Voorzitter van CTSV-commissie botst met Kok

DEN HAAG, 1 JULI. Het Tweede Kamerlid Van Zijl (PvdA), voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar de CTSV-affaire die uiteindelijk tot het vertrek van VVD-staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) leidde, wijst de kritiek van minister-president Kok op zijn commissie af.

“Ik heb Kok gesproken en hem gezegd dat ik zijn kritiek jammer vind”, aldus Van Zijl gisteren in het televisie-programma Buitenhof.

Kok had zich verbaasd over de termen die in het rapport van de commissie-Van Zijl zijn gehanteerd. Zo wordt bijvoorbeeld niet gesproken over eenvoud, maar over een “onthutsende eenvoud”. Het gebezigde taalgebruik heeft volgens Kok geleid tot uitvergroting van het drama, aldus Kok vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie.

De premier noemde het rapport over de crisis bij het College van toezicht sociale verzekeringen en de rol van staatssecretaris Linschoten daarin “hard en onevenredig zwaar”. De kwestie stond volgens Kok niet in verhouding tot de “zware totale beleidsverantwoordelijkheid” van Linschoten.

Van Zijl toonde zich niet erg onder de indruk van de kritiek van de premier. “Iemand uit zijn ministersploeg komt zwaar onder vuur en hij gaat daar achteraf, nog eens een keer stevig achter staan”, zei Van Zijl.

Het Kamerlid neemt geen millimeter afstand van zijn rapport. Volgens hem gaat het om een “vitaal beleidsveld” waarvoor Linschoten politiek verantwoordelijk is. Linschoten heeft bovendien in de debatten in de Tweede Kamer en tijdens de verhoren “nogal eens een keer een verhaal gekozen dat het beste bij de omstandigheden paste”. Volgens Van Zijl heeft de Tweede Kamer Linschoten één keer vergeven. “En daarna heeft hij nog vier of vijf keer de Kamer niet goed geïnformeerd. Zijn vertrek was onvermijdelijk geworden.”

Zijn partijgenoot Ritzen, minister van onderwijs, betreurde het vertrek van Linschoten. “Het is buitengewoon frustrerend om te zien dat tegen iemand die het op zo veel fronten goed heeft gedaan door de Kamer wordt gezegd: u bent voor ons toch niet goed genoeg”, aldus Ritzen gisteren in het Radio 1-journaal.