Parende lieveheersbeestjes

Ditte Merle, Kleine beestjes. Deel 1: Wat vliegt daar?, deel 2: Wat kruipt daar?, deel 3: Wat prikt daar? Ill. Brigida, Uitg. Van Reemst, vanaf zes jaar, ƒ 9,95 per deel. Weetjes voor beginnende lezers. Uitg. Zwijsen, per pakket van zes ƒ 79,00. Deel 2, vanaf 5 maanden leesonderwijs: Agnes Starmans, Raar maar waar. Ill. Georgien Overwater, ƒ 14,95.

Steken hommels nou wel of niet? En waarom heet een pissebed pissebed? De 'Kleine beestjes'-serie van uitgeverij Van Reemst is bedoeld voor kinderen vanaf zes jaar, die nog niet zo goed kunnen lezen, maar geeft antwoord op vragen die alle leken in de biologie zich stellen. De drie handzame deeltjes zijn eenvoudig geschreven. Over het liefdesleven van het lieveheersbeest staat er: 'Dan klimt het mannetje op het vrouwtje. Dat valt niet mee. Haar rug is glad. Met zijn klauwtjes klemt hij zich vast. Hun achtersten komen tegen elkaar. Zo vrijen ze.' Dat leidt tot larven, die enkele keren vervellen voordat ze een tijdje uitrusten in 'een soort slaapzak'. Daarna komen ze in een soort pubertijd, tussen larf en lieveheersbeest, en zijn ze voor een dag geel, in plaats van rood, met zwarte stippen. Zo is de kwestie van het gele lieveheersbeestje dat je af en toe ineens ergens ziet dus ook eindelijk opgelost.

De boekjes gaan over vliegende, kruipende en prikkende insekten en nergens staat iets over hun vermeende griezeligheid. Er worden vergelijkingen gemaakt tussen hen en de mens. Zo is het voor een spin als hij vervelt net alsof hij een nauwe broek met acht pijpen uit moet doen. Eng is dat dus niet, net zomin als dat de spinnevrouw haar man opeet als het even kan. Eerlijk zijn de boekjes wel. Een vlieg mag dan eigenlijk heel interessant zijn met zijn honderden oogjes, hij is toch vies. In de haren op zijn poten en lijf blijft van alles hangen, 'net als in een baard of een snor'. Voor je het weet zit er 'poep op je snoep'. Maar zijn gebrom lijkt op de een of andere manier minder hinderlijk te worden als je eenmaal weet dat zijn vleugels 12.000 keer per minuut bewegen.

Van alle beestjes wordt verteld hoe en waar ze leven, wat ze eten, wie hen eet, hoe ze zich voortplanten en waar ze vandaan komen. De pissebed blijkt bijvoorbeeld eigenlijk een klein kreeftje, familie van krab en garnaal. Ook staat er heel beknopt bij wat mensen zoal verzonnen hebben over insekten. Nooit geweten dat een libel ook wel 'de naald van de duivel' heet. Het enige jammere van deze serie is dat de stijl af en toe een beetje truttig is. Een langpootmug is 'een goeie lobbes', een ongelukkig gekozen typering voor zo'n sprietig wezen.

Ook bij uitgeverij Zwijsen verscheen een reeks informatieve boekjes voor jonge kinderen. Net als de eerdere 'Versjes'-serie zijn er zes delen, te lezen vanaf vier maanden leesonderwijs. De moeilijkheidsgraad loopt op, deel zes is voor kinderen die al negen maanden lang hebben leren lezen. Ze zijn gemaakt door verschillende schrijvers en illustratoren. De onderwerpen zijn divers, van hoe de televisie werkt tot 'hoe maak je een tuin?' Een leuk idee, want er zijn niet veel informatieve boeken die zesjarigen zelf kunnen lezen. Helaas zijn de meeste delen erg lelijk geïllustreerd, met statische op een griezelige manier realistische, maar levenloze tekeningen (in deel 1, over de aap, hebben alle apen grote glanzende starende ogen).

Deel 2, Raar maar waar van Annemarie Bon, is de gelukkige uitzondering. De vele kleine illustraties van Georgien Overwater hebben humor en zijn levendig. Tientallen gekke poppetjes zijn over de pagina's uitgestrooid. De kameleon, in schutkleur op een groot groen blad, kijkt benauwd naar een slang die van hem droomt (in een stripballonnetje), als maaltijd op een bordje met mes en vork. Vanuit de tekst lopen pijltjes naar details op de tekeningen, om bijvoorbeeld aan te geven waar de wandelende tak uithangt. Hij valt angstvallig niet op naast twee suffende tropische vogels in een boom. Helaas is Raar maar waar wel een wat onduidelijk samenraapsel van weetjes. Er is nauwelijks een verband tussen de ultrakorte hoofdstukken. Maar er staat wel veel in wat leuk is om te weten: van wat er gebeurt als je je haar en je nagels niet knipt tot het lievelingseten van een duif.

    • Judith Eiselin