Outsider Moncassin verslaat TVM-renner op de streep; Druiven zuur voor Blijlevens

DEN BOSCH, 1 JULI. Een paar uur voor vertrek toont een Brabantse kleuter zijn vergulde oorbel aan Jeroen Blijlevens. Zelf heeft de renner het fietsvormige sieraad een paar maanden geleden afgezworen. De wielerheld is geen kleuter meer, hij behoort tot de beste sprinters ter wereld. Vlak voor de start valt hij door de zenuwen nog bijna van het podium, vlak na de finish toont hij zijn emoties. “Ik ben niet ontgoocheld, wel zwaar teleurgesteld. Ik had historie kunnen schrijven.”

Met gevoel voor overdrijving zit Blijlevens in de rennersbus van TVM. Bijna had hij de nationale wielersport een dienst bewezen. Een halve fietslengte kwam hij te kort om de Fransman Frédéric Moncassin achter zich te houden. De eerste etappe van de 83ste Tour de France ging aan zijn neus voorbij. Een zoen van zijn vriendin en haar begeleidende tekst moeten zijn moraal weer een beetje opkrikken. “Morgen hè”, fluistert zij tegen de oorlel zonder gaatje.

Vandaag rekent hij weer op een massasprint, zijn enige specialiteit. Hij is belust op revanche maar weet dat een eventuele zege in Wasquehal de glans zal missen die een overwinning in Den Bosch ongetwijfeld had gekregen. Ruim een miljoen mensen stonden er gisteren langs de kant, ze waren zijn steun en toeverlaat. “Voor die mensen doe je het allemaal. Wie zegt dat het wielrennen niet meer leeft? Alleen was het een beetje gevaarlijk onderweg. Ze stonden midden op de weg, alsof het om een bergetappe ging.”

Op het rechte stuk naar de finish stonden enkele duizenden toeschouwers keurig achter dranghekken. Ze waren getuige van een meeslepend duel tussen vier topsprinters. De Duitser Erik Zabel ging de spurt aan, met Blijlevens in zijn wiel. De Italiaan Mario Cipollini probeerde aan te sluiten en maakte een zwaai die hem na afloop een diskwalificatie zou opleveren. Volgens de jury had hij Moncassin de weg versperd. De Fransman moest uitwijken maar behield zijn snelheid. Terwijl Blijlevens Zabel voorbij fietste, plaatste Moncassin op de laatste meters een beslissende demarrage. De Nederlands getinte Tour de France kreeg een Franse winnaar. De 27-jarige Moncassin komt al een aantal jaren in aanmerking voor een sprintzege in de Tour, maar tegen de grote kanonnen moest hij het steeds afleggen. Twee jaar geleden viel hij bij de start van de proloog van het podium en brak zijn enkel. Vorig jaar stelde hij zijn ploegbaas Jan Raas teleur met klasseringen in de subtop. Dit voorjaar bewees Moncassin zijn stijgende vorm. Rijdend voor het Franse Gan won hij kleine koersen. Gisteren lost hij de hoge verwachtingen eindelijk in. Moncassin verdiende de zege als geen ander.

Voor Blijlevens waren de druiven extra zuur. Hij had Zabel, Cipollini en Abdoesjaparov verslagen, maar was tekortgeschoten tegen een outsider. “Ik voelde dat er iemand overheen kwam maar ik wist niet wie. Ik dacht eerst Cipollini. Op het laatst viel ik stil. De wind was fel en kwam van opzij. Dat heeft mij opgebroken. Misschien dat het wel te gemakkelijk ging. Ik kon op het laatst niet meer door de pijngrens.”

De teleurstelling ging samen met een gevoel van trots. Had hij niet bewezen tegen de druk bestand te zijn? Vele maanden had hij zich op deze etappe voorbereid - hij kende het parcours op zijn duimpje - iedereen verwachtte een goede beurt van de geboren Brabander. Of hij niet te vroeg zijn tempo had versneld, wilden de vragenstellers weten. “Als je je benen stil houdt, komt iedereen over je heen en word je honderdste.” De logica van Blijlevens is de logica van een volwassen wielrenner.

Hij is de kritische vragen wel gewend. Vorig jaar leek zijn Tourdebuut op een teleurstelling uit te draaien, tot hij in de massaspurt in Duinkerken plotseling de krachten bundelde en winnend over de streep reed. Hij had revanche genomen op alle criticasters, die hem bij wijze van spreken al naar huis hadden geschreven. Dit voorjaar wilde het niet erg lukken in de meerdaagse wedstrijden. Pas in de weinig aansprekende Ronde van Beieren behaalde Blijlevens vijf sprintzeges. In de pers werd laatdunkend gesproken en geschreven over zijn Duitse triomfen, zelf wist hij wel beter. Elke overwinning is belangrijk voor het zelfvertrouwen.

In de Tour volgde gisteren de eerste serieuze krachtmeting met de concurrentie. Temidden van de buitenlandse spierbonken is hij nog maar een klein manneke, maar kracht alleen is niet voldoende. Blijlevens bezit de winnersmentaliteit van een topsprinter. Hij heeft het tactisch inzicht om het juiste wiel te kiezen en het bewuste gaatje in te duiken. Voor de overwinning kwam hij gisteren een halve meter te kort. “Sprinten is winnen of verliezen”, sprak zijn ploegbaas Cees Priem met een gezicht dat geen tegenspraak duldde.