Superioriteitsgevoel is verminderd

Nederland heeft Vlaanderen ontdekt. Na ruim anderhalve eeuw onverschilligheid, haalt Den Haag de laatste tijd de banden met Brussel aan. Zo ging minister-president Kok, kort na zijn aantreden midden 1994, twee maal naar Brussel: eerst naar de federale Belgische premier, twee weken later naar zijn collega van het gewest Vlaanderen.

Niet alleen op politiek niveau zijn de relaties hartelijker. Ook ambtenaren nemen steeds vaker contact op met hun Vlaamse collega's.

Vlaanderen noemt zijn noorderbuur ronduit zijn eerste buitenlandse partner. Zo wordt Nederland althans omschreven in de beleidsbrief van de regering, 'Vlaanderen Internationaal'. Ter onderstreping van de bijzondere relatie, stationeerde minister-president Van den Brande eind 1994 een attaché in Den Haag - een soort Vlaamse ambassadeur - naast de Belgische.

Vroeger waren de betrekkingen tussen Nederland en België vrij koel. Pas jaren na het uiteenvallen van het Verenigde Koninkrijk in 1830, erkende Nederland zijn zuiderbuur. Maar het nieuwe land zonder koloniën werd daarmee niet gelijkwaardig geacht. Ten opzichte van Vlaanderen was Den Haag nog terughoudender. Toen Vlamingen steun zochten in hun emancipatiestrijd, weigerde Nederland zich te mengen in de 'Vlaamse kwestie'. Behalve de wat hooghartige Nederlandse houding, verpestten geschillen over waterwegen de relatie. Zo waren er conflicten over het beheer van de Westerschelde en over Rijnvaartpremies. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Belgische-Nederlandse verhouding zich vooral binnen de Benelux. Dit verbond versukkelde echter, toen het steeds meer werd overschaduwd door de Europese Unie.

Maar de afgelopen tijd verandert de verhouding Den Haag-Brussel. Terwijl de contacten tot voor kort vooral verliepen in NAVO-, EU- of Benelux-verband is nu sprake, volgens een diplomaat, van “nieuw bilateralisme”. Bovendien onderhoudt Nederland, naast zijn relatie met België, intensieve connecties met Vlaanderen. Belangrijkste reden is de federalisering van België in 1993. “Door de federalisering van België heeft Vlaanderen meer bevoegdheden op het gebied van de buitenlandse betrekkingen gekregen. Daardoor kan meer inhoud worden gegeven aan goed nabuurschap”, stelt staatssecretaris Patijn (Europese zaken). Nederland hoeft niet meer te vrezen voor inmenging in Belgisch beleid, als het de band met Vlaanderen aanhaalt. “De spanning tussen Nederland en Vlaanderen is gematigd, toen bleek dat er geen contradictie was met samenwerking op federaal niveau”, stelt R. Coolsaet, docent internationale politiek aan de Universiteit van Gent. Coolsaet schrijft de verbetering daarnaast toe aan de onlangs heropgeleefde Benelux en aan het vertrek begin 1993 van minister van buitenlandse zaken Van den Broek. “Hij is een Atlanticus, terwijl België en Vlaanderen orthodox Europees zijn.”

Naast de federalisering van België speelt mentaliteitsverandering in Nederland een rol. “Nederland beschouwde zich liever als kleinste van de grote landen dan als grootste van de kleinen. Dat is nu veel minder”, aldus Coolsaet. “Nederland geeft veel meer krediet aan de Vlaamse autonomie. Het gevoel van superioriteit is minder geworden”, zegt ook prof. dr. E.H. Kossmann, auteur van De Lage Landen 1780-1980. Overigens wordt in Vlaanderen niet vergeten dat Nederland graag groot wil zijn. Toen expremier Lubbers vorig jaar net niet de Vlaming Claes opvolgde bij de NAVO, schreef De Morgen dat Nederland nu toch wel een 'Calimero-complex' moest krijgen.

Nederland werd minder onverschillig, Vlaanderen werd zelfstandiger en zelfbewuster. “Het helpt de relatie dat het Vlaamse gevoel van eigenwaarde bepaald groter is geworden”, aldus professor Kossmann. “Nederland wordt niet meer als dominant ervaren. Wij hebben meer zelfbewustzijn”, zegt ook de Belgische oud-premier Martens. Wel vervult Nederland volgens hem een voorbeeldfunctie. Zo laat de Vlaamse premier zich aanspreken als minister-president. “Duidelijk geïnspireerd vanuit Nederland. Ik heette premier, of eerste-minister.”

De federalisering van België inspireerde eind 1993 toenmalig minister Kooijmans (Buitenlandse Zaken) tot een nota waarin hij stelde: “Met name Vlaanderen treedt internationaal uit de schaduw van België. Een op vele terreinen zelfstandiger Vlaanderen meldt zich.” De politieke samenwerking kwam echter pas goed op gang met het kabinet-Kok en zijn politiek van 'goed nabuurschap'. In de regeringsverklaring staat dat Nederland “sterker dan ooit voeling moet houden met ideeën en belangen van landen waarmee wij nauw verweven zijn, zoals Duitsland en België”.

Doorbraak in de Vlaams-Nederlandse betrekkingen vormde de ondertekening vorig jaar van de zogeheten Waterverdragen. De onderhandelingen hierover sleepten al jaren. Nederland eiste dat de kwaliteit van vooral de Maas werd verbeterd, Vlaanderen wilde verdieping van de vaargeul in de Westerschelde. Aansluitend op de federalisering werden afspraken gemaakt met Vlaanderen en Wallonië afzonderlijk, zodat de verdragen eindelijk werden gesloten. Op Vlaams verzoek werd tevens een cultureel verdrag getekend en een politieke verklaring om de relatie te intensiveren, onder andere door een jaarlijkse ontmoeting van de minister-presidenten. Ook een ander twistpunt werd geregeld: het tracé van de hogesnelheidslijn. Nederland wilde dat deze langs de snelweg E19 zou lopen, Vlaanderen ijverde voor een traject dat minder over Vlaams grondgebied voert. Onlangs is gekozen voor het E19-tracé.

De contacten tussen Nederland en zijn zuiderbuur mogen inniger zijn, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Zo bestaat nog onenigheid over de vergoeding die Nederland moet betalen voor het HSL-traject. Ook zijn er verschillen in politieke cultuur. “Nederlanders zijn rationeler”, zegt Martens. “Jullie maken eerst een nota en gaan dan praten. Vlamingen zijn meer emotioneel en spontaan. Wij gaan eerst onderhandelen en zetten dan iets op papier.” Staatssecretaris Patijn wijst op de Vlaamse-Waalse tegenstelling, die in belangrijke mate het politieke debat in België bepaalt. “Naarmate de contacten intensiveren, blijken de verschillen overigens geen sta-in-de-weg voor goede betrekkingen.”

Vlaanderen en Nederland beschouwen elkaar meer als gelijke, wel verschilt nog altijd de inzet voor hun relatie. Vlaanderen, dat maar net ontluikt als gewest met grote autonomie, heeft Nederland nodig voor zijn identiteit. Daarom waren de verdragen zo belangrijk: ze illustreren de zelfstandigheid. “Voor Vlaanderen is een relatie met Nederland van belang voor zijn legitimering. Voor Nederland geldt dat niet”, aldus buitenlandspecialist Coolsaet. “Voor ons is Nederland meer dan een buurland”, zegt Martens.

    • Birgit Donker