Kunsthandel in Nederland is tegen verdrag

DEN BOSCH, 2 juli. Alle overkoepelende verenigingen van de Nederlandse kunst- en antiekhandel hebben een verbond gesloten tegen het Unidroit-verdrag over de teruggave van gestolen en illegaal geëxporteerde cultuurobjecten.

Het Nederlandse kabinet heeft besloten dit verdrag te ondertekenen ondanks de bezwaren van de georganiseerde kunst- en antiekhandel. Deze zal nu proberen de wettelijke goedkeuring van het verdrag tegen te gaan.

De verklaring is ondertekend door negen organisaties. Daartoe behoren de verenigingen van antiquaren, munthandelaren, gallerie- en veilinghouders, handelaars in oude kunst alsmede de PAN-beurs. Op zichzelf stellen zij zich achter de bedoeling van het verdrag, dat vorig jaar in Rome tot stand kwam onder auspieciën van UNESCO en beoogt het culturele erfgoed te beschermen van met name kwetsbare ontwikkelingslanden.

De kunst- en antiekhandel vindt echter dat het verdrag zo ruim is geformuleerd dat het zijn doel voorbij schiet. De vier voornaamste bezwaren zijn:

De definitie van cultuurgoederen in het verdrag is zo ruim dat de kunstmarkt in voortdurende onzekerheid zal zijn.

Kunstkopers krijgen de plicht de herkomst van een aangeschaft object te onderzoeken. Deze onderzoeksplicht is zo ruim dat niemand weet waar hij aan toe is. Bovendien wordt de bewijslast ongekeerd in strijd met fundamentele rechtsbeginselen.

De Nederlandse rechter zal buitenlandse wetgeving over de uitvoer van cultuurgoederen blindelings moeten toepassen zonder dat op enigerlei wijze kan worden getoetst of deze bepalingen niet veel te ver gaan.

Het verdrag stelt uitzonderlijk lange termijnen voordat een vordering tot teruggave van illegale cultuurgoederen is verjaard. Nederland heeft bij de herziening van het Burgerlijk wetboek juist gekozen voor verkorting.

De organisaties waarschuwen “dat door het Unidroitverdrag een situatie van onbedoeld wederzijds onbegrip dreigt te onstaan tussen de musea en kunsthandel in Nederland”. De Nederlandse museumvereniging heeft aangedrongen op toetreding tot het verdrag. Het kabinet kreeg ook positieve adviezen van de Nederlandse vereniging voor rechtspraak (de beroepsvereniging voor de magistratuur) en de speciale staatscommissie voor internationaal privaatrecht (grensoverschrijdende rechtsbetrekkingen tussen particulieren). De Orde van advocaten was terughoudend.

In de Verenigde Staten hebben de grote musea vorig jaar gezamelijk met organisaties van kunsthandelaren en grote veiliginghuizen stelling genomen tegen aanvaarding van het Unidroit-verdrag. Zij zeiden dat dit “draconische bepalingen” bevat. De juridisch adviseur van het Britse departement voor nationaal erfgoed, Paul Jenkins, verwelkomde eind vorig jaar het verdrag als op zichzelf een knap compromis. Toch noemde hij de bezwaren zo groot dat het Unidroit-verdrag “onaanvaardbaar” is voor de Britse regering.

Binnen de Europese Unie (waar sinds 1993 een eigen Richtlijn over illegale kunstobjecten geldt) is het verdrag nog slechts ondertekend door Frankrijk, Finland en Italië. Zwitserland heeft al wel tot toetreding besloten.