'Ik wil weer net zo leven als vroeger'

In de verdeelde stad Mostar, in het zuidwesten van Bosnië, zijn gisteren nieuwe gemeenteraden gekozen. Tegen de verwachting in verliepen de verkiezingen zonder de gevreesde incidenten tussen moslims en Kroaten.

MOSTAR, 1 JULI. Dzemal Humo heeft het gewaagd om naar het Kroatische culturele centrum Stjepan Kosaca in West-Mostar te komen om te stemmen. Voor een zeventigjarige moslim die in 1993 naar het vijftig kilometer verderop gelegen Jablanica is gevlucht, een been mist en in een rolstoel zit, is dat moedig.

Hij hoort slecht, dus hij praat hard. De Kroatische politiemannen die het stembureau bewaken kunnen hem horen als hij roept: “De Kroaten hebben mijn zoon vermoord en mijn huis vernield.” En ook als hij zegt dat hij heeft gestemd voor de Kroaat Jole Musa, de leider van de enige oppositiepartij in Mostar, die een gemengd stadsbestuur wil. “Ik ben niet bang”, zegt hij.

Humo wil laten zien waar hij woonde voor de oorlog, het is vlakbij. Op weg erheen valt zijn vroegere Kroatische buurman hem huilend in de armen. Humo kust hem een paar keer op beide wangen en rolt verder. Hij stopt bij een ruïne. Dat was zijn huis. Hij wil er terugkeren. “Waarom niet? Het huis is van mij. We hebben hier 500 jaar samengeleefd. Ik wil weer net zo leven als vroeger. Ik geloof in de toekomst, ik geloof in het gezond verstand. Iedereen weet dat een tweedeling van deze stad onzin is, onmogelijk.” Maar Humo gaat vanmiddag alweer terug naar Jablanica. “De stad is nog verdeeld, ik kan hier niet blijven”, zegt hij.

Zondag was de dag van mensen zoals Dzemal Humo, machteloos tegenover de nationalistische politiek en het geweld waarmee Mostar is vernield en in tweeën gedeeld. Maar ze hebben de overtocht gemaakt met het vertrouwen dat de stad ooit weer één geheel zal worden. Niet dat ze met hun stem iets kunnen veranderen: al bij voorbaat staat vast dat de stad na de verkiezingen zal worden verdeeld in drie raden waar moslims de meerderheid hebben en drie waar de Kroaten heersen. De ondemocratische verkiezingen, zonder persvrijheid, onder zware intimidatie van de oppositie en met deelname van minder dan de helft van de stemgerechtigden, hebben bovendien de macht van de twee heersende nationalistische partijen, de Kroatische HDZ en de SDA van de moslims, nog vergroot. Maar omdat bewoners moesten oversteken van Oost-Mostar naar West-Mostar en omgekeerd, en gevluchte bewoners moesten terugkeren uit Bosnië, Servië, Kroatië en Europa, waren de verkiezingen wèl een mooie gelegenheid voor de Mostarezen om elkaar terug te zien.

Pagina 5: 'Er brandde licht in mijn huis'

Onder zware bescherming van IFOR-troepen, WEU en VN-politie vlogen vroegere buren en vrienden, even terug van achter de bestandslijnen, elkaar om de hals. De rellen waar het Europese bestuur van de stad als organisator van de verkiezingen voor had gevreesd, bleven uit. Bij het hek van een stembureau in Buna, een van de 'moeilijkste' stembureaus omdat het in Kroatisch gebied ligt en er zowel Serviërs als moslims als Kroaten moeten stemmen, wachten moslims op de bus, rechts van hen staat een groepje Kroaten. Ze zeggen elkaar voorzichtig gedag. Tamara Brajkovic (22) uit West- Mostar, dochter van een Kroatische vader en een Macedonische moeder, komt overal vrienden tegen die ze drie, soms vier jaar niet heeft gezien. Ze zou Amra, haar beste vriendin van voor de oorlog, wel willen opzoeken, maar durft niet. “Haar broer is gedood door Kroatische soldaten. Mijn broer was in het Kroatische leger. Ik ben bang dat haar ouders mij niet willen zien.”

Passagiers staan al voor de ramen als vier bussen uit Belgrado, Servië, 's avonds aankomen bij het busstation van Bisce Polje in Oost-Mostar. Serviërs die de stad in 1991 zijn ontvlucht stappen uit. Ze kijken, omhelzen, huilen, kunnen nauwelijks praten. Een man: “Ik heb vanuit de bus mijn huis gezien. Er brandde licht.”

Vanaf een terras op de hoek van de straat kijken de habitué's van café Papagaj in West-Mostar, de hang out van activistische aanhangers van de nationalistische HDZ, zwijgend toe hoe bussen vol moslims, geëscorteerd door de Europese politie, vanuit het oosten de brug over komen om te stemmen. Uit de luidsprekers klinken Kroatische nationalistische liederen. Een man met gladgeschoren hoofd zegt dat Kroatië zijn land is en niet Bosnië. “Eigenlijk”, zegt hij, terwijl hij naar de brug staart, “hoort Oost-Mostar ook bij Kroatië.” In hotel Ero, de zetel van het EU-bestuur in de centrale zone van de stad, slaken functionarissen 's avonds een zucht van verlichting. “We hadden ons voorbereid op het ergste, dit is tenslotte de Balkan”, zegt Michael Steiner, de rechterhand van vredescoördinator Carl Bildt. “Als het zo rustig blijft, is het een succes.”

“Een Europese komedie” noemt Zoran Mandlbaum, leider van de joodse gemeenschap in Mostar (38 leden), alom gerespecteerd vanwege zijn neutrale positie in de oorlog, de verkiezingen. De burgemeester van Mostar zal geen macht hebben, er zal geen gemeenschappelijke politie, geen gemeenschappelijk leger en geen gemeenschappelijke begroting zijn. Mostar zal worden verdeeld in een Kroatisch en een moslim-deel. Mandlbaum: “De Europese Unie heeft niets gedaan om de echte problemen op te lossen. Zij heeft alleen de partijen die de oorlog zijn begonnen een democratisch mandaat gegeven.”