In Praag verdrinken fans de nederlaag

PRAAG, 1 JULI. Tot een paar uur voor de finale is in Praag van voetbalgekte niets te merken. Dan stromen de beschilderde gezichten, in vlaggen gehulde mensen, de trommels en toeters plotseling toe. Velen begeven zich eerst naar het Wenceslasplein, het uitgaanscentrum, in de verwachting dat daar het grote scherm is opgesteld. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Het scherm staat een paar honderd meter verderop op het Starometske Namesti, het toeristische oude stadsplein, pal voor het grasveld dat de plek markeert waar op 8 juli 1945 het stadhuis door Duitse soldaten werd opgeblazen.

Al gauw kunnen de bezoekers van café Milena, genoemd naar de vriendin van Kafka elkaar niet meer verstaan door het gegil op het plein. Een groep supporters beklimt de sokkel van het monument voor Jan Hus, die in 1415 stierf op de brandstapel. Ze zwaaien met vlaggen en zingen het volkslied. 'De waarheid zal zegevieren', staat gegraveerd op het beeld. Radegastbier wordt aangerukt uit tappen in kraampjes, en hier en daar staat champagne gereed. De toeristen lopen er beduusd doorheen, verstoord in hun routine, een Japanse gids gaat ijskoud verder met zijn rondleiding. Een paar Tsjechische jongeren delen folders uit voor een pianorecital van Chopin die een uur na het begin van de finale zal beginnen in een zaaltje aan hetzelfde plein.

In de Denníbar, een buurtkroeg even butien het centrum, volgen twaalf mannen en vier vrouwen de wedstrijd op een kleurentv'tje op de hoek van de bar. De rest van de buurt is doodstil. Wel komt er elke vijf minuten iemand langs die de stand vraagt. In de kroeg is de stemming ingetogen. Het commentaar van de vier mannen die het dichtst bij het beeld zitten is vooral relativerend.

“Dat was geen strafschop”, zegt een man met een baard als Kuka valt en een penalty krijgt. Het juichsalvo als de strafschop ingaat wordt meteen getemperd. “Rustig, rustig, we zijn er nog niet”. Ook de Tsjechische tv-commentator wordt niet uitzinnig. “Geloof het of niet, Tsjechië leidt”, zegt hij.

Het eerste tegendoelpunt van Bierhoff, wordt verwerkt in een ontredderde stilte. “Tsjechië-Duitsland: 1-1”, zegt de tv-commentator. Bij de wrede sudden death in de verlenging is de stilte dieper en pijnlijker. Martin en Otakar, twee jonge Tsjechen sputteren tegen de nieuwe regel die de wedstrijd als een nachtkaars doet uitgaan. Niemand geeft af op Duitsland. Kennelijk geldt voor deze supporters ook wat Die Welt zaterdag over de Tsjechische spelers schreef: “Ze zijn een beetje anders dan al die anderen, die dit voetbaltoernooi zo serieus nemen en het verwarren met oorlog.”

In het centrum overheerst intussen de dronkenschap. “Wie een Tsjech is die is zat”, scanderen jongeren die een metrorijtuig doen deinen. Ze laten zich kalmeren door de conducteur. “Cechi, Cechi, Cechi”, scanderen groepen op straat. Het oude plein loopt leeg, het Wenceslasplein loopt vol, er worden rotjes en voetzoekers afgestoken. In een metrostation reageert een dronken supporter zich af door een man in zijn gezicht te schoppen, terwijl hij op de grond ligt. Tot verbijstering van de omstanders haalt hij vervolgens een pistool tevoorschijn. Het slachtoffer wordt weggeleid, er vallen geen schoten.

De sfeer op straat is die van een mislukt feest, waar iedereen het uit frustratie op een zuipen zet. Maar dat de Tsjechen geen kampioen zijn lijkt weinig te verbazen. Eigenlijk heeft Praag er nooit echt in geloofd.

    • Joke Mat