Onthullingen over CLBN; Zakenman kocht topbankiers om

MADRID, 2 JULI. De Franse top van de voormalige Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) is in 1988 omgekocht door de Italiaanse zakenman Giancarlo Parretti. Dat onthult het Amerikaanse zakenblad Fortune in een uitgebreide reportage die deze week verschijnt.

Parretti en diens zakenpartner Florio Fiorini leenden in totaal meer dan twee miljard dollar van de Rotterdamse CLBN, waarmee onder meer de overneming van de Amerikaanse filmstudio MGM werd bekostigd. Mede door de desastreuze afloop van de zakelijke avonturen van het Italiaanse duo, nu vijf jaar geleden, bevindt het Franse Crédit Lyonnais, een van Europa's grootste banken, zich financieel aan de rand van de afgrond. Uit processtukken rond de afwikkeling van de kwestie blijkt dat De Nederlandsche Bank jarenlang door de top van CLBN een rad voor ogen werd gedraaid.

De omkoping van de banktop zou volgens een in Fortune gepubliceerde verklaring onder meer hebben plaatsgehad tijdens een groots feest in de villa van Parretti in Hollywood eind 1988. Op kosten van Parretti waren Georges Vigon - voormalig CLBN-bestuursvoorzitter, lid van de raad van commissarissen en gepromoveerd naar het hoofdkantoor in Parijs - en Jacques Griffault - binnen CLBN ingebracht om de filmfinanciering te leiden - met hun families overgevlogen naar Los Angeles.

Tijdens het feestgedruis werden beiden apart genomen en kregen vervolgens een envelop aangeboden met een pakket aandelen en warrants van een onderneming van Parretti. CLBN-bestuursvoorzitter Jean-Jacques Brutschi, die niet op het partijtje aanwezig was, zou eenzelfde gift over de post toegestuurd hebben gekregen.

De waarde van het pakket aandelen was op dat moment tussen de 100.000 en 200.000 dollar, aldus Fortune. Parretti had echter grootse plannen met de houdstermaatschappij in kwestie, 21st Century Distribution. Volgens een der getuigen schetste hij tijdens de feestelijke bijeenkomst een toekomstige waarde van het pakket aan effecten tussen de 18 en de 24 miljoen dollar. Een en ander zou tot stand moeten komen met een kredietgarantie van 50 miljoen dollar van CLBN. Op deze wijze zouden de CLBN-bankiers de waarde van hun aandelengift op kunnen krikken door middel van het verstrekken van kredieten.

Fortune citeert uit nog geheime processtukken waarin Griffault en Brutschi erkennen dat zij het cadeautje van Parretti hebben ontvangen. Beiden beweren evenwel dat zij geen idee hadden van de waarde van de aandelen en warrants en de gift uitsluitend accepteerden om hun klant niet voor het hoofd te stoten. Georges Vigon, die zich volgens de publicatie door Parretti eveneens op vakantietripjes liet fêteren en kunstwerken ontving, gaf nog geen commentaar op de beschuldigingen. Het is niet duidelijk of het OM in Rotterdam mogelijk tot vervolging overgaat.

Pagina 14: Nederlandsche Bank aan het lijntje gehouden

In totaal zouden Parretti en Fiorini voor minstens twee miljard dollar aan kredieten via CLBN ontvangen. Een groot deel hiervan werd benut voor de overneming van MGM en het op de been houden van de sukkelende filmstudio, die vanaf het begin af aan een financieel bodemloze put bleek. Miljoenen dollars van de CLBN-leningen verdwenen evenwel in het niets.

Uit processtukken die inmiddels in de Verenigde Staten circuleren blijkt dat de bankiers in Parijs en Rotterdam er slaagden de toezichthouders van De Nederlandsche Bank (DNB) langdurig aan het lijntje te houden. Al begin 1989 maakte de DNB zich grote zorgen over de leningen van Parretti en Fiorini bij CLBN, die op dat moment al waren opgelopen tot 660 miljoen dollar.

De schuldenlast vormde toen al “een onderling samenhangend en naar onze mening exorbitant risico”, zo schrijft DNB-directeur Arnoud Wellink in een brief gedateerd 12 februari 1990 aan Jean-Yves Haberer, de toenmalige bestuursvoorzitter van Crédit Lyonnais in Parijs. De DNB eiste begin 1989 dan ook een garantiestelling vanuit Parijs, maar trok deze eis weer in na de plechtige belofte vanuit de CLBN-top in Rotterdam dat het krediet binnen afzienbare tijd voor een belangrijk deel zou worden afgelost.

