Sociale koopwoningen

HET EIGEN HUIS moet bereikbaar worden voor groepen in de samenleving die nu zijn aangewezen op sociale huurwoningen. Met een dosis volkssocialisme hebben de PvdA-Kamerleden Duivesteijn en Van der Ploeg onlangs een plan gelanceerd voor een sociale koopsector voor mensen met lage inkomens. Ze willen de bevordering van het particuliere woningbezit en de versterking van de samenhang van volksbuurten bereiken door bewoners financieel in staat te stellen hun huurwoningen te kopen van de woningbouwcorporaties.

De twee Kamerleden hebben moeite gedaan om het marktgerichte karakter van hun voorstel te verpakken in de gedachte van coöperatieve solidariteit. In verband met het onderhoud stellen ze voor dat het juridische eigendom wordt verworven door 'coöperatieve verenigingen van eigenaren' en niet door de individuele kopers. Anderzijds versterkt het streven om huurders het wettelijke recht op koop te geven het eigen woningbezit. Dat heeft een positief effect. Particuliere huiseigenaren investeren meer in de verbetering van hun woning dan huurders en tegelijkertijd doen ze aan vermogensvorming.

In Nederland bestaat een tweeslachtige houding wat betreft de bevordering van een betaalbare sociale huursector aan de ene kant en het eigen woningbezit aan de andere kant. Het plan van Duivesteijn-Van der Ploeg stelt voor om de fiscale en financiële mogelijkheden die nu bestaan op het gebied van de volkshuisvesting anders te gebruiken. Ze willen dat de overheidssteun verschuift van de huur- naar de koopsector voor de lagere inkomens. Geen individuele huursubsidie, maar een individuele koopbijdrage. Nu houdt de overheid met de huursubsidie mensen met lagere inkomens gevangen in een armoedeval op het gebied van huisvesting. Daarnaast willen de Kamerleden dat de lagere inkomensgroepen door fiscale maatregelen net zo profiteren als huizenkopers met hogere inkomens.

De PvdA-Kamerleden noemen hun plan een 'revolutionaire ontwikkeling'. Sinds de Woningwet van 1901 is de rol van de overheid in de volkshuisvesting enorm toegenomen. Door in navolging van Thatcher in Groot-Brittannië de verkoop van de sociale huurwoningen aan de bewoners te bevorderen, worden de uitgangspunten van de Nederlandse volkshuisvesting ingrijpend verlegd. Alle retoriek over zelfwerkzaamheid en solidariteit van de nieuwe eigenaren ten spijt gaat het om de bevordering van het eigen woningbezit.

DE WONINGBOUWCORPORATIES, de beheerders van de voorraad sociale huurwoningen, spelen een belangrijke rol in de Nederlandse volkshuisvesting. Ze hebben gezorgd voor betaalbare, behoorlijke woningen voor de lage inkomensgroepen en voeren over het algemeen een degelijk beheer. Maar op grond van hun historische betekenis behoren ze niet de scheiding tussen de sociale huursector voor de lagere inkomens en de koopsector voor midden- en hogere inkomens te bestendigen. Het marktmechanisme dat de afgelopen jaren in de volkshuisvesting is geïntroduceerd, geldt niet alleen voor de bestuurders van de woningbouwcorporaties.

Toch hebben de woningbouwcorporaties tegen het plan voor de sociale koopsector serieuze bedenkingen aangevoerd. Het is onduidelijk hoeveel huurders met lage inkomens de stap naar de zorgen van een koper willen nemen. Het droompaleis van Duivesteijn kan verkeren in een luchtkasteel. Individualisering en eigen verantwoordelijkheid houden niet op bij een bepaalde inkomensgrens, maar de vraag is of huurders met een minimuminkomen de financiële risico's van een koophuis langdurig aankunnen. Bovendien bestaat de kans dat de beste woningen gekocht worden door huurders met een redelijk inkomen, zodat de woningbouwcorporaties blijven zitten met een bestand bestaande uit de slechtste huurwoningen en de sociaal-economisch zwakste groep huurders.

Een tweedeling op de sociale woningmarkt is natuurlijk niet het doel van de indieners van het plan. Maar dit perspectief geeft aan dat hun voorstel voor een sociale koopsector nog verdere uitwerking behoeft.