Oranje vrijbuiters trekken aandacht

WASQUEHAL, 2 JULI. De Franse commentator raakt opgewonden van alle oranje truien die door zijn beeld heen fietsen. En de redacteur van de gezaghebbende sportkrant l'Equipe wijdt vandaag een groot artikel aan de nieuwe Nederlandse wielerformatie.

Als ploegleider Theo de Rooy op de hoogte wordt gebracht van alle buitenlandse aandacht, verschijnt een brede glimlach op het serieuze gelaat. Wielrennen, sponsoring en journalistiek vormen een onverbrekelijke keten.

De Rabobank trekt de aandacht in de Tour de France. Het nieuwe tricot is een bezienswaardigheid, het frisse optreden van de negenkoppige equipe wekt de interesse van de buitenwereld. De renners van De Rooy tonen zich zeer strijdlustig, ze demarreren als de mogelijkheid zich voordoet en hebben de gebruikelijke afwachtende tactiek voorlopig afgezworen. De Franse media springen er gretig op in.

Wie is ene Erik Dekker, die veertiende werd in de proloog? Sinds wanneer rijdt Erik Breukink in de vlakke etappes van voren? En waar haalt Danny Nelissen opeens die kracht vandaan? De vragen lagen op ieders lippen in Wasquehal. Het geheim zit hem volgens de betrokkenen in de goede voorbereiding, de uitstekende sfeer en de bereidheid zo veel mogelijk in de aanval te gaan.

Het sterke optreden heeft zich na drie dagen nog niet vertaald in een ritzege. De renners van De Rooy zijn met hun talrijke vluchtpogingen voorlopig kansloos tegen het jakkerende peloton. Vooral met de sterke tegenwind heeft een solotoer weinig zin. Gisteren werd de laatste demarrage van de Russische huurling Vjatceslav Ekimov in de kiem gesmoord. Een paar honderd meter voor de finish werd hij voorbij gefietst door de jagende meute.

Als troostprijs voor de Nederlandse getinte ploeg kreeg Nelissen gisteren de bolletjestrui om de schouders gehangen. Bij de beklimming van Mont de L'Enclus (vierde categorie) voelde hij dat het rood-witte tricot binnen zijn bereik lag. “Gewoon het routeboek lezen, niks bijzonders.” De renner uit Sweikhuizen traint vele uurtjes in het Limburgse heuvelland, maar een begenadigd klimmer is hij nooit geweest. “Misschien ben ik hem morgen al weer kwijt”, sprak hij gisteren met gevoel voor realiteit.

Voor Nelissen is de Tour de France een hernieuwde kennismaking met de wereldtop. Twee jaar geleden werd hij tijdelijk afgekeurd wegens hartritmestoornissen. Hij twijfelde aan het medisch rapport en besloot nieuwe artsen te raadplegen die inderdaad geen afwijking constateerden. Inmiddels was zijn contract bij TVM ontbonden en moest Nelissen noodgedwongen terug naar de amateurs. Vlak voor zijn fraaie wereldtitel in Colombia tekende hij afgelopen najaar een nieuw profcontract bij de ploeg van Jan Raas. Na een moeizame start met oude knieklachten heeft Nelissen inmiddels zijn draai gevonden in het profcircuit.

Gisteren omhulde een bevuild verband de linkerknie van de leider in het bergklassement. Nelissen is gevallen in de proloog, maar toonde in de twee vlakke etappes zijn doorzettingsvermogen. Hij reed zich in de kijker, wat behalve moraal ook publiciteit opleverde. In de etappe van zondag kreeg hij 72 kilogram kaas aangeboden, een geschenk voor de meest strijdlustige renner. “Ik weet niet wat ik daarmee aan moet. Ik kan het toch onmogelijk allemaal zelf opeten”, zei de man die de laatste weken fors is afgevallen en gisteren om die reden last had van de koude. “Ik kon bijna mijn ritssluiting niet dichtkrijgen.”

Even verderop stond Erik Breukink de pers te woord. Hij noemt zichzelf tegenwoordig een manusje-van-alles. Zijn naam als klimmer heeft hij al eerder verspeeld, een hoge positie in het eindklassement behoort niet langer tot de mogelijkheden. Breukink ontpopte zich op de Belgische en Franse wegen als een soort wegbereider, een gaatjesvuller die zich volledig kan wegcijferen voor het teambelang. Hij lijkt zich de toenemende kritiek op zijn povere presties te hebben aangetrokken. “We vallen aan waar mogelijk, dat is met deze ploeg de beste tactiek. We hebben geen echte sprinters en geen renners voor het klassement. We zijn goed bezig maar de echte vleugels moeten nog komen.”

Manager Raas en zijn vriend David Lutijn, lid van de Raad van Beheer van sponsor Rabobank, keerden gisteren tevreden huiswaarts. “Wij willen vrijbuiters op de fiets en wat dat betreft gaat het de goede kant op”, verklaarde Lutijn aan de finish. Aanstaand weekeinde komt zijn collega-bestuurder Herman Wijffels een kijkje nemen in het peloton. De hoogste baas volgt de bergritten in de Alpen en zal vermoedelijk minder oranje truien in het voorste rijen aantreffen. Raas verklapte gisteren dat hij nog steeds op zoek is naar een begenadigd klimmer die de gloriejaren van Breukink kan doen herleven. Tot die tijd is het demarreren op hoop van zegen.