Nederland kan leren van Ierse banenmachine

DEN HAAG, 2 JULI. Het gaat tamelijk goed met de Nederlandse economie, zo concludeert minister Melkert uit de concurrentietoets van zijn ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De performance van de Nederlandse verzorgingsstaat wordt daarin afgezet tegen die van zeven andere economieën. Sterk opkomende landen als Ierland, Polen en Tsjechië zitten daar niet bij, wat het beeld incompleet maakt.

Of het goed gaat met de Nederlandse verzorgingsstaat blijkt in de eerste plaats uit het gedrag van afzonderlijke ondernemingen. Wat dat betreft zou de conclusie van Melkert heel wat somberder moeten zijn dan uit de inleiding van zijn nota blijkt. Philips concentreert de produktie van gloeilampen in toenemende mate in Polen. Akzo Nobel heeft eveneens ontdekt dat de loonkosten daar tien procent bedragen van die in Nederland en ook vele kleding- en textielbedrijven laten het 'handenwerk' in Centraal- en Oost-Europa doen.

Het 'slimme' werk daarentegen verkast naar het Westen, naar Engeland en Ierland, waar de loonkosten 35 tot 50 procent lager liggen, weinig winstbelasting wordt geheven en aanlokkelijke subsidies liggen te wachten.

Matthijs Havinga is directeur Ierland van softwarebedrijf Dedicate in Woerden. Dedicate is zo'n snel groeiend bedrijf waarvan Nederland het voor zijn werkgelegenheid moet hebben. Begin dit jaar werkten er 150 mensen. Nu zijn dat er 170, eind dit jaar zal de grens van 200 worden doorbroken. Verdere banengroei zal echter vooral in Ierland plaatshebben.

Trots laat de net uit Dublin teruggekeerde Havinga de foto's zien van het nieuwe kantoorpand, dat na de vakantie in gebruik wordt genomen. Vorige week heeft hij de eerste vijf Ieren aangenomen. “Dat gaat gemakkelijker dan we dachten”, zegt hij. Wat een verschil met Nederland, waar Dedicate alles in het werk stelt om aan mensen te komen die thuis (willen) zijn in de programmeertalen Visual basic en C++. Zo looft het bedrijf 4000 gulden uit voor iedereen die een nieuwe werknemer aanbrengt. Het aantal manieren waarop personeel wordt geworven overtreft het aantal mensen dat zich aanmeldt. Zo boort Dedicate de onderofficieren bij Defensie, wier baan op de tocht staat, aan als bron. Met een beetje additionele opleiding kunnen ze zo aan de slag.

In Ierland is de personeelswerving eenvoudiger, heeft Havinga ondervonden. “Het merendeel van de HBO-leerlingen en academici heeft daar praktische ervaring”, zegt hij. “Op hun curriculum vitae staan diverse projecten. Ieren leren op school al praktisch en zakelijk te denken. De theorie staat daar, anders dan hier, niet op de eerste plaats”. Volgens Havinga weten afgestudeerde Nederlandse academici wel hoe ze met algoritmes moeten werken, maar hebben ze geen flauw benul van de hete vuren die hen te wachten staan bij opdrachtgevers.

Dedicate heeft de bovenste verdieping gehuurd van een groot kantoorpand, waarin ook de Ierse PTT huist. De huur is fors, noemt Havinga als nadeel van Ierland. “Coolsingelprijzen. Het is ontzettend moeilijk om in Dublin een pand te vinden”. Gelukkig hangen er een paar fiscale toeters en bellen aan. Zo bedraagt de winstbelasting in Ierland slechts 10 procent, tegen 35 of 40 procent (afhankelijk van de omvang van de winst) in Nederland. De lage winstbelasting voor high-tech bedrijven in Ierland is gegarandeerd tot het jaar 2010. Daarnaast levert een investering er diverse subsidies op, waaronder - eenmalig - 21.000 gulden per gecreëerde werkplek.

Anders dan Melkert heeft staatssecretaris Vermeend (Financiën) Ierland wel in de smiezen. Tandenknarsend ziet Vermeend bedrijven als Dedicate richting Ierland verkassen. Hij beraamt plannen hen hier te houden.

Minister Melkert kan ook een hoop leren van de Ieren, die sinds 1 juli het voorzitterschap van de Europese Unie bekleden. Het aantal vakantiedagen, heeft Havinga gemerkt, is aan de westgrens van de Europese Unie aan de lage kant: twintig. Datzelfde geldt voor de salarissen.

