'Wat je ook op pijnbank legt, er komt altijd wat uit'; Commissievoorzitter W. Wijnen over kwaliteit hoger onderwijs

DEN HAAG, 2 JULI. Professor W. Wijnen kan even achterover leunen. Gisteren heeft de voorzitter van de commissie 'Beoordeling Projectvoorstellen Studeerbaarheidsfonds' - beter bekend als de commissie-Wijnen - zijn rapport aan minister Ritzen (onderwijs) aangeboden.

Niet minder dan 1.450 projectvoorstellen zijn door de handen van de commissie gegaan. Alle 13 universiteiten en 59 hogescholen hebben de afgelopen maanden voorstellen gedaan 'ter verbetering van het onderwijs' om in aanmerking te komen voor geld uit het zogeheten Studeerbaarheidsfonds. Dit fonds, twee jaar geleden ingesteld om de hervormingen van het hoger onderwijs te vergemakkelijken en het leed van de structurele bezuinigingen te verzachten, bevat vijfhonderd miljoen gulden - te besteden in de komende drie jaar.

Ritzen is zo tevreden met de beoordeling van het resultaat dat hij bij deze eerste verdeelronde al tweehonderd miljoen gaat verdelen, in plaats van de geplande 66 miljoen. Ook de vereniging van universiteiten (VSNU), en de HBO-Raad zijn tevreden. Maar de studentenorganisaties LSVb en ISO hebben hun bedenkingen. Zij vinden dat de voorgenomen collegegeldverhoging niet door kan gaan, nu een kwart van de plannen is afgewezen. Maar volgens commissievoorzitter Wijnen, onderwijskundige aan de Maastrichtse Universiteit, is “een grote variatie aan ideeën” naar boven gekomen.

Een kwart van de plannen is niet goedgekeurd. Waren ze zo slecht?

Wijnen: “Integendeel. Veel van de nu afgekeurde voorstellen kunnen, als ze nader uitgewerkt zijn, wel goedgekeurd worden bij de volgende tranche. En de afgekeurde voorstellen waren vaak wel goed, maar aan het verkeerde adres gericht. Initiatieven om studenten te werven bijvoorbeeld, moeten niet betaald worden uit het Studeerbaarheidsfonds dat is ingesteld om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.”

Van sommige scholen is geen enkel projectvoorstel goedgekeurd. Geen van de 23 voorstellen van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans in Den Haag vond genade in de ogen van de commissie. De school overweegt om de volgende ronde niet meer mee te doen aan 'deze opstelwedstrijd'. Voorzitter van het college van bestuur, A. Feryn, liet weten dat “het studeerbaarheidsfonds ons door de strot is geduwd in een deal tussen de minister en de studenten, ter compensatie van de bezuinigingen op de studiefinanciering en de verhoging van het collegegeld”.

Kunt u zich deze felle reactie voorstellen?

“Jawel, er zijn wel meer reacties geweest van: 'Waar is deze hele onderneming nu goed voor geweest?'. Ik heb zelf ook aan het begin gezegd, kunnen we dit niet op een eenvoudiger manier doen.

Tegelijkertijd moet ik nu constateren dat er een grote variatie aan ideeën en plannen naar boven is gekomen die zeer de moeite waard zijn.''

Welke projecten vond u het interessantst?

“Vele. Uitwerkingen van aanbevelingen van visitatiecommissies, voorstellen om uit te zoeken waarom studenten te lang doen over (delen) van opleidingen, docententrainingen voor andere didactische werkvormen, zoals bijvoorbeeld onderwijs in kleinere groepen in plaats van massale hoorcolleges.

Vernieuwing van onderwijsprogramma's, deskundigheidsbevordering van docenten, verbetering van studiebegeleiding: bij zoveel voorstellen tot verbetering van kwaliteit ontstaat al gauw de indruk dat het daarmee bedroevend gesteld is in het hoger onderwijs in Nederland.

“Dat is te sterk uitgedrukt. Welk maatschappelijk verschijnsel je ook op de pijnbank legt, er zal altijd iets uit komen. Maar Nederland hoeft zich nergens over te schamen. Ik ben bepaald niet negatief over het niveau van het onderwijs. Het is wel goed dat er nu in het openbaar over wordt gediscussieerd. Daar komt bij dat de onderwijsverbetering een politieke lading heeft gekregen die het mijns inziens helemaal niet hoeft te hebben. Kwaliteitsverbetering en collegegeldverhoging zijn twee aparte zaken. Wij praten al sinds 1992 over Studeerbaarheid en Kwaliteit. De koppeling aan de collegegeldverhoging, door de Tweede Kamer, maar ook door de studentenbonden, dateert pas vanaf 1995.”

Wat zal er na de besteding van de 500 miljoen wezenlijk veranderd zijn in het hoger onderwijs in Nederland?

“Op de universiteiten, waar het onderwijs lang in de schaduw van het onderzoek heeft gestaan, zal onderwijs juist in de schijnwerpers gezet worden, en dat is ook nodig. De kwaliteitszorg is verbeterd, en vooral beter controleerbaar. Studenten zullen actiever en zelfstandiger leren, studieprogramma's zullen een samenhangender geheel vormen, de betrokkenheid van studenten bij kwaliteistzorg is toegenomen en vooral, er zal meer communicatie- en informatietechnologie aangeboden worden.

Nee, dat betekent niet meer computers in de collegezaal, maar wel dat er beter toegankelijke informatienetwerken zijn, netwerken over instellingen heen, en dat er meer computerondersteund onderwijs is, dus zonder docent erbij.''

    • Edith Schoots