Niemand kent de buren van het stadion Wembley

De mooiste wedstrijden van het EK voetbal zijn gespeeld op Wembley in de Londense deelgemeente Brent. Maar buurtbewoners hadden bij het stadion niks te zoeken. Het voetbalfestijn heeft hen alleen maar ellende gebracht.

LONDEN, 2 JULI. Ze zijn als de opperwereldbewoners en de ondergrondsen, zoals de Britse schrijver H.G. Wells ze meer dan honderd jaar geleden in zijn novelle 'De Tijdmachine' heeft beschreven. “De twee typen die door de evolutie van de mens waren ontstaan, bewogen zich naar een totaal nieuwe onderlinge verhouding.”

Aan de ene kant de voetbalsupporters die naar het heiligste van alle voetbaltempels trokken. Voorop de 14.000 heersers die niet eens voor hun dure plaatsen in het Wembley-stadion hebben hoeven te betalen. Weggezakt in het leer van hun Rolls of Jaguar of Bentley, of airconditioned tourbus met welvoorziene bar. Ze werden getracteerd door de zaak of door zakenrelaties. Omdat zo'n uitje de smeerolie van het vrije ondernemerschap is.

Aan de andere kant de 250.000 bewoners van de Londense deelgemeente Brent waar Wembley al 73 jaar is gelegen. Honderdveertig nationaliteiten, en het enige wat ze gemeen hebben is slechte huizen, lage inkomens en een voortdurende dreiging van criminaliteit. Het werkloosheidspercentage is dubbel het landelijk gemiddelde. De welvaart haalt niet eens de helft van het niveau van de deelgemeente Richmond, 13 kilometer verder. Voor het bedrag van 225 gulden dat de supporters achteloos neertelden voor een kaartje op Wembleys hoofdtribune, veegt Tony Nwebube tien dagen lang de hoofdstraat die naar het stadion leidt.

Buurtbewoners en supporters, ze leven in gescheiden werelden die elkaar nooit zullen ontmoeten. Supporters die per trein of metro op het centraal station van Wembley arriveerden, liepen achteloos voorbij aan de leegstaande winkelpanden. Ze negeerden de afgebladderde en zwartgeblakerde fabrieksgebouwen van Park Royal, ooit het grootste en modernste bedrijventerrein van Londen, waar sinds het einde van de jaren zeventig bijna 30.000 banen verdwenen zijn. In de Stonebridge-buurt met zijn muisgrijze kolossen en zijn aanhoudende kindergejank dat uit honderd kelen weerkaatst tegen de blinde muren, waagden ze zich niet.

Buurtbewoners hadden bij het Wembley-stadion niks te zoeken. Ze verborgen zich in hun huizen toen de stortvloed van supporters hun smalle straten overspoelde, de wijk vergiftigend met lawaai en uitlaatgassen. Ze kwamen pas weer naar buiten toen het rumoer was geluwd en het afval ritselde in de wind.

Wat Brent voor baat had bij het EK? Sue Spencer, lid van het Wembley-buurtcomité, zou het niet weten. Alleen maar ellende heeft het voetbalfestijn gebracht. Tot overmaat van ramp moest haar man ook nog voor een spoedoperatie naar het ziekenhuis nadat Engeland Spanje met strafschoppen had verslagen. Verkeerd terecht gekomen nadat hij bij de redding van de Engelse doelman Seaman juichend was opgesprongen.

Maar Sue Spencer zou het Wembley-stadion toch nog niet willen missen. “Zonder Wembley zouden we ons in niets van andere deelgemeenten aan de rand van Londen onderscheiden.” Daarnaast brengt Wembley ook, zegt ze met omfloerste stem, “een sprankje licht en vreugde in de harten van de mensen”.

Ze doelt op de kleurige reclameposters die aan alle lantaarnpalen hangen en op de metershoge plastic bierflessen en chocoladerepen die de laatste grasveldjes van Brent in beslag hebben genomen. Ze heeft het ook over het 'culturele festival' dat op wedstrijddagen tijdens het EK in het King Edward VII Park werd gehouden: een diskjockey van 300 pond, een reuzenrad van drie meter hoog en een clown die als Charlie Chaplin is verkleed.

Ook directeur Tony Lear van de deelgemeente Brent vindt dat de buurtbewoners met het Wembley-stadion gezegend zijn. Het stadion biedt werk aan 4.000 mensen, van wie bijna 500 fulltime. En dan heeft Lear het nog niet een over al de indirecte banen bij restaurants en café's die drijven op de supportersinvasies.

De deelgemeente Brent heeft zelfs overwogen haar naam door Wembley te vervangen. Om de attractiewaarde voor investeerders te vergroten. Om bedrijven naar de industrieterreinen in Brent te lokken. “Wembley kent iedereen”, zegt Lear. Maar de buren van Wembley kent niemand.