Directeur-eigenaar Fred Chappin van Dedicate pakt zijn zakcalculator en toetst een paar cijfers in. Een Ier kan per maand rekenen op een bruto salaris van 3200 gulden. All in (inclusief 13 procent werkgeverslasten) kost zo iemand 3600 gulden. Zonder vakantiegeld, want dat kennen ze in Ierland niet. “In Nederland begin je met bruto 3300 gulden per maand, plus 8 procent vakantiegeld en een auto van de zaak van 1400 gulden”, zegt Chappin. Even rekenen. “Dat komt dus neer op 5.500 gulden per maand. Dat is dus ruim vijftig procent meer dan een Ierse programmeur verdient.”

Bijkomend voordeel van de Ieren is hun kennis van het Engels, de voertaal in elk softwarebedrijf. Chappin: “Ieren kunnen bij wijze van spreken al vanaf hun veertiende programmeren, omdat ze de handleidingen makkelijker kunnen lezen”.

De telecom-verbindingen met Ierland zijn prima. De programmeurs in Ierland en Nederland zullen straks binnen één netwerk gelijktijdig aan hetzelfde programma kunnen werken. Bovendien heeft Chappin met Libertel een deal gemaakt die hem gratis GSM-toestellen voor zijn hele personeel en zeer geringe abonnementskosten opleverden. “Of iemand in Dublin of Woerden zit maakt straks geen enkel verschil”, zegt Chappin. “De communicatie verloopt alsof die Ieren in de kamer hiernaast zitten”.

Microsoft van Bill Gates, waarvoor Dedicate programma's test, heeft al eerder de weg naar Ierland gewezen. Alle zaken buiten de VS lopen via Dublin, waar Microsoft 2000 mensen heeft werken in een locatie ter grootte van het Rotterdamse Brainpark. De vertaling van Amerikaanse software en de mondiale distributie ervan gebeuren vandaaruit.

Dedicate sluipt marktleider Microsoft achterna. Nu voert het Nederlandse bedrijf nog voornamelijk turn-key projecten uit voor opdrachtgevers. Maar het doel is ook kant-en-klare computerprogramma's te gaan leveren. Met Ierland als uitvalsbasis lijkt winst verzekerd. Naast het goed en praktisch opgeleide arbeidspotentieel vormen de lage loonkosten en winstbelasting een goede uitgangspositie voor verdere groei.

Zoals Polen als een magneet industriële bedrijven trekt die zoeken naar goedkope handjes, zo zuigt Ierland hoogwaardige werkgelegenheid aan. Het resultaat is terug te vinden in de jongste Economic Outlook van de OESO, de club van rijke Westerse industrielanden. De Ierse economie groeit het hardst van allemaal en voldoet nu al aan de normen voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie in 1999. De OESO verwacht dat het Ierse bruto binnenlands produkt (BBP, de internationale maatstaf voor welvaart) dit en volgend jaar met 5 à 6 procent blijft groeien, mede door sterke groei in elektronica. Dat is het dubbele van de 3 procent die onder anderen premier Kok tot doelstelling heeft verheven. Vorig jaar was de groei zelfs nog hoger: 7,75 procent. Daarmee kan Ierland worden omschreven als een 'Europese tijger', van hetzelfde kaliber als Taiwan of Zuid-Korea.

Ondanks de snelle groei van de beroepsbevolking, die Ierland gemeen heeft met Nederland, daalt de werkloosheid flink - van 16 procent in 1993 tot 12,5 procent dit jaar. Het financieringstekort bedraagt 2,4 procent, ruim onder de 3 procent die de EMU als norm stelt. En de staatsschuld loopt snel terug: van 91 procent van het BBP in 1994 tot naar verwachting minder dan 80 procent in 1997, aldus de OESO.

Zo lijkt het erop dat Nederland economisch in de tang wordt genomen door landen die zo'n duizend kilometer ten oosten en westen liggen. Laagwaardige Nederlandse werkgelegenheid verdwijnt naar Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië en Wit-Rusland. De bovenkant van de arbeidsmarkt wordt uitgehold door Ieren en Britten.

Op 1 januari neemt Nederland de voorzittershamer van de Ieren over. Bij de overdracht kunnen wellicht ook wat economische kerngegevens worden uitgewisseld.

    • Frank van Empel