Hollands veilinghuis op de Indonesische markt

SINGAPORE, 1 JULI. Buiten blinkten Rolls Royces, Mercedessen en Jaguars, binnen bliepten mobiele telefoons en klonken bedragen van vier of vijf nullen. Het mondaine Shangri-La Hotel in Singapore was gisteren 'the place to be' voor de welgestelde kunstliefhebber uit Indonesië.

Daar veilde het Nederlandse veilinghuis Glerum schilderijen die in Indonesië zijn gemaakt. De Indonesiërs blijken veel geld over te hebben voor de werken die gemaakt zijn in de tijd van de Nederlandse overheersing in hun land. “We zijn nu rijk genoeg om een stuk van onze geschiedenis en cultuur terug te kopen”, zei een koper uit Jakarta gistermiddag.

Het was voor het eerst dat Glerum naar Azië kwam om zelf te veilen. En het debuut van veilingmeester Jan Pieter Glerum en zijn staf werd een succes. Gistermiddag werd na een lange dag veilen een totale omzet behaald van 3,6 miljoen Singapore dollar, ruim 4,3 miljoen gulden. “Ik had gehoopt op een omzet van ruim drie miljoen. Het is boven verwachting goed gegaan, dus ik ben dik tevreden”, zei Glerum, die medio november zijn volgende veiling in Singapore houdt.

Glerum is al vijf jaar bezig met het veilen van Indonesische kunst. Maar het duurde even voordat het derde veilinghuis van Nederland de stap naar het Verre Oosten waagde. Al in '93 lag het plan op tafel om in Azië een veiling te organiseren, maar financiële problemen hielden dat destijds tegen. Glerum's concurrenten - 'mijn grote broers', noemt hij ze - Sotheby's en Christie's waren hem daardoor voor. Christie's veilde twee jaar geleden voor het eerst Indonesische kunst en antiek in Singapore. Dit voorjaar bleek uit Christie's veiling van Zuidoostaziatische kunst in Singapore hoeveel geld er voor schilderijen uit deze regio wordt geboden, toen het internationale veilinghuis een omzet boekte van zeven miljoen Singapore dollar (8,4 miljoen gulden). “Voor mij was dat de bevestiging dat hier een hele interessante markt ligt”, zegt Glerum. Singapore wordt gezien als de ideale lokatie om te veilen. “Hier kun je alles goed en snel regelen, beter dan in Jakarta. Bovendien ontwikkelt zich hier in Singapore een hele internationale kunstmarkt en groeit deze plek uit tot een nieuw centrum voor kunst en kunstveilingen in het Verre Oosten”, aldus Glerum. Singapore bevordert zijn streven om het 'kunst-centrum' van Zuid Oost Azië te worden door bedrijven als veilinghuis Glerum een 'pionierstatus' te geven met aantrekkelijke fiscale voordelen. Op die manier hoopt de Singaporese regering meer veilinghuizen en galerieën te lokken.

Voor de kunstliefhebbers uit Indonesië is dat goed nieuws. Zij hoeven niet langer naar Europa of de Verenigde Staten te vliegen voor een veiling, maar zijn nu binnen twee uur op de plaats van bestemming. Voor veel Indonesiërs werd de veiling van Glerum zo een echt uitje, een weekendje weg uit het drukke Jakarta. De laatste kijkdag zaterdag werd gecombineerd met een uitgebreide stadswandeling langs Singapore's winkelpromenade op Orchard Road waar de jaarlijkse uitverkoop dit weekeinde begon. Met tassen vol met de laatste mode keerden de Indonesiërs terug in hun hotel of de eigen 'pied à terre' die velen van hen er hier in Singapore op na houden.

De snel groeiende aandacht vanuit Indonesië voor kunst uit het land hangt samen met het stijgende niveau van de welvaart onder de Indonesische bevolking. “Deze schilderijen die hier hangen, zijn al jaren populair bij de kenners. Maar nu het in Indonesië economisch beter gaat is er pas geld om ze te kopen”, verklaart kunstkenner Handojo Susanto de stijgende vraag naar Indonesische schilderijen. Susanto, die namens een aantal klanten actief was op de veiling van Glerum, vergelijkt de situatie in zijn land met die in Japan een paar jaar geleden. “Japan zag na de Tweede Wereldoorlog een groot deel van zijn kunstschatten het land uit gaan. Er verdween toen met name veel Japans porselein. Pas toen de economie van Japan weer sterk was, en er veel werd verdiend, werd dat stuk voor stuk weer teruggekocht. De rijke Japanners gingen zelfs verder, en kochten Van Gogh's voor waanzinnige prijzen. Dat zal met de Indonesiërs niet zo snel gebeuren, maar je ziet wel een vergelijkbare ontwikkeling hier”, vertelt Susanto.

De werken die gisteren het meest opleverden, waren typisch Indonesische schilderijen. De topper was het Balinese meisje 'Tigah' van Romualdo Locatelli (1905-1943), een Italiaanse schilder die korte tijd in Indonesië verbleef. Voor het schilderij werd 340.000 Singapore dollar geboden. “Het is een vrij uniek werk omdat het grootste deel van de schilderijen van Locatelli vernietigd is tijdens een brand in zijn atelier in de Filippijnen waar hij tot zijn dood woonde”, vertelt Glerum. Ook werken van de Nederlandse schilder Willem Gerard Hofker - veelal Balinese naakten - leverden veel meer op dan verwacht.

“De Indonesische kunstmarkt ontwikkelt zich heel snel, dat is hier weer bewezen. Er komen bijna dagelijks verzamelaars bij”, meent Glerum. Voor die groep geldt volgens hem dat men eerder naar de kwantiteit dan naar de kwaliteit kijkt. “Maar dat zal zich de komende jaren uitkristalliseren”, zei de veilingmeester na afloop. De kopers uit Indonesië, die zo duidelijk een stempel hadden gedrukt op zijn eerste veiling in Azië, waren toen al weer op weg naar Indonesië, met in hun bagage 'het teruggekochte cultuurbezit', zoals een van hen het noemde.