Kwart plannen voor beter hoger onderwijs niet goed

ROTTERDAM, 1 JULI. De Commissie Wijnen heeft een kwart van de plannen voor het verbeteren van het onderwijs op hogescholen en universiteiten afgekeurd. De hogescholen deden het gemiddeld beter dan de universiteiten. Bij de hogescholen werd 79,4 procent van de plannen goedgekeurd, bij de universiteiten 71,7 procent.

Dit blijkt uit een rapport van de commissie 'Beoordeling Projectvoorstellen Studeerbaarheidsfonds' onder leiding van onderwijskundige prof. dr. W. Wijnen. Het rapport is vanmiddag aangeboden aan minister Ritzen (Onderwijs). Op basis van de negatieve en positieve adviezen in het rapport wijst de minister geld toe uit het Studeerbaarheidsfonds van vijfhonderd miljoen gulden. Uit dit bedrag, dat maar éénmaal wordt uitgekeerd en in drie jaar moet worden besteed, verdeelt Ritzen voor het studiejaar 1996-1997 de eerste 'tranche', groot 66 miljoen gulden. De minister zal zich bij zijn beslissingen houden aan de adviezen van de onafhankelijke commissie, waarin de Vereniging van universiteiten (VSNU), de HBO-raad, en de studentenvakbonden LSVb en ISO deelnemen.

Van sommige van de 59 hogescholen werden alle voorstellen tot verbetering afgekeurd: bij de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans in Den Haag, keurde de commissie zowel de kwaliteitsmanagementplannen, als de daarop gebaseerde projectvoorstellen af. Ook van de Hoge School Haarlem en de Hoge School Rotterdam en Omstreken werd nu geen enkel projectvoorstel goedgekeurd. Van dertien hogescholen werden alle plannen goedgekeurd.

Dit lukte geen enkele universiteit. De Landbouwuniversiteit Wageningen scoort het laagst. Niet alleen oordeelde de commissie kritisch over het kwaliteitsplan van de LUW, maar ook werden vier van de vijf projectvoorstellen afgekeurd. Ook de kwaliteitsplannen van Leiden, Rotterdam en Eindhoven ontberen het predikaat 'bruikbare basis' voor de projectvoorstellen. Bij Rotterdam en Eindhoven werd overigens wel het merendeel van de projectvoorstellen van een positief advies voorzien, bij Leiden “een deel”.

De Commissie beoordeelde de 1.450 ingediende projectvoorstellen in samenhang met het zogeheten kwaliteitsmanagementplan (kmp's) dat elke instelling heeft moeten indienen. Deze kmp's bevatten een analyse van knelpunten in het onderwijs en voorstellen ter verbetering van de kwaliteit. Wezenlijk voor een gunstige beoordeling van de op de kmp's gebaseerde, concrete projectvoorstellen acht de commissie verbeteringen in het onderwijs zelf: definitief afgekeurd zijn voorstellen voor materiële investeringen in de infrastructuur, voorstellen voor verbeteringen in de organisatie van het onderwijs die tot de reguliere taken van de instelling behoren, en plannen voor werving en publiciteit. Er zijn nogal wat projectvoorstellen die, mits nader uitgewerkt, of na een verplichte inspraakprocedure hebben doorlopen, alsnog goedgekeurd kunnen worden. Voor deze plannen kunnen de instellingen dan geld krijgen bij de verdeling van de tweede tranche volgend jaar.

De commissie constateert dat bij de hogescholen de nadruk ligt op curriculumvernieuwing, docententrainingen en kwaliteitszorg. Bij de universiteiten hebben veel plannen betrekking op verbetering van de 'studeerbaarheid' (betere aansluiting van vakken, meer samenhang, nieuwe onderwijsvormen) en op de invoering van computerondersteund onderwijs. De beoogde onderwijsverbeteringen gelden als voorwaarde voor trapsgewijze collegegeldverhogingen in de komende jaren, waarmee de Tweede Kamer in het najaar moet instemmen.

De minister beslist begin juli over de toewijzing van het geld. Voor drie universiteiten en acht hogescholen zal het besluit echter nog even op zich laten wachten. Deze instellingen hebben uitstel gekregen tot 15 september om hun kmp's aan te passen. Dat uitstel kregen zij omdat de Onderwijsinspectie onlangs hun kmp's afkeurde op grond van formele criteria. Opmerkelijk is dat de oordelen van de commissie en van de Onderwijsinspectie niet helemaal synchroon lopen. Zo keurde de Inspectie onder meer het kmp van de Vrije Universiteit Amsterdam af, terwijl de commissie het als “een bruikbare basis” beschouwt voor de 39 projectvoorstellen van de VU, waarvan zij er overigens zeventien definitief afkeurt.