Een aanval vroeg in de ochtend

Doe je er als slachtoffer goed aan het proces bij te wonen tegen de dader die je zoveel leed heeft berokkend? Die vraag moet ieder voor zichzelf beantwoorden. Wie zo snel mogelijk alles wil vergeten, kan beter thuisblijven. Maar wie een sterke behoefte heeft aan genoegdoening of vergelding, moet zeker komen.

Er is de laatste jaren meer aandacht gekomen voor de rol van het slachtoffer in het strafproces. Toch zal hij of zij er altijd rekening mee moeten houden dat de afloop uiterst onbevredigend is. Rechters zijn geen engelen der wrake, en daders blijken vaak zielige mensen die niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun daden.

Neem het geval van de dames Otters en Vermenk. Zij stonden om 7 uur 's morgens op het punt om naar hun werk te gaan. Mevrouw Otters wachtte op straat op mevrouw Vermenk die haar elke morgen kwam afhalen. Opeens kwam een Marokkaanse man van in de dertig op haar af. Zonder veel omhaal van woorden stortte hij zich op haar en begon haar te slaan en te schoppen.

Mevrouw Otters gilde zó hard dat haar man het op hun hooggelegen flat kon horen. Hij schoot in zijn kleren en snelde toe, maar toen was de situatie al helemaal uit de hand gelopen. Mevrouw Vermenk was inmiddels gearriveerd en had geprobeerd haar vriendin te ontzetten. Dat was voor de Marokkaan voldoende reden om zich ook tegen háár te keren. Hij sloeg haar tegen de grond en ging op haar lichaam staan. Zij kon ten slotte door een aantal mannen worden bevrijd.

De medische gevolgen waren groot: mevrouw Otters had een wond in het gezicht, een afgebroken voortand en een hersenschudding, mevrouw Vermenk liep een gebroken onderarm op. De psychische gevolgen zijn nog veel ingrijpender: de dames kampen met sterke gevoelens van onveiligheid, ze durven nauwelijks meer de straat op. Ze hadden die morgen voor het eerst ervaren wat het woord 'doodsnood' precies inhoudt.

De dames, vergezeld van hun echtgenoten, beleven vandaag bij de Haagse rechtbank een pijnlijk weerzien met hun belager, Mourad Amkoum. Zouden zich zij nog goed kunnen voorstellen dat deze gedweeë, onopvallende man die bewuste morgen als een furie tegen hen tekeer is gegaan? Zouden ze hem überhaupt nog herkennen?

Amkoum meende, ten onrechte, dat hij mevrouw Otters de voorafgaande nacht had ontmoet in een buurtcentrum. Daar zou ze geprobeerd hebben hem te vergiftigen door ecstasypillen in zijn glas te gooien.

“Daarom wilde u haar doden?” vraagt de rechter, mr. J. van Daal, die het verhoor leidt.

“Ik wist niet wat ik deed, ik was dronken”, zegt Amkoum via zijn tolk.

“Tegen de politie heeft u aanvankelijk gezegd dat u haar wilde dood maken.”

“Ik wilde haar niet doden.”

“Zag u dat mevrouw al na de eerste klap bloedde?”

“Nee.”

“Toen bent u die andere mevrouw achterna gegaan.”

“Ik wist niet wat ik deed. Ik weet niet of ik haar geslagen heb. Wèl weet ik nog dat ik aangehouden werd. Later bleek ik over mijn hele lichaam blauwe plekken te hebben.”

“Hoe kwam u hiertoe?”

“Ik ben nog nooit zo gek geweest. Ik dacht dat die eerste vrouw wat in mijn glas had gedaan.”

“Waarom bent u zo gek geworden?”

“Dat weet ik niet.”

Dankzij psychiatrisch onderzoek weten we inmiddels wat meer van Amkoum. Het gaat al langer niet zo goed met hem. Vanaf 1990 woont hij met vrouw en twee kinderen in Nederland. Hij werkte hard in allerlei baantjes om een goed leven te kunnen leiden, maar hij had de pech dat er huwelijksproblemen ontstonden. Geleidelijk raakte hij steeds meer in de war. Drie jaar geleden kwam hij bij de Riagg terecht. Ook liet hij zich in Marokko door een psychiater behandelen. Het hielp wel iets, maar nooit lang. Medio 1995 viel hij weer terug in zijn oude, verwarde doen.

In de nacht voorafgaand aan zijn aanval op de twee dames, was een nieuwe echtelijke ruzie in huize Amkoum uitgebroken. De politie moest er bijkomen om de gemoederen te sussen. De agenten raadden hem aan voorlopig weg te blijven. Amkoum ging daarop naar een buurthuis waar hij het tot zes uur op een zuipen zette. Na de sluiting stond hij moederziel alleen op straat, dronken, wanhopig en woedend.

Toen zag hij die mevrouw staan. Kende hij haar niet ergens van? Was het niet aan haar te wijten dat hij zich zo beroerd voelde?

Volgens de forensische psychiater lijdt Amkoum aan 'een chronische paranoïde psychose met vergiftigingswanen'. Dat lijkt aardig te kloppen, al vraag je je bij dit type diagnose altijd af of de psychiater hetzelfde zou hebben gevonden als hij de man vóór zijn daad had onderzocht. Verpleging van Amkoum in een inrichting acht de psychiater dringend gewenst.

En de slachtoffers?

De president, mr. J. Holtrop, vraagt mevrouw Vermenk of hij haar een vraag mag stellen over de manier waarop haar arm werd gebroken. “Maar als u er niet over wil praten, heb ik daar alle respect voor.” Mevrouw Vermenk schudt het hoofd, ze verkiest te zwijgen. Haar arm is nog steeds niet in orde, ze kan er nog niet het huishouden mee doen.

De dames hebben een schadeclaim ingediend: 2.600 gulden (mevrouw Otters) en 1.500 gulden (mevrouw Vermenk). Maar ook daaraan zullen ze weinig plezier beleven. “Het zijn vorderingen tegen iemand van wie ter discussie staat of het tenlastegelegde hem kan worden toegerekend”, zegt de president. Hij wendt zich tot de officier van justitie, mevrouw mr. E. Hulsing. “Ik hoop dat u dat tegen de slachtoffers heeft gezegd.”

“Nee, dat is niet gebeurd”, zegt de officier.

“Je kunt schade alleen toewijzen als iemand verantwoordelijk is”, zegt de president.

De officier bevestigt dat en belooft het de slachtoffers na afloop van de zitting alsnog te zullen uitleggen. Zij vindt de door de psychiatrie voorgestelde maatregel - verpleging - onvoldoende. “Justitie verliest dan snel de greep op hem.” Ze vraagt om tbs met dwangverpleging. Verder verzoekt ze ontslag van rechtsvervolging.

De advocaat, W. Croes, voelt wel voor de verpleging, maar niet voor de tbs. “Het duurt dan te lang voordat hij kan worden opgenomen. De behandeling van deze man moet zo snel mogelijk beginnen.”

“Ik wil geholpen worden”, zegt Amkoum in zijn laatste woord, “zodat ik beter kan worden.”

(Het vonnis, twee weken later: opname voor een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis, daarna tbs met dwangverpleging.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gewijzigd. Deze rubriek zal in september worden hervat.

    • Frits Abrahams