Jorritsma hoopt op meer vluchten naar China

PEKING, 1 JULI. Minister Annemarie Jorritsma (Verkeer) heeft gisteren ter gelegenheid van KLM's inaugurele vlucht naar Peking de hoop uitgesproken dat na het totstandkomen van deze jarenlang vertraagde luchtverbinding andere Nederlandse wensen op luchtvaartgebied sneller zullen worden gehonoreerd.

“Ik voer hier geen officiële besprekingen, maar ik heb mijn Chinese collega wel gezegd dat we graag verder willen gaan”, aldus Jorritsma. Op haar verlanglijst staan in volgorde van belangrijkheid: een KLM-verbinding naar Shanghai, die nu volgens de Chinezen nog wordt vertraagd door capaciteitsproblemen, over-vliegrechten voor de KLM over Korea, meer KLM-vluchten op Peking (nu twee keer per week) en inschakeling van meer Nederlandse bedrijven bij de verbetering en bouw van vele Chinese vliegvelden.

Zo is het Nederlandse Naco al betrokken bij de aanleg van een nieuwe luchthaven bij de stad Chengdu (negen miljoen inwoners). Verder tekende Jorritsma gisteren in Peking samen met haar Chinese collega een 'Memo of understanding' voor het Yangtze Basin Intermodal Transport Project. Dat voorziet in onderzoek door Nederlandse en Chinese experts naar de mogelijkheden voor een integraal transportsysteem in de Yangtze-rivier die over enkele duizenden kilometers bevaarbaar is en Shanghai verbindt met het achterland en met de grote Centraal-Chinese stad Wuhan.

Jorritsma wees op de vergelijkbare geografische lokaties van Shanghai en Rotterdam. Aan dit project werken behalve het ministerie ook mee het Havenbedrijf Rotterdam, Nedlloyd, Van Ommeren, Heineken en Philips. “Een zeer veelbelovend project”, oordeelde de minister.

Intussen markeert de opening van een vaste lijndienst van de KLM op Peking het eindpunt van een langdurige (lijdens)weg. Al in 1977 tekende Nederland een luchtvaartakkoord met China, maar dat werd toen niet geëffectueerd omdat de markt bij nader inzien nog te beperkt bleek. Nadat Nederland in 1981 besloot Taiwan enkele duikboten te leveren en het furieuze China het diplomatieke niveau met ons land verlaagde, besloot de KLM als enige grote Westerse luchtvaartmaatschappij op de 'afvallige' provincie Taiwan te gaan vliegen, waarmee de kans op een KLM-verbinding op Peking helemaal was verkeken. Er was volgens de Chinezen immers sprake van schending van nationaal grondgebied.

In 1984 sloot Nederland met China een 'herenakkoord', waarbij Den Haag beloofde voortaan geen defensie-orders meer uit Taiwan te accepteren en in 1987 achtte premier Lubbers de tijd rijp om in Peking weer om een KLM-verbinding met China te vragen. Maar de Chinezen gaven geen krimp, temeer daar het Taiwanese China Airlines inmiddels op Schiphol was gaan vliegen. Begin vorig jaar wist Nederland Taiwan te bewegen tot een nieuw luchtvaartverdrag volgens welk de toestellen van hun China Airlines voortaan in neutrale kleuren en zonder Kwomintang-vlag op Schiphol gingen landen.

Omgekeerd verdween het kroontje in de Nederlandse vlag van de KLM-toestellen naar Taiwan en gingen die vliegen onder de naam KLM-Asia. Pas nadat de bezoekende premier Kok zijn ambtgenoot Li Peng vorig jaar juni in Peking met projectsteun ter waarde van 1,25 miljard verraste, gaf China weer het groene licht voor concrete onderhandelingen over landingsrechten. Martinair kreeg die inmiddels voor vrachtvluchten tussen Amsterdam en de zuidelijke stad Guangzhou, de KLM krijgt ze pas nu in Peking. “The swan has landed”, zei Jorritsma gisteren na de landing van de KLM 747-400 tegen haar lichtelijk verbaasde Chinese gastheren.