Vertrek Karadzic is als politiek doel een illusie

Soms heeft het getouwtrek in het Bosnische vredesproces nog het meest weg van een spelletje schaduwboksen. In Mostar wordt gekozen voor de hereniging van de stad, zeggen de moslims - nee, in Mostar wordt gekozen voor de permanente verdeling van de stad, zeggen de Kroaten.

De internationale gemeenschap houdt het op het gouden midden: de verkiezingen zijn een 'eerste stap'. Op weg waarheen? Naar hereniging. Hoe? Dat zegt de internationale gemeenschap er wijselijk niet bij. Ze is al blij dat er geen doden zijn gevallen.

Radovan Karadzic, leider van de Bosnische Serviërs, moet opstappen, vindt de internationale gemeenschap. Radovan Karadzic is opgestapt, zo wist zaterdag vredescoördinator Carl Bildt te melden. Nee, meldde een dag later Biljana Plavsic, hij heeft alleen maar zijn bevoegdheden overgedragen en blijft formeel president tot de verkiezingen in september, tot dan toe is zij, Biljana Plavsic, 'presidente ad interim'. Toch niet, zo meldde Bildt prompt: “Al noemt hij zich keizer van China of Donald Duck, hij is op weg naar de uitgang.”

Het is schaduwboksen op de vierkante meter, zonder veel praktische relevantie. Want het is voor de vrede in Bosnië niet zo relevant welke formele titels Karadzic erop na houdt en welke formele functies hij bekleedt. Wat relevant is dat Karadzic het beleid van de Bosnische Serviërs bepaalt zolang hij zich in zijn Servische Republiek in Bosnië bevindt.

De gemelde 'overdracht' van zijn presidentiële functies aan Plavsic is een gebaar zonder enige inhoudelijke betekenis. Biljana Plavsic, een 66-jarige professor in de biologie, is de IJzeren Dame van de Bosnische Serviërs, even radicaal als Karadzic, zijn alter ego, een vrouw van wie de Servische leider Milosevic eens heeft gezegd dat ze in een psychiatrische inrichting thuis hoort. Het was Biljana Plavsic die demonstratief en publiekelijk weigerde Milosevic een hand te geven toen die naar Pale kwam om de Bosnische Serviërs het Vance-Owen-plan te verkopen. Het was Biljana Plavsic die heeft gezegd dat “etnische zuivering een natuurlijk fenomeen, en geen oorlogsmisdaad is”. Het was Biljana Plavsic die heeft gezegd dat zes miljoen Servirs konden worden gedood als die andere zes miljoen Serviërs maar veilig zouden kunnen leven en het was Biljana Plavsic die de moslims van Bosnië eens publiekelijk “alle mogelijke slechts” heeft toegewenst.Het is met andere woorden niet denkbaar dat Biljana Plavsic, 'presidente ad interim', beslissigen neemt die anders uitvallen dan die van Karadzic, of die ze niet eerst met hem bespreekt.

Daar komt bij dat - zelfs al zou Karadzic president-af zijn - hij nog altijd voorzitter is van de Servische Democratische Partij, die hem zaterdag als partijleider een nieuw mandaat van vier jaar gaf, en wel met de stemmen van 353 van de 354 congresgangers. En zolang Karadzic de belangrijkste partij in de Servische Republiek in Bosnië leidt - en die positie zal de partij zonder twijfel ook na de verkiezingen van 14 september blijven innemen - zal Karadzic de dienst uitmaken, president of geen president.

Sterker: zelfs als hij àl zijn posities opgeeft, zal aan het beleid in de Servische Republiek niets veranderen. Achter Radovan Karadzic staat een klasse van gelijkdenkende, gelijkgezinde radicale Serviërs, een 'oorlogspartij' waarvan mensen als Biljana Plavsic, vice-president Nikola Koljevic, parlementsvoorzitter Momclo Krajisnik, minister van buitenlandse zaken Aleksa Buha en hoe ze verder mogen heten alleen maar de bekendste kopstukken zijn. En die elite wordt gesteund door een grote meerderheid van de bevolking van de Servische Republiek in Bosnië, hoe treurig dat voor de internationale gemeenschap en voor de zaak van de vrede ook is. Hoe weinig 'andersdenkende' Serviërs in Bosnië, zoals ex-premier Kasagic, te vertellen hebben, blijkt telkens weer uit het gemak waarmee Karadzic hen opzij zet.

Dat maakt de eis dat Radocan Karadzic moet opstappen, politiek inhoudsloos en illusoir. Als de internationale gemeenschap van Karadzic wil afraken, kan ze zich beter concentreren op hulp aan zijn critici in Banja Luka - en verder moet ze maar hopen dat de Bosnische Serviërs op 14 september met hun verstand stemmen. Al zal dat ook wel ijdele hoop bijken te zijn.

    • Peter Michielsen