Democratie voor het gemak, niet voor de Russische ziel

De Russen kiezen morgen hun president, Jeltsin of Zjoeganov. Ze zullen vooral op een van beiden stemmen om het grotere kwaad van de ander te voorkomen, meent Hubert Smeets. Volgens hem staan de Russen nog steeds ambivalent tegenover de democratie.

Temidden van de vele dagelijks angsten kent Rusland ten minste één heilige angst: de angst dat het Polen wordt. Polen staat voor alles wat Rusland niet wil zijn. Polen erkent de paus in Rome, Polen is de speelbal van externe mogendheden die het land steeds maar begrenzen. Kortom: Polen is Europa en hecht dus aan uiterlijke beleefdheden, om vooral maar niet te veel aanstoot te geven.

Rusland daarentegen is orthodox conform het 'juiste woord', heeft de patriarch in eigen huis. Rusland is bovendien grenzeloos, het is Europa noch Azië maar een ruimtelijke entiteit in zichzelf en zoekt zijn deugden, in het aangezicht van God, allereerst in innerlijke eerlijkheid en niet in sociale schijn. De Russen zijn, zoals de schrijver Viktor Jerofejev het noemt, daarom “allemaal gijzelaars van een unieke cultuur”.

Toen Jerofejev een jaar geleden voor een televisieprogramma met een camera de straat op ging, nam hij de proef op de som. Zijn vraag was: zijn wij Europeanen of niet? “Alle alcoholisten en kolonels antwoordden: wij zijn Europeanen. Alle jongeren zeiden: wij zijn Aziaten. En Dmitri Lichatsjov (negentig jaar en de meest gerespecteerde letterkundige van de late Sovjet-Unie respectievelijk het vroege Rusland, HS) zei niets. Hij had het vraagstuk nog niet afgehandeld.”

Dit experiment bewijst volgens Viktor Jerofejev, die in eigen land nota bene te boek staat als een avantgardistische westerling en alleen al daarom gewantrouwd wordt, hoe dan ook één these, namelijk dat “de Russische ziel van nature centrifugaal is en de westerse ziel centripetaal”. “De westerse ziel is gepolijst, zoals de parken in Frankrijk. Een Rus kan in zo'n park niet leven. Want in Rusland zijn de parken niet aangeharkt. In Rusland heerst de mythe van de grenzeloosheid. We drinken zelfs meer Coca-Cola dan nodig is. Daarom is het hek zo snel van de dam. Elke generatie maakt steeds diezelfde cyclus van bandeloosheid door. Er is eigenlijk geen beweging. Een Rus weet niet wat hij wil. Een taxichauffeur wil vrachtwagenchauffeur worden. Is hij eenmaal trucker, dan droomt hij ervan weer in een taxi te rijden. Een Europeaan weet wel wat hij met zijn talenten aanmoet”. “Het geheim van de Russische mens is zijn schuilplaats”, aldus Jerofejev in zijn essaybundel In het labyrinth der vervloeke vragen. Maar “die schuilplaats is niet hermetisch. Het is geen eenduidig bewustzijn, geen absoluut voltooide vorm”.

Vandaar dat de Russische kiezers, die morgen mogen kiezen tussen de zelfbenoemde democraat Boris Jeltsin en de communist Gennadi Zjoeganov, hoe dan ook zullen kiezen voor het behoud van hun schuilplaats. Door op een van hen te stemmen om het grotere kwaad van de ander te verijdelen. Of door juist op geen van tweeën te stemmen en lekker thuis te schuilen voor die machtsvraag die wel het Kremlin raakt maar niet het eigen huis.

