Roemeense overheid hindert investeerders

De Roemeense premier Vacaroiu riep bij zijn recente bezoek aan Nederland op om te investeren in zijn land. Nederland is de zesde investeerder in Roemenië, maar een bezoek aan ING leert dat het investeringsklimaat in het verkiezingsjaar uiterst onzeker is.

BOEKAREST, 2 JULI. De Nederlandse bankier Anthony van der Heijden voelt zich veilig in Boekarest, maar sommige ervaringen doen hem denken aan de tijden van voor de revolutie. De directeur van de Nederlandse ING Bank in Roemenië leest in de kranten soms precies waar hij geweest is en welke gesprekken hij binnenskamers heeft gevoerd, ook als hij die nooit heeft gevoerd. “Een krant wist - geheel onjuist - te melden dat ING op de Nederlandse ambassade zou hebben gesproken over een eventuele terugtrekking uit dit land”, zegt Van der Heijden.

Afluister- en schaduwpraktijken door de toenmalige veiligheidsdienst Securitate waren onder de in 1989 verdreven conducator Ceausescu wijdverbreid. Het feit dat kranten zich van dezelfde methoden lijken te bedienen bij hun artikelen over buitenlandse investeerders schept een onaangename sfeer. Een sfeer die nog versterkt wordt doordat de Roemeense regering op dit moment niet overloopt van hartelijkheid jegens buitenlandse ondernemingen.

ING behoort tot de partijen die dit voor jaar werden getroffen door een intrekking van een licentie door de Nationale Bank van Roemenië. De buitenlandse banken en de meeste binnenlandse banken mogen geen koersen meer afgeven op de zogeheten FX-interbankmarket, waarop banken handelen in dollars en de nationale munt, de lei. ING en de andere banken mogen alleen nog handelen binnen de koersen die door de vier uitverkoren dealers - binnenlandse banken - zijn vastgesteld en mogen aan het einde van de handelsdag geen eigen posities meer hebben, op 10.000 dollar na. In de praktijk komt het erop neer, dat de Nationale Bank van Roemenië 's ochtends de koers voor de rest van de dag bepaalt.

De officiële motivatie van de Nationale Bank voor het intrekken van de dealer-licentie voor onder meer ING is dat met name de buitenlandse banken de koers van de lei omlaag zouden hebben gebracht door “speculaties”. ING heeft volgens Van der Heijden “nooit gespeculeerd” en zoekt de oorzaak van de koersdaling van de lei elders. De inflatie ligt naar alle waarschijnlijkheid twee keer zo hoog als het officiële cijfer van 27 procent over 1995 en dat bij een rente van 60 tot 70 procent in dat jaar.

De oppositie in Roemenië ziet het intrekken van de licentie als een politieke actie van de regering. De krant România Libera noemde het verbod een poging van de regering om de schuld voor de financiële instabiliteit af te schuiven. De Roemeense burger ziet zijn toch al geringe koopkracht maandelijks verminderen door de inflatie, die vooral wordt veroorzaakt door de subsidiestromen aan de verliesgevende staatsbedrijven. Dat is pijnlijk voor de regering die in het superverkiezingsjaar 1996 graag herkozen wil worden.

Premier Nicolae Vacaroiu houdt zich desgevraagd op de vlakte over de maatregel van de centrale bank. “Het is de taak van de nationale bank om de discipline te handhaven op de valutamarkt en om speculaties tegen te gaan. Het is jammer dat ING boos is, dat zij niet als handelaar de koers van de munt mag meebepalen. Het is aan de nationale bank te bepalen wie daarvoor wel in aanmerking komen.” De maatregel heeft tijdelijk enig effect gehad, maar onlangs is de koers van de nationale munt voor het eerst door de officiële grens van 3.000 lei voor een dollar heengegaan.

Een belangrijk punt in het economische beleid van de Roemeense regering is het aantrekken van buitenlandse investeerders, zoals Vacaroiu bij een bezoek aan Nederland in mei nog eens benadrukte. De hervormingen door de neo-communistische regering verlopen hier aanzienlijk trager dan dan bijvoorbeeld in Polen of Hongarije; pas recent is de massaprivatisering goed op gang gekomen. Buitenlandse ondernemingen hebben Roemenië dan ook lang gemeden, maar de laatste anderhalf jaar is de de stroom buitenlandse valuta's gezwollen. Sinds 1990 is er voor 1,75 miljard dollar geïnvesteerd, waarbij Duitsland (175 miljoen dollar) zojuist Zuid-Korea (159 miljoen dollar) is gepasseerd. Nederland is de zesde buitenlandse investeerder, onder meer door de aanwezigheid van Shell, Unilever en ING.

