Veel ouderen zijn niet actief maar willen het wel worden

GRONINGEN, 26 JUNI. Briskwalking, krachtig wandelen met een gang van zeven kilometer per uur, is een rage bij ouderen in de Verenigde Staten. Een rage die volgens de Groningse onderzoeker K. Lemmink snel komt overwaaien, want de belangstelling om ouderen in beweging te krijgen is groot.

“Aandacht voor lichamelijke activiteit is hier niet zo zeer een rage als wel een blijvend fenomeen. Er is nog zoveel winst mee te halen”, zegt hij.

Lemmink is verbonden aan de werkgroep bewegingswetenschappen van de Groningse Universiteit en promoveerde vorige week op de ontwikkeling van een test die fitheid van ouderen meet. Doel van de test is om trainings- en bewegingsprogramma's beter te kunnen evalueren en lichamelijke activiteit te stimuleren. Meer bewegen kan de achteruitgang in fitheid, onherroepelijk verbonden aan het ouder worden, vertragen. Daarmee kunnen ouderen langer zelfstandig wonen en maken ze minder aanspraak op zorgvoorzieningen.

Het is het voor eerst dat een eenvoudig af te nemen fitheidstest specifiek voor ouderen is ontwikkeld. De test meet onder meer kracht, flexibiliteit en uithoudingsvermogen en kan in een gymzaal worden afgenomen. Om een normering op te stellen gebruikte Lemmink de testscores van 1.620 Drentse 55-plussers, die de afgelopen jaren op grootschalige fitheidsmanifestaties afkwamen. Omdat dit de eerste keer is kan de onderzoeker nog geen algemene uitspraken doen over de fitheid van ouderen. De bedoeling is met behulp van de landelijke stichting Meer Bewegen voor Ouderen en de provinciale sportraden de test landelijk te gaan gebruiken.

Regelmatige lichamelijke activiteit leidt tot een grotere fitheid en meer gezondheid. Daarover is zo langzamerhand geen discussie meer, aldus Lemmink. Vooral langdurige onderzoeken in de Verenigde Staten hebben dit aangetoond. Ook is sinds enige jaren bekend dat lichamelijke inactiviteit een risicofactor vormt voor hart- en vaatziekten. “Klinisch is er bij hart- en vaatziekten geen grote klap meer te verwachten. Het stimuleren van meer beweging kan nog wel grote resultaten hebben.” Kortgeleden is zelfs gebleken dat gezondheidsvoordelen al te zien zijn als iemand om de dag dertig minuten matig intensief beweegt. “Een stevige wandeling of een fietstocht is al voldoende om verlaging van de bloeddruk of cholesterolgehalte te bereiken.”

Aan het testen van fitheid zit ook een gevaar, namelijk dat mensen die niet goed scoren angstig worden. Lemmink: “Daarom is het van groot belang dat je na afloop goed adviseert. Met een fitheidstest verkondig je voor ouderen toch een beetje het geloof. Iemand die niet zo goed scoort, zit de volgende dag bij de huisarts.”

De behoefte bij actieve ouderen om meer informatie te krijgen over fitheid en gezondheid is groot. Lemmink en zijn collega's merkten dat in de loop der jaren op fitheidsmanifestaties, die de werkgroep bewegingswetenschappen organiseerde. Er kwamen telkens honderden ouderen op af die hun conditie wilden laten meten. “Maar over het algemeen komen er mensen op af die al behoorlijk actief zijn. Eigenlijk de verkeerde doelgroep dus”, zegt Lemmink. Ondanks die belangstelling blijkt er ook een grote groep te zijn die te weinig beweegt.

Inactieve ouderen stimuleren om meer te bewegen is niet eenvoudig. Bewegingswetenschappen in Groningen en de stichting Meer Bewegen voor Ouderen, waarbij circa 250.000 mensen wekelijks actief zijn maar die te kampen heeft met vergrijzing, zijn daarom begonnen met het Groningen Actief Leven Model (GALM). De Nederlandse Hartstichting subsidieert dit project.

Volgens Lemminks collega M. Stevens, die dit project coördineert, bleek de Hartstichting weinig effect te bereiken met publiekscampagnes om mensen tot sport en beweging aan te zetten. Ook andere campagnes, bijvoorbeeld van de Nederlandse Sport Federatie, hebben weinig succes. “Er worden miljoenen guldens ingestoken. Mensen worden er misschien even door geprikkeld, maar blijvende gedragsverandering bereik je er niet mee”, aldus Stevens.

Naar aanleiding van het Groningen Actief Leven Model zijn studenten bij ouderen langs de deur gegaan om ze te benaderen zich te laten testen en mee te doen aan bewegingsprogramma dat bestaat uit diverse takken van sport. Ongeveer eenderde van de ouderen blijkt volgens Stevens niet actief te zijn, maar zegt dit wel te willen worden. In de Oosterparkwijk in de stad Groningen en de Drentse gemeenten Zuidlaren en Vries hebben inmiddels 250 mensen meegedaan, zonder dat de uitval groot was. “Zolang je ze maar intensief blijft begeleiden en meteen belt als ze een keer niet komen. Dan hebben ze het gevoel dat ze gemist worden.”

Uiteindelijk streeft de vakgroep Bewegingswetenschappen Groningen naar landelijke invoering van het het project.