Vooral die laatste houding moet niet onderschat worden. Want hoewel in binnen- en buitenland getamboereerd wordt op de ogenschijnlijke verschillen tussen de presidentskandidaten, weerspiegelt de verkiezingscampagne in algemenere zin toch vooral het verlangen naar de thuiskomst. Ze markeert hoe dan ook het einde van een hyperpolitiek tijdperk en het begin van een periode waarin de heer des huizes het weer voor het zeggen heeft. In de woorden van de filmregisseur en Oscar-laureaat Nikita Michalkov: “Rusland heeft een vrouwelijk geslacht. Daarom heeft zij een moezjik (kerel) nodig”.

En die moezjik heet, niettegenstaande de tweestrijd tussen Jeltsin en Zjoeganov woensdag, vandaag generaal Aleksandr Lebed. Een 'vrije kater' die mij, vier jaar geleden bij een toevallige ontmoeting op het centrale plein van het Russische bolwerk Tiraspol in Moldavië, al toegromde dat “de honden blaffen maar de karavaan toch voorttrekt”. Een 'vrije vogel' op wie je niet hoeft te stemmen, omdat hij er al is, en voorlopig ook niet van plan is te vertrekken.

Volgens de historicus Aleksei Nalepin, gepromoveerd op een vergelijkende studie tussen de rol van de folklore in de Verenigde Staten en Rusland, is dit geen toeval, maar het logisch gevolg van tien jaar hervormingsbeleid. “Ten tijde van de Sovjet-Unie wilde iedereen naar het Westen. Om daar de worst te bekijken. De perestrojka was één grote Intoerist-excursie. Maar ook op reis komt er altijd een moment dat je weer naar huis wilt. Nu keren we huiswaarts. De Partij van de Macht (de entourage van president Jeltsin en diens premier Viktor Tsjernomyrdin, HS) beheerst de orde nu reeds op bureaucratische wijze. Van een werkelijke ideologie was de afgelopen jaren al geen sprake meer, hooguit van een bureaucratische ideologie. Daarom is ook Jeltsin veranderd van de anti-staatsman die hij in 1990/91 was, in de staatsman die hij nu is. Gewoon omdat hij aan de macht is. Want de machine moet lopen. Dat is het enige dat telt. Vandaar dat het psychologische idee zo sterk leeft dat Jeltsin hoe dan ook wint, zelfs als hij verliest. En nu is via Lebed ook de rest van het integratieproces op gang gekomen. Het herstel van Rusland als gezin. Je hebt vaak ruzie, maar je kunt niet zonder elkaar.”

In dit perspectief moet volgens Nalepin het stemgedrag van de ruim 105 miljoen kiezers in de afgelopen weken worden beoordeeld. “Het is heimwee naar de jeugd. Dat is een typisch Russisch gegeven”. Dat veel ouderen nostalgisch over de oorlog mijmeren, is alom bekend. Maar dat veel jongeren eveneens naar hun jeugd hunkeren, zij het met heel andere emoties dan politieke, is opmerkelijk. Zelfs een 25-jarige lerares als Lena uit Kazan, die haar vakantietripje met een of ander geprivatiseerd Intoerist-bureautje naar Cyprus niet wil opgeven en daarom op Jeltsin stemt, kan bij een glas in de Moskouse buitenwijk Strogino in haar jeugd zwelgen alsof het leven nu al voorbij is. Toen ik me over die al te vroege ouderdom verbaasde, werd ik charmant doch beslist uitgelachen.

“De materiële voorspoed van de jeugd heeft niet zoveel invloed als jullie denken”, concludeert Nalepin dan ook. “Arbeid heeft hier bijvoorbeeld een andere functie dan in het Westen. Het is geen doel op zich. In het Russische evangelie zijn er twee zonden: denken aan het verleden en dromen over de toekomst.” Want aan zonden bezondig je je natuurlijk wel met liefde.

Op dezelfde wijze heeft het begrip 'democratische hervormingen' in Rusland al na vijf jaar zijn westerse betekenis verloren. Democratie is immers een bij uitstek stedelijke bestuurscultuur. Rusland is daarentegen nog steeds geen stedelijke staat. Het is, ondanks de krankzinnige urbanisatie van de afgelopen drie á vier decennia, in psychologische zin een agrarisch land gebleven dat bijeen wordt gehouden door conservatief-christelijke waarden.