Het investeringsklimaat in Roemenië is echter onzeker, vooral nu sommige partijen bij de verkiezingen munt hopen te slaan uit nationalistische retoriek tegen buitenlandse 'kapitalisten' zoals ING. De bureaucratie en de bemoeizucht van ambtenaren en politici zijn enorm. De overname van de machinebouwer Titan Masini is net afgeketst, doordat potentiële Duitse kopers moedeloos werden van 'het remblok' zoals zij de staat aanduidden. De ambassades van de Europese Unie hebben vorig jaar Vacaroiu een lijst van de obstakels voor investeerders overhandigd .

De premier zegt desgevraagd niets te weten van een dergelijke lijst: “We hebben een heel goed wettelijk geraamte voor buitenlandse investeringen. De buitenlandse ondernemingen komen hier graag. Er is hier sprake van bureaucratie, inderdaad, maar we boeken enorme vooruitgang bij het verbeteren van de procedures.” Dan verwoordt hij een in Roemenië wijdverbreid gevoel over buitenlanders: “We willen hier geen ondernemingen die hier even komen, winst maken en snel weer weggaan. We hebben alleen een goed klimaat voor die bedrijven die hier langer blijven.”

ING heeft sinds 1994 een vestiging in Boekarest, later dan in de meeste andere hoofdsteden in Oost-Europa. De bankverzekeraar is een van weinige buitenlandse financiële pioniers in Roemenië, net als ABN Amro, die sinds kort ook een volwaardig kantoor heeft. Het Oostenrijkse Creditanstallt is heel actief bij het lopende privatiseringsprogramma. Daarnaast zijn er enkele Roemeens-buitenlandse joint ventures zoals de bank Franco-Romania. Tot de weinige buitenlandse banken die al voor de omwenteling actief waren behoorden het Amerikaanse Chemical en het Franse Société Generale, die bijna uitsluitend handelsfinanciering deden.

Bankieren is pionieren in Roemenië. Tijdens de vijftig jaar communisme waren de meeste handelingen aan het loket beperkt tot het storten van spaargeld op de rekening bij de nationale spaarbank CEC. Deze spaarbank wordt binnenkort overigens veranderd in een gewone bank, die onder meer kleine ondernemers leningen zal verstrekken. In Roemenië raken overgeboekte bedragen dikwijls zoek, is het girale verkeer nog onderontwikkeld is, is het voor banken onmogelijk om voor langer dan twee weken geld aan te trekken en is in de hoge rentes (40 procent is gebruikelijk bij de huidige geldontwaarding) geen enkele risico-premie verwerkt.

De Roemeense bankensector heeft na de revolutie aan dynamiek gewonnen met de komst van particuliere banken. De bekendste particuliere bank is de Ion Tiriac-bank, deels eigendom van de gelijknamige oud-tennisser en zakenman. De grootste is Banca Dacia Felix (BCF), die is opgericht door de ultra-nationalistische beweging 'Roemeense Wieg' met - volgens hardnekkige geruchten - geld van de Italiaanse mafia. BCF verkeert door een accuut gebrek aan kasgeld inmiddels in feitelijke liquidatie en staat onder curatele van de nationale bank. De bank van Tiriac, waarin ook de Oost-Europabank deelneemt, is voorlopig een succes, maar het is de vraag hoe lang dat duurt. “Tiriac heeft in het begin veel bedrijven weten te trekken, maar heeft sinds kort te maken met de concurrentie van buitenlandse banken”, zegt Van der Heijden.

ING is in Roemenië een normale bank, maar normaal is tamelijk bijzonder in een land waar zoveel bancaire diensten ontbreken. “Dit is een echte cash-society. We doen hier zo'n beetje alle basic-services, zoals overboekingen en deposito's. Niet op grote schaal, maar wel winstgevend. De risico's zijn hier overigens niet zo groot, zeker niet in verhouding tot de opbrengst”, zegt Van der Heijden. ING wil het dan ook uitbreiden en opent binnenkort een vestiging in Timisoara.

De zoektocht naar huisvesting in Cluj stuit op bureaucratische muren. De meeste panden aan het centrale marktplein zijn eigendom van de Hongaarse, katholieke kerk, zodat onderhandelingen over de huur met een priester moeten worden gevoerd. Met een andere eigenaar raakte ING in een vruchteloos gesprek verwikkeld, vertelt van der Heijden: “Onderhandelen is hier een gebeurtenis op zichzelf. We hadden iets op het oog en dachten gezien het achterstallige onderhoud aan 10 dollar per vierkante meter per maand. De verhuurder wilde 30 dollar. Toen vroegen wij: is daar nog over te praten? Het antwoord was: 40 dollar. Dan ben je gauw uitgepraat.”