Rock-opera hoogtepunt op picknick in Hyde Park

Concert: Prince's Trust Masters of Music met Eric Clapton, The Who's 'Quadrophenia', Bob Dylan en Alanis Morissette. Gehoord: 29/6 Hyde Park, Londen.

Voor het eerst in twintig jaar was het Londense Hyde Park weer eens het decor van een grootschalig popconcert. In 1969 gaven zowel de Rolling Stones als de 'supergroep' Blind Faith met Eric Clapton en Steve Winwood er gedenkwaardige concerten, maar na Queen (1976) bleef het stil in het park. Totdat Pete Townshend van The Who aanklopte bij Prince Charles met het idee om de rockopera Quadrophenia met een sterrenbezetting uit te voeren, in een benefietvoorstelling voor The Prince's Trust.

Prince Charles was zelf aanwezig onder de door ongeveer 150.000 aanwezigen bij deze muzikale picknick, die door The Times tot 'Veterans Day' werd uitgeroepen omdat Bob Dylan, Eric Clapton en The Who al sinds de jaren zestig meedraaien. De Canadese Alanis Morissette vertegenwoordigde de nieuwe lichting, al bleek ook haar muziek geworteld in ouderwetse degelijkheid. Een merkbaar door de mensenmassa geïntimideerde Dylan neuzelde zich door een lauw optreden, ondanks de gastbijdrage van Rolling Stones-gitarist Ron Wood. Eric Clapton kon als slotact gemakkelijk inkoppen met zijn openingsnummer Layla in 'unplugged'-bezetting, dat tot ver buiten de omheining op bijval van de toegestroomde Londenaren mocht rekenen.

Een artistiek hoogtepunt was de opvoering van Quadrophenia, een monsterprojekt dat sinds de verschijningsdatum van de gelijknamige dubbelelpee uit 1973 voor onmogelijk werd gehouden. Zoals sommige boeken onverfilmbaar zijn, zo vergde de bombastische orkestratie en de ingewikkelde rolbezetting van het verhaal over de strijd tussen mods en rockers teveel hoofdbrekens voor een live-uitvoering. De enkele keren dat The Who dat probeerde, bleek drummer Keith Moon te wispelturig om braaf met de orkestband mee te spelen.

De plaats van Moon, die in 1978 overleed aan een overdosis drugs, werd ingenomen door de verdienstelijk drummende Zak Starkey, de zoon van Ringo Starr.

Nu zijn andere lange werkstuk Tommy de succesvolle metamorfose tot musical heeft ondergaan, durfde componist Pete Townshend het aan om zijn magnum opus op de planken te brengen. Weliswaar moest hij de psychologische verwikkelingen van het semi-autobiografische verhaal enigszins laten varen, maar met gesproken woord van acteur Phil Daniels en gastrollen van komiek Ade Edmonson, gitarist David Gilmour van Pink Floyd en vooral zanger Gary Glitter leverde de première van Quadrophenia een boeiend staaltje rocktheater op.

Zanger Roger Daltrey droeg een ooglapje, nadat Glitter hem bij de repetitie per ongeluk een blauw oog had geslagen. Enerverend was een aan West Side Story verwante confrontatie tussen mods en rockers, verbeeld door dansers bij een vocaal duel tussen Daltrey en Glitter, waarbij de laatste vervaarlijk met zijn microfoonstandaard te keer ging. Townshend slaat allang geen gitaren meer kapot. Met zijn akoestische gitaar was hij de dirigent van een twaalf man sterk rock & roll-orkest. Achter de vleugel zong hij een explosief duet met Daltrey.

Temidden van gepoetste en met spiegels opgetuigde scooters als relikwieën uit het mod-tijdperk, werd een van de meest ambitieuze rockshows aller tijden opgevoerd. Het klonk niet allemaal even zuiver en spontaan, maar zelfs de in groten getale aanwezige neo-mods met hun karakteristieke Britpop-kapsels stonden sprakeloos bij een zo complex en toch zo vermakelijk spektakel.

    • Jan Vollaard