De radicale democraten hebben niet voor niets allemaal de plaat gepoetst. Burgemeester Anatoli Sobtsjak van Sint-Petersburg was onlangs de laatste in de rij. Het is nu op lokaal niveau de tijd van bijvoorbeeld Joeri Loezjkov, de burgemeester van Moskou, en op nationaal niveau van Aleksandr Lebed. Het zijn mannen die net als Jeltsin liever daden stellen dan wetten gehoorzamen. Want de wet? Ach de wet! Dat is, zoals men in Rusland zegt, net een paal. Eroverheen mag niet, maar erlangs is mogelijk.

Ook die ambivalentie jegens de rechtstaat is volgens Nalepin niet verwonderlijk. “Rusland heeft altijd een jaloerse verhouding met Europa gehad. Rusland kent Europa beter dan Europa Rusland kent. Maar het verschil blijft. Rusland volgt Europa goed. Om er vervolgens compote van de maken. Omdat we trots zijn, trots dat wij niet slechter zijn dan Europa, maar uiteindelijk eigenlijk beter”. Rusland is namelijk het land van het enthousiasme dat elke vorm van gematigd democratisch optimisme overstijgt. Een land dat in één dag verwoest kan worden, zonder dat iemand het door heeft. Waarna de enthousiastelingen uit nostalgie naar de daadkracht van weleer weer opnieuw beginnen. Zie bijvoorbeeld het tempo waarmee Lebed de macht probeert te grijpen. “Kijk ook naar de herbouw van de kathedraal van Christus de Verlosser in Moskou (de kerk die in de jaren dertig onder verantwoordelijkheid van Lazar Kaganovitsj was afgebroken, om plaats te maken voor het gigantische Paleis der Sovjets dat er nooit is gekomen, HS). Dat is helemaal geen diepgelovig project. Dat is het werk van enthousiastelingen. Dat is het werk van de Komsomol (de jeugdbeweging van de partij), die gouden daken wil bouwen, en onderscheidt zich op de keper niet zoveel als het lijkt van al die megalomane projecten in de stalinistische tijd”, aldus Nalepin. Dit enthousiasme-van-de-daad is niet louter romantiek aan de keukentafel. Het is meer. Uiteindelijk gaat er volgens Nalepin niets minder dan een messianistisch verlangen achter schuil. “Het Russische messianisme suggereert dat Rusland de wereld drie keer heeft gered door de tragedie zelf te beleven. In de zestiende eeuw heeft Rusland de wereld gered van de Mongolen, in 1945 van Hitler en in 1990 van het socialisme. En ook de volgende opdracht staat nu al vast. Rusland zal de wereld nu redden van het wilde kapitalisme”.

Voor de smaakmakende intelligentsia is dat pijnlijk. “Ja, er plegen van die tijden te zijn, waarin de intellectuele minderheid niet kan instemmen met de reële politieke keuze die historisch wordt genoemd”, aldus de politicoloog en publicist Igor Kljamkin die zich, net al vele lotgenoten, dezer dagen in ingewikkelde bochten moet wringen. “In dat geval zijn er twee uitwegen. Ten eerste de politiek ondersteunen, die de beste lijkt te zijn, maar die niet als belichaming van morele deugd ondersteunen maar louter politiek. De tweede uitweg is je bezighouden met de normatieve ontwikkeling van de maatschappij. Maar die uitweg uit de politiek bestaat, zoals bekend, niet”.

Als dàt waar is - en het is in Rusland waar - dan dient zich wederom het dilemma aan dat Vasili Rozanov (een slavofiele volksfilosoof uit eind negentiende/begin twintigste eeuw) in een van zijn vele aforismen heeft vertolkt: Rusland is voor de ziel, democratie voor het gemak.

    • Hubert Smeets