Tot woede en verbijstering van de De Nederlandsche Bank bleek er echter niets van afspraak terecht te komen. Integendeel: Parijs en Rotterdam gingen onverminderd verder met het verstrekken van kredieten aan Parretti en Fiorini. “Eind oktober 1989 werd duidelijk dat de leningen waren opgelopen tot 1035 miljoen dollar”, aldus een ontzette Wellink in zijn schrijven. “Het was duidelijk dat hier zo'n risico in het geding was dat we meenden dat de Commission Bancaire (de Franse toezichthouder, red.) op de hoogte gebracht moest worden.”

In zijn brief schrijft de DNB-directeur dat Crédit Lyonnais in Parijs inmiddels welliswaar een garantie heeft afgegeven, maar beklaagt zich over het gevaar voor de goede naam van CLBN en het vrijwel volledig ontbreken van overzicht aan uitstaande leningen binnen de bank. Zo toont Wellink zich wantrouwend naar aanleiding van krantenpublicaties over de verkoop van de Nederlandse en Britse Cannon-bioscopen door Parretti en Fiorini.

Deze verkoop werd door het duo en CLBN gepresenteerd als een middel om een deel van de schuld af te lossen. Maar de nieuwe eigenaar, het tot dan toe onbekende Cinema 5 Europe, bleek de overneming eveneens met geleend geld van CLBN te financieren. “We willen zeker weten dat de nieuwe schuldenaars op geen enkele manier contractueel of financieel met de oude schuldenaars zijn verbonden”, aldus Wellink, die volgens zijn schrijven in de veronderstelling leeft dat Cinema 5 Europe een houdstermaatschappij is van de Italiaanse media-tycoon Berlusconi. Achteraf bleek Cinema 5 Europe slechts een van de vele sluipwegen van Fiorini en Parretti om de leningen van CLBN binnen te sluizen.

Pas halverwege 1991, ruim anderhalf jaar later, werd Crédit Lyonnais gedwongen een aantal ingrijpende maatregelen te nemen bij CLBN. Bestuursvoorzitter Brutschi werd uit zijn functie ontzet, nadat uit ondermeer publikaties in deze krant bleek dat hij maandenlang de aandeelhouders voorgelogen had over de mate van betrokkenheid van de bank bij de zaken van Parretti en Fiorini. CL-topman Vigon, die als hoofd Europa binnen de bank een centrale rol speelde in de kredietverlening aan het Italiaanse duo, werd door de bank met vervroegd pensioen gestuurd. Griffault bleef nog enige tijd in dienst bij de bank om te helpen bij het in kaart brengen van de juridische en financiële chaos die achter was gelaten na het ineenstorten van het imperium van Parretti en Fiorini.

In het artikel in Fortune wordt de filmbankier Frans Afman eveneens beschuldigd van het aannemen van steekpeningen in de tijd voor CLBN de filmdivisie leidde. Onder leiding van Afman groeide CLBN in de jaren tachtig uit tot de belangrijkste financier van onafhankelijke filmprodukties in Hollywood. Hij zou volgens een getuigenverklaring voor een rechtbank in Los Angeles in 1983 op een jacht in Cannes een envelop met een onbekend bedrag aan dollars hebben ontvangen in ruil voor het verstrekken van een lening aan een Amerikaanse produktiemaatschappij.

Afman, die recentelijk werd benoemd tot voorzitter van de stichting Nederlands Filmfestival, ontkent desgevraagd met klem de beschuldigingen. “Ik ben misschien niet de slimste bankier”, aldus Afman, “En ik weet ook niet precies hoe dat soort dingen in zijn werk gaan. Maar het is wel bijzonder onwaarschijnlijk dat ik in het bijzijn van zeker vijftig mensen een envelop met geld aan zou nemen.”

Volgens de zakenman, die bij CLBN vertrok uit onmin met de zaken die met Parretti en Fiorini werden verricht, onderzoeken zijn Amerikaanse advocaten mogelijke juridische akties tegen Fortune. “Dit is me absoluut te gortig”, aldus Afman. “Mensen die me kennen gaan hier schouderophalend aan voorbij. Ik heb een te goede reputatie in Hollywood.”

    • Steven Adolf