Arabische kalligrafen: de letter als beeld

De bezoeker van de tentoonstelling Arabische tekens in het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam zal zich verbazen: hij verwacht schrijfsels, maar er wordt geen enkele tekst geëxposeerd. In de galerie-achtige ruimte hangen moderne schilderijen, figuratief en abstract, waarin kalligrafische letters elke keer een andere rol spelen.

Arabische tekens is te zien tot 17 nov. Museum voor Volkenkunde, Willemskade 25, Rotterdam. Open: di t/m vr 10-17 uur, zat, zon- en feestdagen 11-17 uur. Informatie: 010-4112201.

“Hedendaagse Arabische kunstenaars grijpen terug op een oude islamitische traditie, het kalligraferen, om hun werk een specifiek arabisch karakter te geven,” legt Charlotte Huygens uit, die de expositie heeft ingericht. “Veel kunstenaars aan het begin van deze eeuw schilderden eerst Westerse meesters na om het vak te leren, maar zij wilden zich door de kalligrafie van hen onderscheiden.”

De schilderijen van Ghani Alani uit Irak zijn als tekst nog het meest herkenbaar. Op een van zijn doeken staan de woorden van een liedje afgebeeld, dat jaarlijks wordt gezongen op de geboortedag van de profeet Mohammed. Gelovigen zingen het in dorpen en steden als ze voor een feest in optocht naar een plein trekken. De kleurige letters van Alani zijn net als die optocht in een lange sliert geschilderd en komen uiteindelijk terecht in een kluwen, die op datzelfde feestplein lijkt. Vorm en inhoud van het doek verwijzen dus naar een feestelijke gebeurtenis.

Alani volgde een klassieke kalligrafie-opleiding bij een meester in Bagdad. Zijn letters laten zich als arabische tekst herkennen en begrijpen. Dat geldt niet voor alle exposanten. “Rachid Koraichi uit Algerije trekt zich bijvoorbeeld niets aan van de betekenis van de tekst,” zegt Huygens en ze wijst op een soort omgekeerde vlieger die hij op een doek heeft geschilderd. “Hij gebruikt vaak spiegelschrift, of fantasietekens. Ze staan los van de traditionele context. Koraichi's schilderijen zijn niet bedoeld om een boodschap over te brengen.”

De kunst van het schoonschrijven is eeuwenlang van meester op leerling overgeleverd. “De kalligrafie is ontstaan omdat de mensen de tekst net zo mooi wilden maken als de oorspronkelijke goddelijke boodschap, die in het prille begin uitsluitend mondeling werd doorgegeven”, legt Huygens uit. “Elke letter moest volmaakt zijn. De schoonheid van de geschreven tekst was als een bewijs van de goddelijkheid van de openbaring.”

Vroeger waren er in elke stad in de arabische wereld vele meesters waar je kon leren kalligraferen. “Dat gebeurt nu veel minder. Als er vroeger driehonderd meesters in een stad waren dan zijn dat er nu ongeveer zes.”

Het vroegste schrift was hoekig. Het werd geschreven op een harde ondergrond als perkament of steen. Het was moeilijk om daar ronde vormen op te tekenen. Maar door het gebruik van papier ontstond er vanaf de achtste eeuw in Bagdad ook een schrift met ronde, sierlijke letters waarin juist al het hoekige ontbreekt.

De meesters in de kalligrafie doceerden volgens vaststaande regels. Een letter moest bijvoorbeeld de breedte hebben van drie punten en de lengte van vier punten. De afmeting van de punt was afhankelijk van de vorm van de rietpen, waarmee zij schreven. Alleen de kunstenaars met een klassieke opleiding, zoals Alani, respecteren nu nog die traditionele regels van het schoonschrift. Hossein Zenderoudi uit Iran doet dat niet. Hij vertegenwoordigt de pop-art op deze tentoonstelling. Zijn schilderij lijkt op fel gekleurde graffiti, zijn letters zijn zonder betekenis. “Het lijkt of daar iets staat,” zegt Huygens, “maar er staat niets, helemaal niets. Hij gebruikt alleen maar vormen die lijken op letters.”

De Iraakse Dia Azzawi maakt illustraties bij bestaande teksten, zoals een prachtige serie pentekeningen bij het sprookjesboek Duizend en een nacht. In de omlijsting van zo'n pentekening komen hier en daar tekstfragmenten voor die daarin als inktloos reliëf zijn aangebracht. De gedachte dat moslims geen mensen mogen afbeelden blijkt te berusten op een misverstand. Azzawi's tekeningen staan vol mensfiguren. “Moslims mogen geen afgodsbeelden maken, net zoals dat in de christelijke religie oorspronkelijk het geval is', legt Huygens uit. “Maar het is niet verboden om mensen af te beelden. Er zijn wel orthodoxen die dat zo interpreteren, maar net zoveel anderen zeggen dat het wel mag.”

De tentoonstelling van zo'n twintig werken geeft westerlingen de mogelijkheid nader kennis te maken met modernere visies op de Arabische kalligrafie. “Veel mensen denken dat de tijd stil staat in de arabische wereld”, aldus Huygens. “Ik wil laten zien hoe islamitische kunstenaars omgaan met hun traditie en hoe ze die verder ontwikkelen. Niet alleen het Westen weet dit werk te waarderen. Ook in de Arabische wereld worden deze schilderijen verzameld en in musea tentoongesteld.”

    • Simone van der Burg