Humor op Antarctica

De Britse poolexpediteur Robert Swan is de enige mens die zowel de noord- als de zuidpool te voet heeft bereikt. Na zijn schokkende ervaringen op Antarctica zet hij zich nu in voor het behoud van het milieu.

Stel je voor. Het is veertig graden onder nul. Je wandelt over een kale ijsvlakte, een slee achter je aan trekkend met 180 kilo voedsel en brandstof. En dat doe je negen uur per dag, zeventig dagen achtereen. Het dagelijks dieet bestaat uit een halve liter pure slaolie en een pakje boter, samen goed voor 8500 kcal, en nog raak je 28 kilo aan lichaamsgewicht kwijt.

De meeste mensen zal dit als een nachtmerrie in de oren klinken, maar voor de Engelsman Robert Swan ging met deze beproeving een jongensdroom in vervulling. 1.600 kilometer liep hij door Antarctica om de zuidpool te bereiken. En alsof dat nog niet genoeg was ging hij enkele jaren later te voet naar de noordpool - een tocht van 1.400 km over een zee van ijs. Hij is daarmee de eerste - en tot nu toe de enige - mens die op deze manier de beide polen heeft bereikt.

Robert Swan (39) wilde al vanaf zijn elfde naar Antarctica, om in de voetsporen te treden van zijn land- en naamgenoot Robert Falcon Scott. Hoe komt een kind op het idee om poolreiziger te worden? “Op een nacht, om een uur of drie, maakte mijn vader mij wakker en zei: 'Robert, er staan twee mannen op de maan, kom eens kijken.' Dus ik ging naar beneden, zag Buzz Eldrin en Neil Armstrong en raakte in de ban van het idee van avontuur en ontdekkingsreizen. Zo'n twee maanden later zag ik een film over Antarctica en op dat moment bedacht ik: ik zal waarschijnlijk nooit op de maan komen, maar dáár kan ik zeker wel naartoe.”

Swan komt uit een gewoon Brits gezin, maar zijn verhalen zijn verre van doorsnee. Op zijn 39ste heeft hij 149 landen bereisd, toen hij achttien was vertrok hij in zijn eentje naar Afrika om een fietstocht te maken van Kaapstad naar Kairo, waar hij acht maanden over deed. Terug in Engeland ging hij naar de universiteit om zich aan een serieuze carrière te wijden. Hij haalde een graad in oude geschiedenis, maar zijn droom liet hem niet los, en vanaf zijn 21ste begon hij geld in te zamelen voor zijn expeditie naar Antarctica. Na vier jaar had hij nog geen cent binnen, hij woonde in een stinkende flat in het East-End van Londen en zijn vrienden verklaarden hem voor gek. Een ontmoeting met Sir Peter Scott, de zoon van Robert Scott, inspireert hem om toch door te gaan. Drie jaar later, 28 jaar oud, heeft hij de benodigde zes miljoen dollar bij elkaar geschraapt. Hij vertrekt met vier andere Britten naar de koudste plaats op aarde: Antarctica, 6.000 km van de bewoonde wereld, met genoeg proviand en voedsel om twee jaar te overleven.

“Dat moment waarop je naar de hut loopt die Captain Scott heeft gebruikt, als je de deur opent en opeens 75 jaar teruggaat in de tijd, dan besef je waarvoor je het hebt gedaan. We wandelden een bevroren stuk geschiedenis binnen.” Omdat de temperatuur er altijd onder de min tien graden Celsius was, was alles in de hut intact gebleven. “Het is een merkwaardige ervaring om boter, koekjes en jam van 75 jaar oud te eten”, vertelt Swan, “en het smaakte zelfs beter dan de meeste koekjes uit 1996.”

Toen kwam de dag waarop de zon uit hun leven verdween. Vijfeneenhalve maand moesten ze in het donker doorbrengen, met vijf mannen, in een klein huisje. “Humor was in die tijd belangrijk”, zegt Swan. “En als er iets is wat wij Britten leuk vinden, is het om Amerikanen te schokken. Nu hadden we de kans om dat te doen. Driehonderd kilometer bij ons vandaan, aan de andere kant van de bevroren zee, lag namelijk een klein Amerikaans wetenschappelijk station. Wij besloten de Amerikanen te verrassen, door over het ijs te fietsen en bij ze aan te kloppen. Zij dachten dat de dichtstbijzijnde mensen 6.000 km weg waren, in Nieuw Zeeland, dan is het wel even schrikken als er opeens vijf fietsers voor je neus staan die beleefd vragen naar de weg naar de zuidpool. Ze dachten waarschijnlijk dat we van Mars kwamen, of dat we Russen waren, maar er was maar één antwoord mogelijk: British.”

De eerste zonsopgang, het einde van de zuidpoolwinter, was het vertreksein voor Robert en twee van zijn metgezellen voor hun voettocht naar de pool, de langste tocht die ooit is gemaakt zonder begeleiding, zonder radio's ook. Ze namen voedsel mee voor tachtig dagen, wat inhield dat ze zo'n 20 km per dag moesten afleggen om de 1.600 km te overleven. Toen ze door sneeuwstorm gedwongen werden in hun tent te blijven, mochten ze van zichzelf dan ook niet eten: geen kilometers naar het zuiden, geen eten, en dat bij veertig graden onder nul.

Robert Swan is geschokt door wat hij zag op Antarctica: afvalbergen, door 'wetenschappelijke' missies achtergelaten rotzooi, vervuiling. “Zelfs in deze mooie, mythische streken zijn we achteloos”, verzucht hij. Schokkend was ook de directe confrontatie met het gat in de ozonlaag: “We kregen alle drie enorme brandwonden, je kon de vellen zo van onze gezichten trekken. Hoewel we tegen elkaar zeiden: 'chap, this is perfectly normal', wisten we dat het helemaal niet normaal was. We waren de eersten die onder het gat in de ozonlaag liepen en de ultraviolette straling had zijn werk gedaan. Later ben ik op boerderijen geweest in Zuid-Chili waar blinde schapen rondlopen. Dit zijn vreselijke problemen.”

Sinds zijn reis naar Antarctica zet Swan zich - als VN-ambassadeur - in voor het behoud van het milieu. “Vanaf het moment dat ik de hut van Scott binnenstapte, besefte ik wat mijn roeping was: proberen ervoor te zorgen dat mensen duizend jaar na vandaag kunnen terugkijken op ons en zeggen: 'Godzijdank waren ze toen zo verstandig om tenminste dat ene plekje op aarde te bewaren.' ”

Swan geeft over de hele wereld lezingen voor scholen en bedrijven. Onlangs sprak hij in Nijmegen de studenten toe die komend studiejaar met een VSB-beurs naar het buitenland reizen. Denkt hij echt dat hij met zijn verhaal de wereld kan verbeteren? “Ik besef dat ik slechts een katalysator ben, het enige wat ik kan doen is mensen aan het denken zetten. Ik heb een zoontje van twee en hij zal later een paar heel moeilijke vragen stellen. Bijvoorbeeld: Papa, hoe komt het dat er niemand in Nieuw Zeeland woont? Of: Ik dacht dat er een land was dat Nederland heette, maar dat schijnt nu onder de zee te liggen. Ik wil hem graag kunnen antwoorden dat ik gedaan heb wat ik kon. Ik ken mijn beperkingen: het enige wat ik kan doen is een mooi verhaal vertellen. Maar ik denk dat mensen mijn boodschap serieus nemen, als ik vertel dat ik met eigen ogen ijsbergen heb zien smelten.”

    • Karin Mössenlechner