Oude brille kopiëren is zinloos

Jazz-saxofonist Yuri Honing houdt niet 'rotzooi' die afleidt van de hoofdzaak. En heeft kritiek op zijn collega's. 'De meesten interesseert het geen reet wat ze doen, alleen wat ze verdienen'. Het gaat niet zo goed met de jazz als men wel denkt.

Yuri Honing op cd's: Gagarin (A Records 73025); Marnix Busstra 4-tet met Yuri Honing: On the Face of it (VIA Jazz 9920072). Honing op het North Sea Jazz Festival: vrijdag 12/7 in het Michiel Borstlap Sextet (20.15u Dakterras) en 13/7 met zijn trio (20u Mariszaal).

“Iedereen roept dat het zo goed gaat met de jazz. Veel nieuwe musici, steeds meer cd's. Maar bijna niemand signaleert dat het vooral uiterlijkheden betreft”, zegt Yuri Honing (31).“ Op het conservatorium begint het al: de meeste studenten interesseert het geen reet wat ze doen, alleen wat ze er mee kunnen gaan verdienen. Dat zijn dingen die me verbazen; je studeert toch niet jarenlang voor iets dat je eigenlijk koud laat? Mij is thuis altijd ingepeperd: als je kiest voor iets, wijd je er dan aan met een heilig vuur, anders wordt het niks”.

Saxofonist Yuri Honing werd verliefd op het instrument en studeerde op het conservatorium in Hilversum. In '92 maakte hij de eerste cd op eigen naam met bassist Tony Overwater en drummer Joost Lijbaart, onlangs gevolgd door Gagarin. Deze laatste cd, geheel gevuld met eigen werk, werd in anderhalf uur opgenomen volgens de zogenaamde 'two-track'- methode zonder toonregeling achteraf.

“We gingen de studio binnen en gaven daar een soort live-concert zonder publiek, dat 'pats, boem' zo op de plaat kwam. High End noemt men dit soort 'onbespoten opnamen'. Ik hou niet van allerlei trucs die de muziek hullen in een wolk van mist of versieren met allerlei rotzooi die alleen maar afleidt van de hoofdzaak. In die zin ben ik een purist. Ik heb niets tegen scratchers, rappers en weet ik veel, maar mijn ervaring is dat al dat gedoe in de jazz consequent te laat komt. Jazzmusici zijn over het algemeen oerconservatief. Als die gaan inhaken op een mode dan weet je dat het einde van de trend in zicht is”.

Yuri Honing gunt niettemin iedereen zijn succes. Hij vindt het niet zinvol om over anderen te zeuren maar als hij het heeft over 'zorgelijke tendenzen' vallen er spontaan toch enkele namen. De veelgeprezen trompettist Roy Hargrove verwijt hij gebrek aan richting en het feit dat hij ongegeneerd 'op de zaal speelt'. Een andere jonge darling van het publiek, saxofoon-collega Joshua Redman, speelt - meent hij - niet slecht maar is te veel bezig met het 'recyclen' van oud repertoire.

“Ik heb rijen platen waar al die stukken op staan in de meest briljante versies. Het heeft weinig zin om ze nog eens te spelen als je er niets substantieels aan toe kunt voegen. Het kan best zijn dat de luisteraar het wil maar ik verdiep me liever in de ziel van de muziek. Ik zie tussen die dingen duidelijk verschil. Amusement betekent antwoord geven maar in de kunst gaat het juist om vragen stellen. Ik pas niet in de wereld van het amusement.

“Dat betekent niet dat je moet besluiten: 'ik ga vernieuwen'. John Coltrane probeerde in de jaren '50 niet om 'hip' te zijn, toch geeft zijn muziek uit die tijd nog altijd een 'boem' omdat die zo ontzettend zuiver is. Je moet proberen authentiek te zijn, in de betekenis van 'jezelf'. Met eigen repertoire creëer je makkelijker een eigen taal, en dat is mijn grootste streven. Om dat te bereiken moet je heel veel spelen, want dan ontwikkelt je vocabulaire zich sneller”.

In dat laatste opzicht heeft Honing niet te klagen. Hij geeft zo'n 150 concerten per jaar, met zijn trio vooral in het buitenland. Zo toerde hij in juni door Finland en Canada. Ook met opnamen heeft hij het druk. Een cd met gitarist Marnix Busstra is zojuist verschenen, een andere met vocaliste Lydia van Dam is in voorbereiding. Daarnaast zijn enkele eigen projecten in een vergevorderd stadium. Nog deze zomer wordt er een trio cd opgenomen met uitsluitend pop-materiaal; BjÖrk, Abba, Green Day en anderen. Het is een weloverwogen poging tot modernisering, 'de standards van nu waren vroeger ook popsongs'. Een nog opmerkelijker experiment is Honings participatie in de nieuwe groep Whitehouse, die wel gebruik maakt van electronica. Van deze groep wordt komende winter een cd opgenomen.

“Om te bepalen hoe de jazz ervoor staat moet je niet letten op al die recyclers. Er zijn ontstellend veel meer musici dan voorheen maar het aantal dat iets teweeg brengt blijft beperkt. Gitarist Bill Frisell, de saxofonisten John Zorn en Steve Coleman, dat zijn musici op je petje voor af te nemen. Zij geven je het idee van 'hé, het kan dus.' Na Charlie Parker dachten ze ook dat er niets nieuws meer kon worden bedacht maar dat bleek gelukkig anders. Progressie is mijns inziens oneindig.

“Je eigen ding doen en nog goed ook, dat is weliswaar ontzettend moeilijk maar geen reden om het te laten. Na tien jaar ontmoedigingsbeleid, want daar krijg je als beginnend musicus mee te maken, heb ik nog steeds het gevoel dat het moet, je mag het best een obsessie noemen. Ik ga dus door tot ik er dood bij neer val, en dat bedoel ik letterlijk”.

    • Frans van Leeuwen