zullen niet meevechten. De buitenlandse soldaten zouden strategische gebouwen, politici en hoge ambtenaren moeten beschermen. Een agressievere interventie, waarbij regeringsleger en guerrillabewegingen bestreden worden, kan alleen plaatshebben met Westerse steun, menen militaire experts. Op het gebied van logistiek en communicatie beschikken de Afrikaanse strijdkrachten niet over voldoende materieel om zo'n taak te vervullen. Westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, boden al eerder logistieke en materiële steun aan voor een interventiemacht, maar zijn zelf niet bereid troepen te sturen.

Nyerere en enkele waarnemers zien de top van Arusha als een historische doorbraak. Volgens hen is dit het begin van het proces waarbij de Tutsi-minderheid uiteindelijk de macht zal overdragen aan de Hutu-meerderheid. De volgende stap zou moeten zijn: rechtstreekse onderhandelingen met de Hutu-guerrillabewegingen. Volgens een negatievere visie zullen Tutsi-oppositiegroepen Nduwayo's concessies ongedaan proberen te maken en staat Burundi aan de vooravond van een bittere machtsstrijd tussen radicale en gematigde Tutsi's.